J&J en AstraZeneca op zoek naar aanpassing Covid-19-vaccin door zeldzame bloedklonters

Johnson & Johnson (J&J), AstraZeneca (AZ) en de Universiteit van Oxford onderzoeken samen met externe wetenschappers het Covid-19-vaccin om de zeldzame bijwerking van bloedklonters tegen te gaan.

Waarom is dit belangrijk?

Om te kunnen herstellen van de pandemie, moet iedereen gevaccineerd worden. Ook mensen in armere delen van de wereld. J&J en AZ zouden het vaccinatieproces kunnen versnellen, mits iedereen vertrouwen heeft in de veiligheid van hun vaccins.

De onderzoekers, die gedeeltelijk onafhankelijke wetenschappers zijn, krijgen beetje bij beetje inzicht in hoe de klonters zich precies vormen. Het team hoopt dat ze de oorzaak snel vinden, zodat het vaccin al tegen volgend jaar veilig ingezet kan worden. Mensen die dicht tegen het team staan, zeiden in een reactie aan Wall Street Journal dat het nog te vroeg is om te zeggen of het vaccin wel echt aangepast kan worden en of dat nut heeft. De bijwerking van bloedklonters mag dan wel serieus zijn, ze is vooral erg zeldzaam.

Een woordvoerder van J&J zei dat het bedrijf voortdurend onderzoekt en analyseert terwijl ze sterk samenwerken met medische deskundigen en gezondheidsautoriteiten van over de hele wereld. AZ zegt ook actief samen te werken met toezichthouders en de wetenschappelijke gemeenschap om de zeldzame bloedklonters te begrijpen. Bovendien werken ze aan een vroege diagnose van die bijwerking en de behandeling ertegen.

Een vaccin aanpassen gaat echter niet zomaar. Onderzoekers moeten niet alleen wetenschappelijke hindernissen trotseren, er zijn er ook juridische. Een vaccin wijzigen kan ook de eigendomsrechten veranderen, er is dus ook wettelijke goedkeuring nodig. Dat kost tijd, en tijd is schaars tijdens een razende pandemie. Juridische kwesties zouden dus versneld kunnen worden, volgens de wetenschappers. “Net zoals de ontwikkeling van de vaccins in de eerste plaats.”

Zeldzaam

Het team zal uiteindelijk moeten afwegen in hoeverre het de tijd en moeite waard is. De kans op bloedklonters na een AZ-prik is ruwweg 1 tot 2 op 100.000. Dat cijfer werd berekend aan de hand van bloedklontergevallen in Europa en het Verenigd Koninkrijk (VK). 

In de Verenigde Staten (VS) is die kans nog kleiner. Daar krijgt slecht 0,3 op 100.000 mensen last van zo’n bijwerking. Het risico op bloedklonters verhoogt alleen als mensen op het moment van vaccinatie ook besmet zijn met het virus en ook al heel lang bloedverdunners gebruiken.

Toch is het AstraZeneca-vaccin niet langer toegestaan in de VS. In Europa en het VK wordt het vaccin enkel bij jongere volwassenen niet gebruikt. Die zouden namelijk meer kans hebben op een bloedstolling na het AZ-vaccin.

Beide bedrijven en de Universiteit van Oxford hebben gezegd dat de voordelen van de vaccins over het algemeen opwegen tegen de risico’s. 

Vertrouwen herwinnen

Als de twee vaccins de bloedstolling kunnen minimaliseren of zelfs elimineren, dan kunnen ze ingezet worden voor een breder publiek. 

Beide vaccinproducenten verkopen hun spuiten zonder winstoogmerk. Bovendien kunnen de twee maandenlang bij normale koeltemperaturen bewaard worden, in tegenstelling tot de andere vaccins. Die hebben ultrakoude temperaturen nodig, waardoor ze moeilijker ingezet kunnen worden op moeilijk bereikbare plekken. Voor die plaatsen zou het J&J-vaccin de beste keuze zijn, aangezien die al beschermt na één prik. 

De wetenschappers hopen dat ze de oorzaak snel vinden. Intussen werken ze ook aan een vaccin tegen de verschillende varianten. Die zal waarschijnlijk eerder klaar zijn dan het vaccin zonder het bloedklontereffect. 

(am)

Meer
Lees meer...
Markten