De ‘Orbanisering’ van Slovenië draait haar culturele vrijheden de nek om

Een betoger in Ljubljana beeld het gezicht van Janez Jansa af. Credit:SOPA Images/SIPA/Isopix

Journalisten, geleerden en kunstenaars in Slovenië trekken al wekenlang aan de alarmbel: de culturele vrijheden van het land staan onder een ongekende druk. De drijvende kracht hierachter is de regering van premier Janez Janša, een populistische nationalist die sinds maart 2020 voor de derde keer aan het roer van de Sloveense overheid mag staan. Janša werd in het verleden al vaker vergeleken met Donald Trump en Viktor Orbán dankzij zijn uitlatingen op sociale media en verzet tegen migratie. Recent koos Janša een nieuw doelwit: de culturele sector en de media.

Slovenië is een van de kleinste EU-lidstaten met zijn 20.000 vierkante kilometer en twee miljoen inwoners. Er wordt in het land vooral Sloveens, maar ook Hongaars en Italiaans gesproken. De hoofdstad van het land is het pittoreske Ljubljana, waar ongeveer 280.000 mensen hun thuis hebben.

Net als buurland Kroatië kent Slovenië een mooie natuur en bezit het een charmant stukje kust van de Middellandse Zee. En net als Kroatië begon Slovenië de laatste jaren uit te groeien tot een ondergewaardeerde en ‘frisse’ trekpleister voor toeristen. In 2019 mocht het land meer dan 15,7 miljoen toeristen verwelkomen. Dat was een stijging van 6,3 procent vergeleken met het jaar voorheen.

Maar Slovenië blijft voor de meeste Europeanen een pijnlijk onbekende zone. We krijgen amper nieuws binnen uit dit land en hoeveel weet u eigenlijk echt over dit land, zelfs met de voorafgaande informatie? In dit kleine Europese land breekt een bijzonder woelige periode aan. Janez Janša, een nationalistische populist en leider van de rechts-nationalistische SDS-partij, is sinds maart 2020 het staatshoofd van Slovenië. Naast zijn gewoonte om ‘Trumpiaanse’ uitspraken te doen op sociale media, is hij ook een forse tegenstander van immigratie en beschouwt hij de media in het land als bevooroordeeld en rot.

Dat curriculum vitae lijkt heel hard op de leider van een ander naburig land: De Hongaarse Viktor Orbán. Politieke journalisten in Europa maakten die vergelijking al even geleden en gaven het beleid van Janša een cynische bijnaam. De ‘Orbanisering’ van Slovenië is volop op gang. Wat wilt de Sloveense regering precies bereiken en hoe pakken ze dit aan?

Culturele sector aan banden leggen

De eerste steen werd geworpen naar de musea van Slovenië. In de laatste tien maanden verving de regering-Janša verschillende directeurs van de meest vooraanstaande musea van het land. Zo werd het hoofd van het Nationale Museum in Ljubljana vervangen. Dat museum bevat een aantal van de belangrijkste nationale schatten van de Sloveense geschiedenis. Het topstuk is ongetwijfeld de ‘Divje Babe’-fluit, een muziekinstrument dat zou toebehoord hebben aan neanderthalers en maar liefst 60.000 oud zou zijn. De schat werd in 1995 opgegraven nabij Cerkno, in het noordwesten van Slovenië. Ook het Museum voor Hedendaagse Kunst en de Moderna Galerija, met een collectie van Sloveense kunst uit de twintigste eeuw, kregen een nieuwe directie toegewezen.

De academische en intellectuele laag van de Sloveense bevolking vindt dat de vervanging een poging was om een strakke beteugeling van de musea te bekomen en de algemene directie van de Sloveense kunst en geschiedenis in een conservatieve en nationalistische richting te duwen. De overheid ontkent dit echter met klem. Volgens hen is de keuze voor de nieuwe directie niet politiek gemotiveerd. De kandidaten zouden geselecteerd zijn uit een reeks geschikte kandidaten via een openbare wedstrijd. Dat beweerde Mitja Irsic, een woordvoerder van het Sloveense Ministerie voor Cultuur. Larie en apekool, vinden de meeste Slovenen in de kunstwereld.

De nieuwe wind binnen de musea begint al voelbaar te worden. De regering van Janša kondigde plannen aan om dit jaar de dertigste verjaardag van de Sloveense afsplitsing van Joegoslavië te vieren. Dat zou gebeuren in het Sloveense museum voor onafhankelijkheid. Critici vinden echter dat dit het museum reduceert tot een propagandacentrum. Irsic kaatste ook deze beschuldiging handig af. Volgens hem gaat een over een viering van de Sloveense vrijheid en gaat het niet over een uiting van politieke ideologie. Ook hier zit het debat dus opnieuw roestvast.

Maar de arm van Janša reikt veel verder dan musea. Het Ministerie van Cultuur heeft de financiële leeflijn van verschillende kunstorganisaties stopgezet. Ook de beschikbare openbare ruimte die vrijwillige kunstcollectieven mochten gebruiken, worden nu op slot gedaan. Het status van professionele topkunstenaar, wat een aantal fiscale voordelen kan opleveren, ligt ook onder vuur. Zo probeerde de overheid onlangs die status van de rapper Zlatko af te nemen. Zlatko is een icoon in het land en misschien wel een van de luidste en meest kritische stemmen van de overheid, maar vooral een van de meest zichtbare.

Kritische journalisten het zwijgen opleggen

Janša voert ook grote campagnes tegen journalisten en media die hij niet lust of die niet de ‘juiste’ narratieven aanleveren binnen de publieke sfeer. Vooral het Sloveense Persagentschap (STA) werd het mikpunt van de toorn van Janša. De premier noemde de STA een ‘nationale schande’ en beweerde dat het persagentschap opzettelijk leugens zou verspreiden om het Sloveense volk te misleiden. De meeste van deze uitlatingen werden via Twitter gedaan. Ook de nationale omroep RTV werd afgedaan als ‘onverantwoordelijk’ en ‘virusverspreiders’.

Het klinkt als typisch nepnieuws; duidelijk ontworpen om een spil tussen de bevolking en traditionele media te rammen en de deur op een kier te zetten voor ‘alternatieve’ media. Volgens Janša zijn overigens niet alle journalisten ‘slecht’. Er zijn zouden wel vaardige en ethische telgen bijzitten. Maar die zouden onderdrukt worden door vrouwelijke redacteuren die snel zijn opgeklommen binnen de mediawereld. Bewijs hiervoor werd natuurlijk niet aangeleverd.

Janez Janša en Angela Merkel in Brussel. Bron: Isopix.

Nu gaat de regering ook over van woorden naar daden. In de zomer kwam de Sloveense overheid op de proppen met een nieuwe mediawet die de staat meer controle over STA zou geven en het staatsfonds voor RTV serieus zou laten krimpen. De Europese Commissie keek door de nieuwe mediawet eens argwanend naar Janša en deelde een waarschuwing uit. Door die tik moest Slovenië de fundering van zijn nationale media terug aanzwengelen. Volgens journalisten en academici uit Zuidoost-Europa heeft de hele campagne wel een eroderend effect op de vrijheid van meningsuiting in de hele regio gehad.

‘Dit is een culturele oorlog’

Activisten beginnen steeds sterker te reageren tegen de agenda van Janša. Zij voelen dat het culturele leven in Slovenië nooit meer hetzelfde zal zijn. Er zijn al geregeld protesten in de grote steden van het land en sociale media worden overspoeld met open brieven aan de regering.

Een betoger tegen het nieuwe culturele beleid wordt opgepakt in Ljubljana op 15 februari 2021. Bron: Isopix.

Vorig jaar schilderden betogers nog het woord ‘schaamte’ in gigantische letters op verschillende gebouwen van de culturele sector in de hoofdstad Ljubljana. In oktober waren er ook manifestaties aan het hoofdkwartier van het Culturele Ministerie. Activisten schilderden tegenover het ministerie werkbureaus, met de namen van ministers op, in een bloedrode kleur. Een doodsbedreiging, klonk het bij de Sloveense regering. Volgens de betogers ging het om een ludiek en ironisch gebaar.

Er zijn weinig verwachtingen dat het gramschap van Janša snel zal afnemen. ‘Janša heeft de culturele agenda van het land verzet naar rechts, en dat was hij al een lange tijd van plan,’ zei Matevz Celik, de voormalige directeur van het Sloveense museum voor architectuur en ontwerp die in november ontslagen werd. ‘Dit is een culturele oorlog.’

Lees ook: