Key takeaways
- De prevalentie van cyberpesten verschilt aanzienlijk binnen Europa door een combinatie van technologische, culturele en institutionele factoren.
- De COVID-19 pandemie heeft de mogelijkheden voor cyberpesten vergroot door een grotere afhankelijkheid van digitale platforms voor sociale interactie te bevorderen.
- Meisjes zijn vaker het doelwit van cyberpesten dan jongens, misschien door hun grotere betrokkenheid bij socialemedia-activiteiten die hen vatbaar maken voor relationele agressie.
Cyberpesten is een urgent probleem voor kinderen en tieners in heel Europa. Alle 29 Europese landen die onderzocht zijn, melden een toename. Dat blijkt uit onderzoek van de OESO. Hoewel de percentages sterk verschillen, waarbij de Baltische staten, het Verenigd Koninkrijk en Ierland hogere percentages kennen, is het essentieel om de factoren te begrijpen die bijdragen aan deze verschillen.
Technologische, culturele en institutionele factoren
Volgens experten zijn deze verschillen te wijten aan een complex samenspel van technologische, culturele en institutionele factoren. Technologische factoren zijn onder andere internettoegang, smartphone-penetratie en de prevalentie van specifieke online platforms. Die hebben allemaal invloed op de frequentie en aard van de online interacties van jongeren. Culturele normen met betrekking tot het oplossen van conflicten, communicatiestijlen en aanvaardbare agressieniveaus spelen ook een rol. Samenlevingen die toleranter staan tegenover verbale vijandigheid of indirecte agressie laten vaak hogere percentages cyberpesten zien. Institutionele factoren zoals onderwijs in digitale geletterdheid, preventieprogramma’s op school en betrokkenheid van ouders bij online veiligheid dragen bij aan nationale verschillen in de prevalentie van cyberpesten.

