Alles heeft een einde: het Vlaamse Gewest zal zeer binnenkort de fiscale voordelen voor emissievrije voertuigen afschaffen. Concreet: elke EV of waterstofwagen die vanaf 1 januari 2026 wordt ingeschreven, zal onderworpen zijn aan de belasting op de inverkeerstelling (BIV) en de jaarlijkse verkeersbelasting.
Eerste vraag: betekent dit een onaangename verrassing voor huidige eigenaars van elektrische voertuigen? Nee, want de verandering geldt niet met terugwerkende kracht. Eigenaars die hun voertuig vóór die datum hebben ingeschreven, behouden het huidige vrijstellingsregime.
Het belastingsysteem in Vlaanderen is complex. De berekeningsformule houdt rekening met verschillende kenmerken van het voertuig, waaronder de leeftijd, het fiscaal vermogen, de energievorm, de Euro-norm en uiteraard de CO₂-uitstoot. Tot nu toe ontsnapten elektrische en waterstofvoertuigen aan deze twee belastingen om de transitie te versnellen. Daar komt met deze hervorming een einde aan.
Elektrische auto’s blijven bevoordeeld
Hoewel de filosofie verandert, blijft de belasting relatief mild voor emissievrije modellen. Zo wordt de belasting op de inverkeerstelling vastgesteld op een forfaitair bedrag van 61,50 euro, hetzelfde als in Wallonië vóór de hervorming van juli laatstleden.
De jaarlijkse verkeersbelasting zal gebaseerd zijn op het fiscaal vermogen, en elektrische auto’s bevinden zich daarbij doorgaans in de laagste categorieën: van 69,72 euro voor 1 fiscale pk tot 87,24 euro voor 5 fiscale pk. Met andere woorden: het absolute voordeel verdwijnt, maar het relatieve voordeel blijft behouden in vergelijking met voertuigen op fossiele brandstoffen. Een logische aanpak, in tegenstelling tot het Waalse systeem dat in sommige gevallen elektrische auto’s zwaarder belast dan benzine- of dieselwagens.
Deze hervorming geldt enkel voor voertuigen die vanaf 2026 worden ingeschreven. Er zal dus een onderscheid zijn tussen eigenaars van vóór en na de hervorming.
Een doeltreffende maatregel?
De Vlaamse overheid verdedigt deze nieuwe aanpak als een logische volgende stap. De belastingvrijstelling heeft jarenlang haar nut bewezen als stimulans: in minder dan tien jaar tijd steeg het aantal elektrische wagens van ongeveer 1.390 (in 2015) tot 132.979 (in 2024).
Vorig jaar waren elektrische voertuigen goed voor 16% van de nieuwe inschrijvingen. De overheid verantwoordt de hervorming ook doordat de vrijstelling de belastinginkomsten heeft doen dalen, wat een gat in de begroting voor de verkeersinfrastructuur heeft veroorzaakt.
Particulieren én vlootbeheerders zullen in de berekening van de totale eigendomskost (TCO) voortaan ook deze nieuwe belastingen moeten meenemen. De vraag rijst of dit zal leiden tot een stormloop op elektrische voertuigen die nog vóór eind 2025 geleverd kunnen worden. Maar dat lijkt weinig waarschijnlijk, gezien de lage bedragen van de nieuwe belastingen.

