De ecologische impact van de elektrische auto blijft de meningen verdelen. Een vaak gehoorde kritiek: de hoge CO₂-uitstoot bij de productie van de batterij. Daardoor zou de volledige levenscyclus van een EV toch minder gunstig zijn dan gedacht. Maar volgens een nieuwe studie van het ICCT (International Council on Clean Transportation) – een belangengroep die ijvert voor groenere mobiliteit – is dat beeld achterhaald. Volgens hun conclusies stoot een elektrische auto in Europa gemiddeld 73% minder CO₂ uit dan een klassieke wagen met verbrandingsmotor. Die cijfers zijn gebaseerd op een volledige levenscyclusanalyse, van productie tot recyclage, met 240.000 km gebruik over twintig jaar.
Een eerdere studie sprak enkele maanden geleden nog van een verschil van 69%. Waar komt die vooruitgang vandaan? Simpel: de studie houdt ook rekening met toekomstige energieprojecties in Europa tussen 2035 en 2050. Door de snelle overgang naar hernieuwbare energie, zou de uitstoot van een EV dalen tot 52 g/km bij volledige groene stroomvoorziening, tegenover gemiddeld 63 g/km vandaag.
Batterij stoot meer uit, maar compenseert dat
De studie erkent het voor de hand liggende: de productie van een elektrische auto veroorzaakt ongeveer 40% meer uitstoot dan die van een klassieke wagen. Dat komt vooral door de benodigde grondstoffen en de productie van de batterij. Maar volgens de experts wordt dat verschil snel goedgemaakt: na slechts 17.000 km – goed voor één à twee jaar gemiddeld gebruik – is een elektrische auto al voordeliger. Dat omslagpunt zou zelfs dalen tot 10.000 km in landen met een nog koolstofarmer elektriciteitsnet, zoals Frankrijk (kernenergie), Noorwegen (waterkracht) of Spanje (windenergie).
Daartegenover blijven benzine- en dieselwagens steken op respectievelijk 235 en 234 g/km. Kortom: zelfs in het slechtste scenario qua elektriciteitsproductie blijft een elektrische auto nog altijd aanzienlijk minder vervuilend dan zijn thermische tegenhanger.
Hybrides en waterstof: gemengd rapport
Interessant aan de ICCT-studie is dat ze zich niet beperkt tot het klassieke duel tussen elektro- en verbrandingsmotor. Ook hybrides komen aan bod, die vaak worden voorgesteld als overgangsoplossing. Alleen blijkt het milieueffect daarvan eerder beperkt. Een klassieke hybride – dus zonder stekker – stoot gemiddeld 188 g/km uit, terwijl een plug-inhybride zakt tot 163 g/km. Dat betekent een besparing van respectievelijk 20% en 30% tegenover een benzinewagen, maar die cijfers blijven ver verwijderd van wat een elektrische auto presteert.
Het ICCT analyseerde ook waterstof als alternatief, dat bekendstaat als een schonere oplossing. Maar de resultaten zijn verdeeld en hangen sterk af van de manier waarop de waterstof geproduceerd wordt. Zo komt blauwe waterstof (gemaakt uit aardgas) uit op 175 g/km, amper beter dan een hybride. Alleen bij groene waterstof (uitsluitend geproduceerd met hernieuwbare elektriciteit) zakt de uitstoot tot 50 g/km. Het probleem is dat deze technologie in Europa nog niet beschikbaar is op grote schaal.
Doelstelling 2035 niet wijzigen
Als lobbygroep pleit het ICCT er uiteraard voor om het Europese verbod op de verkoop van nieuwe verbrandingsauto’s vanaf 2035 te behouden. Volgens hen bevestigt deze studie dat standpunt. Iedereen mag daar zijn eigen mening over vormen.
Wat wel verdedigbaar is: het ICCT roept op tot een bredere toepassing van levenscyclusanalyses (LCA’s) gebaseerd op werkelijke verbruiksdata, en niet op officiële testcijfers alleen. Dat is eerlijker, zowel om de werkelijke impact te beoordelen als voor de consument, die vandaag nog te vaak misleid wordt door goed uitziende homologatiecijfers. Al zal die aanpak nog een stap verder moeten gaan.
De ICCT-studie vertrekt van een gebruiksduur van twintig jaar en 240.000 km, een scenario dat in de praktijk zelden voorkomt. Belgische EV-rijders (vaak met een bedrijfswagen) wisselen meestal om de vier à vijf jaar van auto. En dat ondermijnt natuurlijk de hele berekening...

