Interview met Anders-parlementslid Kjell Vander Elst – Deel 2: “We hebben nu nood aan een voorzichtige en terughoudende minister van Defensie, geen roekeloze”

Kjell Vander Elst is een van de weinige nieuwe gezichten binnen de Vlaamse liberalen. Als jong parlementslid zetelt hij in de commissie Defensie en volgt hij socio-economische dossiers op. In dit tweede deel van het interview met BusinessAM spreekt hij over Defensie en geopolitieke instabiliteit.

Voor uw partij zit u in de commissie Defensie. U volgt de veiligheidsdossiers op. Vanwaar die interesse?

Bij mijn eerste verkiezingscampagne kreeg ik de raad om een thema te kiezen dat mij ligt, maar ook jongeren aanspreekt. Toen ik voor Defensie en Veiligheid koos, kreeg ik te horen dat jongeren daar niet van wakker liggen, maar dat is een misvatting. Jongeren zijn daar wel mee bezig en maken zich zorgen, zeker ook over de binnenlandse veiligheid. Situaties waarin jonge meisjes zich ’s avonds onveilig voelen op straat grijpen mij echt aan. Vroeger gingen conflicten in het nieuws vooral over verre regio’s, waar we via de NAVO een beperkte rol speelden, maar vandaag woedt er oorlog op ons continent. Dat maakt defensie een bijzonder relevant en urgent thema, ook voor jongeren. Daarom heb ik daar bewust voor gekozen. Ik haal er geen plezier uit om meer geld aan defensie te besteden, maar in de huidige context is het wel noodzakelijk.

Vorig jaar legde de NAVO ons een nieuwe norm op. Moeten we naar de 3,5 procent bbp-uitgaven voor defensie gaan?

In de eerste plaats moeten we ervoor zorgen dat we de norm van twee procent halen, iets wat ik altijd heb gesteund. Wat goed is, zal ik ook steunen; ik voer geen oppositie om oppositie te voeren. Die stap was noodzakelijk en stond ook in ons verkiezingsprogramma. De NAVO legt nu een doelstelling van 3,5 procent op tegen 2035, en die engagementen zijn aangegaan, maar voorlopig mikt men in de militaire programmawet tegen 2034 op 2,5 procent, waardoor een deel van de inspanning wordt doorgeschoven. Meteen naar 3,5 procent gaan is vandaag budgettair niet haalbaar, en bovendien moet Defensie die middelen ook kunnen absorberen, wat voor de organisatie en de militairen een grote uitdaging is. Laten we eerst zorgen dat dat op orde is en hopen dat internationale spanningen afnemen, want zonder samenwerking en met een versnipperde aanpak dreigen die extra investeringen bijzonder duur uit te vallen.

Welke dossiers volgt u nog op in het parlement naast defensie en veiligheid?

Naast defensie en veiligheid werk ik ook steeds meer rond socio-economische dossiers. Zo volg ik onder meer het luchthavendossier op. Dat lijkt misschien een kleine niche, maar het is in werkelijkheid een van de belangrijkste economische pijlers van ons land. Bovendien ken ik tal van mensen die tewerkgesteld zijn in en rond de luchthaven van Zaventem.

Hoe doet minister Theo Francken het tot nu toe volgens u op Defensie?

Ik vind vooral dat we vandaag een eerder roekeloze minister van Defensie hebben. Hij kent zijn dossiers, is goed omringd en inhoudelijk worden er stappen in de juiste richting gezet, dat erken ik ook in de commissie. Maar als minister van Defensie ben je verantwoordelijk voor een cruciaal veiligheidsdepartement, en dan doen woorden ertoe. Vooral zijn communicatiestijl stoort mij. Op geopolitieke thema’s maakt hij soms analyses, zoals over de oorlog in Iran, zonder voldoende oog te hebben voor de bredere gevolgen, ook voor mensen hier. Op zulke momenten heb je nood aan een meer voorzichtige en terughoudende houding, en daar zitten wij als liberalen op een andere lijn. De investeringen in defensie zijn noodzakelijk, maar gezien de budgettaire context moeten we daar omzichtig mee omgaan. Als men bij elke aankoop op de foto gaat staan, dreigt het draagvlak voor die uitgaven op termijn ook af te brokkelen. Men mag absoluut geen plezier halen uit het uitgeven van geld aan wapens. Het is noodzakelijk, maar trots of fierheid daarover werkt contraproductief.

Welke zaken kunnen voor u beter op het Defensiebeleid?

We dragen als politiek collectief verantwoordelijkheid voor het uitkleden van het defensieapparaat in de voorbije decennia. Het vredesdividend hebben we te snel geïncasseerd. We zijn daarin naïef geweest en hebben te laat geschakeld. Dat is ook een mea culpa van mijn partij, maar dat zou eigenlijk van het hele politieke systeem moeten zijn. De keuzes die vandaag worden gemaakt, zoals het aanvullen van munitievoorraden, het vernieuwen van gevechtsvliegtuigen en de aankoop van een derde fregat, zijn logisch en noodzakelijk, en die steunen we ook. Maar doen alsof dat plots het gevolg is van één persoon die het licht heeft gezien, is overdreven. Het is vooral de geopolitieke realiteit die ons daartoe heeft gedwongen.

Veroordeelt u de militaire actie van Trump in Iran?

Absoluut. Ik heb zelf veel contact met de Iraanse gemeenschap en heb veel respect voor hun strijd voor vrijheid en democratie. Er is geen gruwelijker regime dan dat van de ayatollahs. Maar denken dat je via militaire aanvallen, zonder duidelijke exitstrategie, plots een democratische beweging op gang brengt, is volgens mij een misvatting. We hebben gezien hoe dat is afgelopen in Afghanistan en Irak, waar zulke interventies uiteindelijk hebben geleid tot instabiliteit en terreur. Dat niemand in de regering het aandurft een illegale inval zo te benoemen, kan ik niet begrijpen. N-VA lijkt nu bij te sturen, maar het verbaast me dat de regering niet eenduidig kan communiceren dat dit niet de juiste manier is. Het toont nogmaals het verschil tussen onze partij en N-VA. Oorlogsvoering moet altijd en overal het allerlaatste redmiddel zijn, en ondertussen zit Europa met de gebakken peren. Trump wil ons ook daarin meesleuren. Ik zeg daar carrément nee tegen.

Zijn we als Europa ook niet te afhankelijk van dat soort regimes?

Dat klopt, en we moeten werken aan strategische onafhankelijkheid en autonomie, maar dat is een werk van lange adem. Je bouwt hier niet zomaar een nieuwe kerncentrale. De vorige regering verlengde bestaande centrales, de huidige wil nieuwe bouwen, en ik wens hen veel succes met het vergunningenbeleid in Vlaanderen (sarcastisch). Het zal nog jaren duren voor we energieonafhankelijker zijn, maar je moet nu wel maatregelen nemen voor de bevolking. Een voorbeeld is het omgekeerde cliquetsysteem, waarbij accijnzen dalen zodra de brandstofprijs stijgt. Dat kan niet alleen veel mensen ontlasten, maar ook de industrie en transportbedrijven.

Ons land zou onder VN-vlag mee ondersteunen

Daar ben ik niet tegen. Onder internationaal mandaat meehelpen een verdedigingslijn te bouwen kan voor mij. We doen dat momenteel zelfs, bijvoorbeeld op de Rode Zee. Maar we moeten niet voor Trump zijn schoon ogen gaan helpen. Hij is de oorlog gestart en hij moet het ook oplossen. Daarna kunnen we zien hoe onze economische veiligheidsbelangen gestabiliseerd worden.

Op ons continent woedt er ook al meer dan vier jaar een oorlog, in Oekraïne. Doen ons land en Europa genoeg om hen te ondersteunen?

Ik vrees van niet. De Oekraïners zitten op hun tandvlees en vechten voor onze Europese vrijheid. Dit is geen conflict tussen Oekraïne en Rusland alleen, maar een aanval op Europa. Voor Rusland is het een stap richting destabilisatie in het westen. Europa moet sinds de gedeeltelijke terugtrekking van Trump bijschakelen om Oekraïne te steunen. Dat Orbán tegenhoudt wat nodig is, is een absolute schande, en men moet zich afvragen of hij nog wel in het Europese project past. Onze prioriteit moet Oekraïne blijven: Rusland terugdringen en op het juiste moment een staakt-het-vuren realiseren, zodat Oekraïne zijn land kan heropbouwen.

Premier Bart De Wever zei onlangs dat we na een vredesakkoord de banden met Rusland moeten normaliseren. Stel: er is een vredesakkoord, moeten we dan nog decennialang die sancties tegen Rusland aanhouden of kan er dan voor u van een normalisatie gesproken worden?

Het probleem met die uitspraak is dat De Wever de kar voor het paard spant. We zitten midden in een lopend conflict met Rusland, waarbij Europa alle zeilen moet bijzetten om Oekraïne te steunen. Op zo’n moment dergelijke uitspraken doen, speelt Rusland alleen maar in de kaart en is bijzonder onverstandig. Pas na een staakt-het-vuren en het herstel van een vredessituatie kan er weer constructief overleg plaatsvinden. Oekraïne zit nu in de loopgraven en smeekt om steun, terwijl sommige spelers, zoals Trump, afstand nemen. Dat Europa en België dan juist extra inzet moeten tonen, wordt zo bemoeilijkt door zulke uitspraken. Voor een stichtend lid van de EU en de NAVO is dit niet te begrijpen. Het staat volledig los van het streven naar vrede. Het feit dat Orbán die uitspraak toejuicht, zegt al genoeg.

Hij voelt misschien ook de druk van de Antwerpse industrie?

Dat kan, maar er is een groot verschil tussen spreken over het herstellen van banden nadat Oekraïne territorium heeft teruggewonnen en doen alsof dat nu al kan. Het is de kar voor het paard spannen. Zolang Poetin de Oekraïense bevolking blijft bombarderen, kun je niet over normalisering spreken. Die uitspraak is op dit moment in alle opzichten verkeerd.

Is er nog voldoende draagvlak bij de bevolking om Oekraïne verder te blijven steunen? In 2022 hebben zij het gevoeld in hun portemonnee…

Ik hoop van wel, en als dat niet zo is, moeten wij als politiek systeem beter uitleggen hoe belangrijk deze steun is. Als Poetin verder opschuift, wordt het gevaar voor Europa groter. We moeten blijven benadrukken waarom Oekraïne stand moet houden. Dat kost geld, maar als de steun wegvalt, zal de financiële situatie op lange termijn slechter zijn. Europa is een economische macht, maar we moeten ook militair sterk zijn, zodat niemand zomaar over ons heen kan lopen. Die steun aan Oekraïne is cruciaal, en ik zal dat tot de laatste dag blijven verdedigen.

Op welke zaken moeten België en Europa nu vooral inzetten?

Ten eerste strategische autonomie en onafhankelijkheid, vooral op energiegebied, met een gezonde energiemix, zodat we buitenlandse schokken kunnen opvangen. Daarnaast een écht Europese eengemaakte economische markt, want er bestaan nog te veel barrières. Hierin steunen we ook de aanpak die de premier op Europees niveau volgt. Ten slotte een Europese defensie: we kunnen erover praten wat dat precies inhoudt, maar voor mij draait het vooral om gezamenlijke aankopen en systemen die met elkaar kunnen communiceren. Europese defensie is vooral een afschrikking, zodat niemand met onze voeten kan spelen, iets wat in de huidige veranderende wereld essentieel is.

Ook een Europees leger?

Dat is een prachtig, idealistisch systeem en een mooi einddoel, maar praktisch moeilijk realiseerbaar. We zijn nog veraf van één commando en één Europese minister van Defensie. Je zal veel weerstand krijgen als een ander Europees land zou bepalen hoeveel Belgen naar een front moeten. Voor nu is het belangrijk dat we de defensiemarkt op elkaar afstemmen en zorgen dat onze systemen met elkaar verbonden zijn. Dat moet de prioriteit zijn; er wordt te veel op papier gezet en te weinig actie ondernomen.

Lees hier het eerste deel:
Interview met Anders-parlementslid Kjell Vander Elst – Deel 1: “Het blijft bij aankondigingspolitiek, terwijl het begrotingstekort alleen maar groter wordt”

Wil je meer defensienieuws ontvangen? Schrijf je hier in op onze wekelijkse Defensie Insider-nieuwsbrief.

Volg Business AM ook op Google Nieuws

Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.