Nu de markt voor elektrische voertuigen blijft groeien, stromen ook de praktijkervaringen binnen. Arval, leasemaatschappij en dochter van BNP Paribas gespecialiseerd in operationele leasing, voerde een grootschalige analyse uit die enkele veelvoorkomende zorgen van automobilisten wegneemt. Tussen maart 2023 en november 2024 onderzocht Arval maar liefst 8.300 accu’s van elektrische voertuigen, verspreid over acht Europese landen en zo’n dertig automerken. Ongeveer een kwart van de onderzochte voertuigen waren plug-inhybrides.
Wat blijkt? Accu’s van elektrische auto’s verliezen gemiddeld slechts 1,7% capaciteit per jaar. Na zeven jaar behoudt een voertuig dus nog zo’n 85% van zijn oorspronkelijke actieradius. Nog opvallender: zelfs bij modellen met een tellerstand tot 200.000 kilometer blijft de gemiddelde accugezondheid rond de 90%. Deze cijfers ontkrachten duidelijk het idee dat batterijcapaciteit snel achteruitgaat
Wat betreft tweedehands elektrische auto’s stelt Arval dat deze gemiddeld nog 93% van hun oorspronkelijke accucapaciteit behouden. Cijfers die niet alleen geruststelling bieden aan kopers, maar ook het vaak onterecht wantrouwige imago van de tweedehandsmarkt kunnen verbeteren.
Convergerende gegevens
De bevindingen van Arval staan niet op zichzelf. Ook in Frankrijk kwam in 2024 een geruststellend beeld naar voren, dankzij een studie van de start-up My Battery Health (toegegeven, dat is een bedrijf dat diagnoseapparatuur voor elektrische auto’s verkoopt). Zij analyseerden 62 voertuigen, geregistreerd tussen 2014 en 2023. Wat bleek? De accu’s behielden gemiddeld 97,8% van hun capaciteit. Zelfs bij exemplaren met meer dan 100.000 kilometer op de teller bleef de restcapaciteit netjes op 90,8%
Arval publiceerde ook een ranglijst van merken met de duurzaamste accu’s. Tesla voert die lijst aan, met name de Model S, die al dertien jaar op de weg is. Dat de accutechnologie van Tesla sterk presteert, bevestigt het merk zelf in zijn impactrapport uit 2024. Daarin rapporteert Tesla een gemiddeld capaciteitsverlies van slechts 12 tot 15% na 322.000 kilometer, afhankelijk van het model. De Model S en Model X doen het met 12% iets beter dan de Model 3 en Y, die gemiddeld op 15% uitkomen.
Betrouwbaarheid op grote schaal bevestigd
Ook de Duitse automobielclub ADAC bevestigt met zijn jaarlijkse betrouwbaarheidsbarometer de positieve trend zoals gepubliceerd door Arval. In 2024 analyseerde de organisatie 3,6 miljoen pechgevallen en stelde zo een helder overzicht op. De conclusie: auto’s met verbrandingsmotoren kenden 9,4 pechgevallen per 1.000 voertuigen, terwijl elektrische auto’s op slechts 3,8 uitkwamen. Ja, er rijden nog altijd meer brandstofauto’s rond, maar het feit dat elektrische auto’s minder vaak in panne vallen (meestal door iets simpels als een lekke band) is toch een sterk signaal over hun betrouwbaarheid en levensduur.
De ADAC erkent dat de eerste generatie elektrische auto’s hun kinderziektes hadden, maar ziet ook dat fabrikanten de betrouwbaarheid sindsdien flink hebben opgekrikt. Toch blijft er één hardnekkige zwakke plek bestaan – en verrassend genoeg is dat niet de tractiebatterij, maar de klassieke 12-voltaccu. Deze wordt nog altijd gebruikt om accessoires van stroom te voorzien en blijkt vaak de boosdoener bij pechgevallen.
Voorbij Europese drempelwaarden
De vooruitzichten in de studie zijn rooskleurig. Sinds maart 2024 verplicht Europese regelgeving dat tractiebatterijen na vijf jaar of 100.000 kilometer nog minstens 80% van hun capaciteit moeten behouden, en na acht jaar of 160.000 kilometer nog 72%. Maar uit praktijkdata blijkt dat deze drempelwaarden ruimschoots overtroffen worden.
Die positieve evolutie zet autofabrikanten ertoe aan om hun garanties op te schroeven. Toyota gaat daarbij het verst: het merk belooft tot tien jaar of zelfs 1 miljoen kilometer garantie op de bZ4X, zolang de wagen jaarlijks een check krijgt bij een erkend servicepunt. Ook Kia en VinFast volgen dat voorbeeld en bieden garanties tot 200.000 kilometer.
De elektrische auto is dus duurzaam? We willen niet suggereren wat we niet hebben geschreven. Want er blijven belangrijke vragen over, zoals de milieu-impact van productie en recyclage. Vooral het delven van grondstoffen voor batterijen roept terechte zorgen op. Zeker omdat die vaak uit Azië komen, en in het bijzonder uit China, waar milieuaspecten niet altijd prioriteit zijn. Kortom, voor we echt van volledige duurzaamheid kunnen spreken, is er op meerdere vlakken nog werk aan de winkel.

