Het debat over de Europese langetermijnbegroting laait op

Het Ierse voorzitterschap van de Raad van de EU streeft ernaar om tegen het einde van dit jaar overeenstemming te bereiken over de langetermijnbegroting van de EU. Een akkoord op een later tijdstip kan alles nog ingewikkelder maken vanwege nationale verkiezingscampagnes, bijvoorbeeld in Frankrijk. Toch is dit behoorlijk ambitieus. In 2025 stelde de Europese Commissie voor om tussen 2028 en 2034 ongeveer 2000 miljard euro uit te geven. Dat betekent een enorme stijging ten opzichte van de begroting van 1,3 biljoen euro voor 2021-2027. Het voorstel stuitte onmiddellijk op felle weerstand van de netto-betalende EU-lidstaten. De onderhandelingen lijken moeilijker dan ooit.

In juni kwam het Cypriotische EU-voorzitterschap met een compromisvoorstel, waarbij een bescheiden 33 miljard euro zou worden bezuinigd, maar ook dat kon niet op veel bijval rekenen. De Duitse regering verwierp het voorstel zonder meer als „onbetaalbaar“ en stelde in plaats daarvan een bezuiniging van 400 miljard euro voor. In een intern document waarschuwde zij dat „in de huidige situatie een akkoord onmogelijk is“. Ook wees zij erop dat zelfs als de door Duitsland voorgestelde bezuiniging van 400 miljard euro op het oorspronkelijke voorstel van de Commissie zou worden aangenomen, de langetermijnbegroting van de EU nog steeds 27 procent groter zou zijn dan de huidige, waardoor de jaarlijkse bijdrage van Duitsland tot boven de 50 miljard euro zou stijgen.

Een deel van het probleem is dat de EU moet beginnen met het terugbetalen van het geld dat de Europese Commissie heeft geleend om het zogenaamde „coronaherstelfonds“ te financieren. Zoals verwacht ging de besteding van deze middelen, die een 800 miljard euro bedroegen, gepaard met fraude en verduistering. Vorig jaar al publiceerde de Rekenkamer van de EU, de interne financiële waakhond van de EU, hierover een vernietigend rapport. Ivana Maletić, lid van de Kroatische Rekenkamer, omschreef de manier waarop de EU-covid-herstelfondsen werden besteed als „volstrekt absurd“ en zei: „EU-beleidsmakers zouden dergelijke instrumenten in de toekomst niet mogen toestaan, tenzij ze eerst beschikken over informatie over de werkelijke kosten en de uiteindelijke ontvangers. Ze moeten ook een duidelijk antwoord hebben op de vraag wat burgers daadwerkelijk voor hun geld krijgen.“

Desondanks dringen onder meer de linkse Spaanse regering en ECB-voorzitter Christine Lagarde nu al sterk aan op nog meer gezamenlijk uitgegeven schuld.

Het oorspronkelijke idee was dat de EU-uitgaven zouden moeten worden verschoven van landbouw en regionale subsidies naar nieuwe uitdagingen, met name defensieaankopen, energie en technologisch onderzoek. In de praktijk zijn de gevestigde belangen die al die uitgaven ontvangen – die door de jaren heen eveneens zware kritiek hebben gekregen van de Rekenkamer van de EU – er echter in geslaagd het Cypriotische voorzitterschap tegen te houden om daadwerkelijke bezuinigingen door te voeren. De boerenlobby is sterk in Ierland en de Ierse minister van Europese Zaken, Martin Heydon, heeft zojuist het verspillende en fraudegevoelige „Gemeenschappelijk Landbouwbeleid“ „een integraal onderdeel van onze toekomst“ genoemd, dus het is onwaarschijnlijk dat we met het nieuwe Raadsvoorzitterschap veel verandering zullen zien.

Een EU-heffing op suiker?

Om „business as usual“ te financieren en de EU-covid-schuld af te lossen, heeft de Europese Commissie „eigen middelen“ voorgesteld – in gewone taal: EU-belastingen. Vorige maand waarschuwde de instelling de EU-leiders dat het uitblijven van overeenstemming over dergelijke nieuwe EU-brede belastingen zou kunnen leiden tot bezuinigingen van wel 40 procent in de volgende langetermijnbegroting. Een diplomaat vertrouwde toe dat uit de simulatie bleek dat, als landbouw- en regionale subsidies zouden worden gevrijwaard, bezuinigingen op ‘modernisering’ – de nieuwe uitdagingen, zoals defensieaankopen – wel 80 procent zouden kunnen bedragen.

Vorig jaar stelde de Commissie vijf soorten EU-belastingen voor: heffingen op tabak, e-afval en bedrijven, evenals inkomsten in verband met koolstofbeprijzing en broeikasgasemissies.

Polen en Italië zijn fel tegen koolstofbelasting en dringen in plaats daarvan aan op opschorting van het EU-emissiehandelssysteem (ETS), dat zij terecht zien als een grote last voor het Europese concurrentievermogen, aangezien het ertoe bijdraagt dat de aardgasprijs in de EU tot vijf keer het niveau van die in Amerika wordt opgedreven.

Duitsland en vele andere regeringen zijn dan weer fel gekant tegen een EU-vennootschapsbelasting.

Zweden heeft zich fel verzet tegen de voorgestelde EU-tabaksbelasting, die de EU jaarlijks minstens 11,2 miljard zou opleveren, en noemde deze „volstrekt onaanvaardbaar“. De Zweedse regering klaagde daarbij ook dat de Commissie niet alleen tabaksproducten wil aanpakken via aanzienlijk hogere minimumaccijnzen, maar ook op nicotine gebaseerde alternatieven voor tabak, via voorgestelde herzieningen van de relevante EU-wetgeving, waarbij ze de sterk verschillende gezondheidsimpact van die verschillende producten straal negeert.

Naar verluidt bespreekt de EU nu nog een ander alternatief: een heffing op suiker. Het laatste wat Europa nodig heeft, is nog meer belastingheffing op EU-niveau, zeker vanuit het oogpunt van democratische verantwoording. Als de Commissie er echter op staat nieuwe belastingen te presenteren als maatregelen voor de volksgezondheid, dan is er bij suiker in ieder geval wel een wetenschappelijke basis. Overmatige suikerconsumptie wordt sterk in verband gebracht met obesitas, diabetes en hart- en vaatziekten.

Het contrast met het tabaksbeleid is moeilijk te negeren. De Commissie wil immers hogere belastingen, niet enkel op sigaretten, maar ook op rookvrije producten met nicotine die bij lange na niet hetzelfde gezondheidsrisico met zich meebrengen. Dat de Commissie suiker wil aanpakken op basis van bewezen gezondheidsschade, terwijl tegelijkertijd onderling verschillende nicotineproducten worden belast alsof ze even gevaarlijk zijn, doet vragen rijzen over het gezondheidsargument van de Commissie. Het genereren van inkomsten, eerder dan volksgezondheid, lijkt dan voorop te staan. 

Wat nu?

In juni prees Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, het al als „uitstekend nieuws“ dat de EU-lidstaten een „voorlopige overeenkomst (…) hadden bereikt over het standpunt van de Raad inzake de belangrijkste bouwstenen voor de EU-begroting“. Ze verklaarde: „De lidstaten steunen de ambitie van de Commissie voor een eenvoudigere en moderne EU-begroting. Een begroting die investeert in de prioriteiten van Europa, zoals concurrentievermogen, veiligheid, landbouw, cohesie en de mondiale rol van Europa.”

De vraag is of er werkelijk veel vooruitgang is geboekt in de richting van een akkoord. Ierland is nu bezig met de voorbereiding van een zogenaamde ‘nego box’ voor de bijeenkomst van de EU-leiders medio oktober.

Echte vooruitgang zou in feite ook neerkomen op enorme bezuinigingen op de EU-begroting. In 2019, tijdens de vorige onderhandelingen over de langetermijnbegroting van de EU, presenteerde ik een paper aan de EU-commissie van het Duitse parlement waarin ik de problemen met de EU-uitgaven samenvatte. Vrijwel geen van de problematische aspecten die ik aan de kaak stelde – verspillende en fraudegevoelige landbouw- en regionale subsidies, evenals de steeds grotere uitgaven voor de bureaucratie van de EU – zijn sindsdien aangepakt. Integendeel, er zijn juist veel extra uitgaven voor „groen“ beleid, defensie en natuurlijk het „covid-herstelfonds“ aan de rekening voor de belastingbetalers toegevoegd.

Misschien zou het een goed begin zijn als de Europese Commissie zou stoppen met haar pogingen om het onderhandelingsproces te beïnvloeden door duidelijk partij te kiezen voor degenen die willen dat de EU meer geld uitgeeft. Het is zelfs zo ver gekomen dat de EU-commissaris voor Begroting, Piotr Serafin, de „zuinigen“ – een groep landen die aandringen op een kleinere EU-begroting – openlijk heeft aangespoord om minder tegenstand te bieden. Hij deed zelfs de gewaagde uitspraak dat „een grotere EU-begroting jullie minder zal kosten“, waarbij hij schaalvoordelen als argument aanvoerde.

Nog los van de rapporten van de Rekenkamer van de EU: Met de regelmaat van de klok komen voorbeelden van verspilling van EU-middelen in de media, over de jaren heen, van de tandarts in Cosenza die twintig jaar geleden EU-middelen gebruikte om een gele Ferrari Testarossa te kopen, tot een onbruikbare, door de EU gefinancierde „uitkijktoren“ in Hongarije meer recent. Natuurlijk is er ook verspilling op nationaal niveau, maar het is duidelijk dat het verspillen van EU-middelen aan dit soort projecten niet bepaald de schaalvoordelen oplevert die de EU-commissaris als argument hanteert.

De Europese Commissie reageerde op uitspraken van onder meer de Nederlandse minister van Financiën Eelco Heinen, die scherpe kritiek uitte op het Cypriotische voorstel voor de EU-begroting. Hij zei: „Dit laat precies zien hoe je het niet moet aanpakken.”

Over de zogenaamde ‘onderhandelingsbox’ die Cyprus heeft voorgesteld, met bezuinigingen op de EU-uitgaven van in totaal slechts 33 miljard euro, merkte hij op:

“Voor Nederland is dit een no-go-box. (…) Het is onbetaalbaar, onevenwichtig en heeft de verkeerde focus. Het totale volume blijft veel te hoog in een tijd waarin de begrotingsruimte in heel Europa beperkt is en moeilijke keuzes onvermijdelijk zijn.”

Het idee van een dergelijke grote stijging van de EU-uitgaven zou voor iedereen een ‘no-go-box’ moeten zijn.

Volg Business AM ook op Google Nieuws

Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

Voeg businessam.be toe als preferred source op Google
Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.