5 opvallende statistieken van de Rode Duivels en Italië voor hun kwartfinale op het EK

Veel buitenlandse (en dus onafhankelijke) voetbalanalisten noemen de kwartfinale tussen België en Italië een finale avant la lettre. Het is dan ook interessant om beide ploegen eens grondig onder de loep te nemen. Want hoewel er veel gelijkenissen zijn, zijn er ook enkele belangrijke verschillen.

1. België en Italië zijn de enige kwartfinalisten van het EK in 2016 die nog in EURO 2020 zitten

Het Europees kampioenschap voetbal bewijst hoeveel er op vijf jaar tijd kan veranderen. Van de acht ploegen die in 2016 in de kwartfinale stonden van het EK zijn er amper twee die die prestatie in 2021 konden herhalen: België en Italië. Nog maar eens een bewijs hoe jammer het is dat beide toplanden nu al tegen elkaar uitkomen.

De andere kwartfinalisten van EURO 2016 waren Polen, IJsland, Portugal, Wales, Duitsland en Frankrijk. Die laatste vier, die nu al terug thuiszitten, bereikten toen de halve finale.

Als we naar het WK van 2018 kijken zien we trouwens een gelijkaardig beeld. Alleen Engeland en België haalden daar de kwartfinale en deden dat ook op dit EK. Toen wisten beiden wel door te storen naar de halve finales, om daar nipt te verliezen. De eerlijkheid gebied ons wel om te zeggen dat er met Uruguay en Brazilië op het WK in 2018 ook twee niet-Europese kwartfinalisten waren.

2. De Italiaanse selectie is meer waard dan de Belgische

Voor de occasionele voetbalfan lijkt het op het eerste zicht alsof de Rode Duivels veel meer talent hebben dan de Azzurri. Als we kijken naar de marktwaarde van de 26-koppige selectie blijkt dat echter niet te kloppen. Volgens de toonaangevende website Transfermarkt is de Italiaanse EK-selectie in totaal 751 miljoen euro waard. De Rode Duivels halen ‘maar’ 664,4 miljoen euro.

Dat het verschil in werkelijkheid dichter bij elkaar ligt, blijkt uit de waarde van de basiself van beide ploegen in hun achtste finale. Het elf starters van de Rode Duivels kwamen samen aan een marktwaarde van 420,9 miljoen euro, die van Italië aan 409 miljoen euro.

De basiself van België tegen Portugal heeft een total marktwaarde van 420,9 miljoen euro – Bron: Cezaro De Luca/dpa/Isopix

3. De Rode Duivels zijn gemiddeld 1,3 jaar ouder dan de Azzurri

Dat de totale marktwaarde van de Italianen hoger uitvalt dan die van de Belgen heeft ook met een leeftijd te maken. Voor oudere spelers wordt nu eenmaal minder geld betaald. De Belgische selectie is met een gemiddelde leeftijd van 29,1 jaar een stuk ouder dan de Italianen, die gemiddeld 27,8 jaar oud zijn. Voor de vervanging van de geblesseerde reservedoelman Simon Mignolet (33) door Thomas Kaminski (28) was dat verschil zelfs nog groter.

Als we ook hier kijken naar de basiself van beide ploegen in de achtste finale zien we dezelfde trend. Het Italiaanse elftal dat startte tegen Oostenrijk was gemiddeld 28,36 jaar. Dat is 1,73 jaar jonger dan het elftal van de Belgen aan de aftrap tegen Portugal.

4. Italië voetbalde al meer dan dubbel zoveel doelpogingen bij elkaar als België

De Rode Duivels beschikken over ongelofelijk veel aanvallend talent. Toch zien we dat na vier wedstrijden op EURO 2020 nog niet echt weerspiegeld worden in de cijfers. Met in totaal amper 38 doelpogingen staat België van de 24 deelnemende landen pas op plaats 18, tussen Turkije en Noord-Macedonië.

Helemaal bovenaan in die ranking vinden we met overschot Italië met een totaal van 87 doelpogingen. Zij gaan Denemarken (77 doelpogingen), Spanje (68), Zwitserland (60) en Frankrijk (57).

Een belangrijke nuance hierbij is wel dat het kanon van de Rode Duivels duidelijk heel wat scherper staat dan dat van hun concurrenten. 42 procent van hun doelpogingen belandden binnen het kader. Bij Italië is dat amper 26 procent.

De Italianen oefenen gisteren in München nog op afwerken naar doel – Bron: Xinhua/Shan Yuqi/CHINE NOUVELLE/SIPA/Isopix

5. België en Italië zijn de meest faire ploegen van het EK

Met amper drie gele kaarten elk mogen België en Italië zich de fairste ploeg van EURO 2020 noemen. Alleen Schotland kan dezelfde cijfers voorleggen, maar zij raakten niet door de groepsfase en speelden dus een wedstrijd minder. Als we daarnaast kijken naar het aantal begane fouten blijkt Italië met in totaal 42 fouten nog net iets fairer dan België met 47 fouten.

Het verschil met enkele andere kwartfinalisten is overigens niet zo groot. Zo kunnen Oekraïne (34 overtredingen en 4 gele kaarten), Spanje (40 overtredingen en 4 gele kaarten), Engeland (44 overtredingen en 4 gele kaarten), Denemarken (44 overtredingen en 4 gele kaarten) en Tsjechië (42 overtredingen en 5 gele kaarten). Enkel Zwitserland valt met 48 overtredingen en maar liefst 9 gele kaarten uit de toon.

(am)

Lees ook:

Meer
Lees meer...
Markten