Hoewel de inkomsten uit verkeersboetes in België al een recordhoogte hebben bereikt (meer dan 577 miljoen euro in 2024), maakt justitie zich op voor een koerswijziging. Onder impuls van minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) zullen alle onmiddellijke inningen – dus boetes die worden opgelegd zonder dat je voor de rechter moet verschijnen – met 10% stijgen. Tegelijk zullen de strafrechtelijke boetes, uitgesproken door de rechtbanken, met 25% stijgen.
Die verhoging roept vragen op, want de afgelopen drie à vier jaar werden de regels rond de wegcode al stevig aangescherpt. De lijst met nieuwe maatregelen is haast eindeloos: meer vaste en trajectcontroles, ANPR-camera’s (die ook verbaliseren, vooral in steden), nultolerantie bij snelheidsovertredingen, herclassificatie van bepaalde overtredingen (zoals gsm-gebruik dat nu als derdegraadsovertreding geldt) en noem maar op. Daar blijft het niet bij: het regeerakkoord voorziet binnenkort nog extra sancties, zoals ANPR-camera’s voor een reeks overtredingen en een rijbewijs met punten.
Verhoging voor alle soorten overtredingen
Het is dus zeker: Belgische automobilisten die een overtreding begaan, zullen meer moeten betalen. Wanneer? De minister gaf geen datum, maar verklaarde aan onze collega’s van SudInfo dat de maatregelen zeer snel ingevoerd zullen worden. Meer dan waarschijnlijk wordt dat in 2026, al moet het federale niveau eerst nog overleg plegen met de gewesten.
Concreet worden alle categorieën van overtredingen onderworpen aan de tariefverhoging. Zo stijgt de boete voor een overtreding van de eerste graad van 58 euro naar 63,8 euro, die van de tweede graad van 116 euro naar 127,6 euro en de derde graad (zoals gsm-gebruik achter het stuur) van 174 euro naar 191,4 euro. Het gebruik van een gsm tijdens het rijden (derde graad), een overtreding waarop de overheid sterk inzet, zal dus toenemen van 174 euro naar 191,4 euro. En dat is nog niet alles: ook de administratieve kosten van 10,42 euro bij elke onmiddellijke inning worden geïndexeerd. Enkele voorbeelden zeggen vaak meer dan een lange uitleg: geflitst worden aan 45 km/u in een zone 30 betekent voortaan een boete van 118,8 euro, exclusief retributie. Een alcoholpromillage van 0,30 mg/l leidt tot een boete van 196,9 euro.
Opgelet: overtredingen van de vierde graad leiden nooit tot een onmiddellijke inning, omdat ze als te gevaarlijk worden beschouwd. In dat geval moet de bestuurder altijd voor de politierechtbank verschijnen. Over een mogelijke tariefverhoging voor deze boetes is voorlopig niets gecommuniceerd. Ter herinnering: deze bedragen kunnen variëren van 320 tot 4.000 euro.
De strafrechtelijke boetes daarentegen gaan wél omhoog en zelfs in veel grotere proporties (niet alleen voor verkeersinbreuken). Het gaat om de opdeciemen, die van 8 naar 10 stijgen. Dat komt overeen met een verhoging van 25%.
Meer geld in het laatje
De doelstelling van de minister van Justitie is duidelijk: elk jaar 50 miljoen euro extra binnenhalen dankzij de combinatie van deze verhogingen en een betere administratieve efficiëntie. Vermoedelijk is dat een voorzichtige inschatting en zal het bedrag aan verkeersboetes tegen 2027 gemakkelijk boven de 620 miljoen euro uitkomen, zodra het systeem volledig operationeel is.
België verhoogt dus opnieuw zijn sancties en beschouwt automobilisten meer dan ooit als een belangrijke bron van inkomsten voor de staatskas. In andere landen worden bestuurders trouwens nog zwaarder belast. Denk bijvoorbeeld aan Nederland, waar gsm-gebruik achter het stuur 430 euro kost, of aan Noorwegen, waar het bedrag afhangt van het inkomen van de overtreder, wat tot behoorlijk verrassende situaties kan leiden. In Spanje kost het gebruik van een gsm tussen 200 en 250 euro, in Italië zelfs tot 360 euro. Tegelijk hanteren sommige grote landen lagere tarieven voor dezelfde overtreding: 135 euro in Frankrijk en 60 euro in Duitsland.
Los daarvan laat de algemene filosofie achter de Belgische hervorming weinig ruimte voor twijfel: het hoofddoel is het financieel versterken van Justitie, niet het verbeteren van de verkeersveiligheid. Zoals bekend, zijn het vooral de controles op zich die bestuurders het meest afschrikken, niet de hoogte van de boetes.

