Autoleasing steunt op een kader dat maar weinig bestuurders (of begunstigden) echt kennen: de Renta-norm. Dit sectorale referentiedocument, opgesteld door de Belgische federatie van langetermijnverhuurders, bepaalt volgens welke criteria de staat van een voertuig beoordeeld wordt bij de inlevering. Met andere woorden: dit document beslist wat als normale slijtage geldt… en wat je mogelijk extra moet betalen.
Die wijziging is belangrijk, want ze treft ongeveer 600.000 Belgische auto’s die als bedrijfswagen rondrijden. Toch zijn veel mensen zich niet eens bewust van het bestaan van deze norm, terwijl hij doorslaggevend is wanneer je de sleutels teruggeeft. Onwetendheid kan aan het einde van het contract leiden tot stevige kosten, die gemakkelijk kunnen oplopen tot enkele duizenden euro. Dat is geen uitzondering. De nieuwe norm geldt voor alle teruggaven vanaf 1 maart 2026, ongeacht wanneer het leasingcontract ondertekend werd.
Andere manier om schade te beoordelen
De vorige norm dateerde van 2015. In elf jaar tijd is het wagenpark grondig veranderd. Rijhulpsystemen en connectiviteit zijn alomtegenwoordig geworden en binnen dit specifieke segment beleefde de elektrische auto – dankzij de gunstige fiscaliteit – een echte doorbraak. De norm moest dus mee evolueren.
De belangrijkste wijziging gaat over de manier waarop schade wordt meegerekend. Tot nu toe hield de beoordeling rekening met de leeftijd van het voertuig, de kilometerstand en het aantal beschadigingen per carrosserieonderdeel. Nu verdwijnt de kilometerstand uit de vergelijking. Alleen de gebruiksduur telt nog mee en het aantal aanvaarde gebreken wordt berekend over het volledige voertuig.
Concreet wordt er tijdens de eerste twaalf maanden geen enkele schade aanvaard. Tussen 24 en 50 maanden zijn maximaal acht gebreken toegestaan. Na 50 maanden stijgt het plafond naar twaalf. Let wel: één gebrek te veel kan al leiden tot een volledige facturatie van de herstellingen die als buitensporig beschouwd worden. Voorzichtigheid is dus geboden.
De regel van 8,5 cm
Nog een verandering: de standaardisering van de meting van krassen en impactschade. De officiële referentie wordt de lengte van een bankkaart (8,5 cm). Onder die lengte geldt een kras als normale slijtage. Daarboven kan ze beschouwd worden als een te vergoeden schade.
Sommige criteria worden ook bijgestuurd. Steenslag kleiner dan 3 mm wordt niet langer als schade meegerekend. Tegelijk worden onderdelen die tot nu toe minder strikt waren omschreven verduidelijkt, zoals de spiegelkappen. Voor gebruikers is waakzaamheid dus essentieel. Een grondige controle vóór de teruggave en, indien nodig, herstellingen kunnen een stevige eindafrekening voorkomen.
Elektrische voertuigen
De norm van 2026 houdt ook rekening met de sterke opmars van elektrische modellen. Twee nieuwe vereisten verdienen extra aandacht. Eerst en vooral wordt de gezondheidstoestand van de batterij (SoH) voortaan mee opgenomen in de controlepunten. Daarnaast moet het voertuig bij de teruggave een minimaal laadniveau hebben: 30% batterijcapaciteit of meer dan 100 km rijbereik op het display.
Ook de laadkabels en hun staat maken nu expliciet deel uit van de controle. Die elementen ontbraken nog in de versie van 2015, maar worden logisch nu de meeste nieuw ingeschreven bedrijfswagens elektrisch zijn.
Ook persoonsgegevens
Tot slot zorgt de ingebouwde connectiviteit voor een bijkomende verplichting: het wissen van persoonlijke gegevens. Dat betekent dat je de navigatiegeschiedenis, gebruikersprofielen, smartphoneverbindingen (die vaak contacten en berichten opslaan in de interface) en geïnstalleerde apps moet verwijderen.
Bij de teruggave mag dus niets aan het toeval overgelaten worden. Veel bestuurders kennen deze criteria nog altijd niet, terwijl net zij bepalen of je al dan niet een eindfactuur krijgt. Voor je de wagen inlevert, doe je er goed aan hem grondig na te kijken, want elk detail kan meetellen. Twijfel je? Dan is het meestal beter om een schade zelf aan te geven en te laten herstellen dan de leasingmaatschappij achteraf de kostprijs te laten bepalen na expertise. De tarieven aan het einde van het contract zijn zelden in je voordeel.

