In de aanloop naar 1 januari 2026 raakt de Belgische leasingsector – die nog altijd het grootste deel van de jaarlijkse autoverkoop vertegenwoordigt – steeds meer in onzekerheid. Vlaanderen wil nieuwe elektrische auto’s onderwerpen aan een belasting op inverkeerstelling (BIV) én een jaarlijkse verkeersbelasting, terwijl die tot nu toe vrijgesteld waren om de transitie naar uitstootvrije modellen te stimuleren. De bedragen blijven relatief laag vergeleken met die voor benzine- of hybridewagens, maar de gevolgen zijn ingrijpender dan ze lijken.
Het Vlaams Parlement heeft het nodige decreet nog niet goedgekeurd, maar de belastingdienst wil de maatregel hoe dan ook vanaf januari toepassen. Die overhaaste aanpak plaatst leasingmaatschappijen in een juridisch grijze zone: ze moeten nieuwe contracten voorbereiden zonder dat er een definitieve wettelijke basis is.
Nationale impact
De beslissing komt dan wel uit het noorden van het land, maar de impact overstijgt de regionale grenzen. De meeste Belgische leasingmaatschappijen zijn immers in Vlaanderen gevestigd. Hun voertuigen – ook die van bestuurders uit Wallonië en Brussel – vallen dus onder de Vlaamse belastingregels. Jaarlijks worden via deze maatschappijen meer dan 100.000 nieuwe bedrijfswagens ingeschreven.
Waarom deze verandering? De reden is duidelijk: elektrische auto’s vertegenwoordigen inmiddels 6,5% van het Belgische wagenpark en omdat daarop tot nu toe geen BIV of verkeersbelasting werd geheven, miste de Vlaamse fiscus inkomsten. Met de nieuwe maatregel wil de Vlaamse regering dat compenseren. Op termijn hoopt ze daarmee jaarlijks 140 miljoen euro op te halen. Gezien de moeilijke begrotingssituatie is dat begrijpelijk.
Budgetten onder druk
Als de hervorming wordt toegepast zoals oorspronkelijk voorzien, treft ze alle elektrische auto’s die besteld zijn na 6 oktober 2025 maar pas geleverd worden in 2026. Twee bedragen zijn van toepassing: 61,50 euro BIV en 102,96 euro jaarlijkse verkeersbelasting. Die bedragen blijven bescheiden in verhouding tot de prijs van zulke voertuigen, maar volgens Renta, de federatie van leasingmaatschappijen, loopt dat op tot bijna 474 euro over een standaardcontract van vier jaar. Omgerekend is dat tien euro per maand. En net daar wringt het schoentje: veel gebruikers van een bedrijfswagen benutten hun budget tot op de laatste cent. De toevoeging van deze belastingen zorgt er dus voor dat heel wat contracten net buiten het budget vallen. Dat zet de afronding van duizenden bestellingen op de helling.
20.000 contracten moeten herzien worden
De sector is het over één ding eens: deze situatie veroorzaakt een ongeziene administratieve overlast. Leasingmaatschappijen moeten ongeveer 100.000 lopende offertes herberekenen en zo’n 20.000 bestellingen van elektrische auto’s – geplaatst sinds oktober vorig jaar – aanpassen. En daarmee stopt het niet: de leasingmaatschappijen weten eigenlijk niet hoe ze moeten reageren, want zolang het decreet niet officieel is goedgekeurd, kunnen ze de nieuwe belastingen niet toepassen of de contracten aanpassen. Het gevolg? BIV zal met terugwerkende kracht aangerekend moeten worden en de verkeersbelasting wordt pas op het einde van het jaar of bij het aflopen van het leasingcontract geregulariseerd. Ook hier klinkt al flink wat gemor, vooral bij de klanten.
Deze situatie leidt vanzelfsprekend tot spanningen. En zoals zo vaak wijst iedereen naar elkaar: het kabinet van de Vlaamse minister van Financiën schuift de verantwoordelijkheid door naar het parlement, dat als enige over de timing van de stemming beslist. In allerijl en zonder overleg te werk gaan, creëert onzekerheid en helpt niemand vooruit. Maar in België zijn we dit soort situaties jammer genoeg stilaan gewoon…

