China wil af van buitenlandse computers en gaat 50 miljoen stuks dumpen

Chinese overheidsinstanties en staatsbedrijven kregen begin mei het bevel om buitenlandse computers buiten te gooien.

Peking wil definitief komaf maken met de aanwezigheid van buitenlandse technologie binnen zijn belangrijkste vestigingen. Al jarenlang probeert China geïmporteerde tech te vervangen met lokale alternatieven om zijn afhankelijkheid van geopolitieke rivalen zoals de VS af te bouwen. 

Begin mei kregen werknemers van centrale overheidsinstanties en staatsbedrijven echter het bevel om binnen de twee jaar hun buitenlandse computers te vervangen met Chinese producten, rapporteert Bloomberg vrijdag. Hierdoor zouden zeker zo’n 50 miljoen buitenlandse computers op de schroothoop belanden, zeiden insiders van de centrale overheid tegen Bloomberg. 

Ongetwijfeld zullen ook de verkoopcijfers van computerbedrijven zoals HP en Dell lijden onder het verdict van Peking. Lenovo, een Chinese computerfabrikant, zag de koers van zijn aandeel vrijdag al stijgen met 2 procent op de aandelenmarkt van Hongkong in reactie op het nieuws. Ook de aandelen van andere Chinese hardware en softwareproducenten zagen vrijdag een hausse.

Het gevolg van de Amerikaanse zwarte lijst

De drang van Peking om buitenlandse techbedrijven buiten te werken, ontstond wellicht vanaf het moment dat de Amerikaanse overheid actief Chinese bedrijven op een zwarte lijst begon te plaatsen. Sancties tegen grote spelers zoals Huawei waren namelijk dramatisch voor lokale Chinese ondernemingen. 

Sinds 2021 heeft de Chinese overheid zijn inspanningen om buitenlandse technologie te weren fors opgevoerd, weet Bloomberg. Een geheime overheidsorganisatie zou de bevoegdheid gekregen hebben om lokale leveranciers van “gevoelige technologie”, zoals cloudstorage en computerchips, te onderzoeken voor ze een toelating krijgen om producten op de markt te brengen.

Het de facto verbod op het gebruik van buitenlandse computers binnen staatsbedrijven onderstreept het vertrouwen dat China in zijn opkomende techbedrijven heeft, maar ook dat het zich zorgen maakt om de beveiliging van zijn informatiestructuur. Lenovo, Huawei en Inspir zijn dan ook enkele van de grootste producenten van laptop en servers ter wereld, stipt Bloomberg aan.

Buiten computers zullen wellicht ook moeilijk te vervangen onderdelen op de zwarte lijst van de Chinese overheid terechtkomen, alsook microprocessors, denken de insiders. Bovendien zullen buitenlandse besturingssystemen in de problemen komen. Windows van Microsoft zal vermoedelijk actief vervangen worden door Linux.

Wie meespeelt met Peking zal uiteindelijk toch verliezen

Het besluit van China om buitenlandse technologie de rug toe te keren, toont ten slotte ook aan dat het voor westerse bedrijven ongelofelijk riskant is om de Chinese markt te betreden. Wie meespeelt met de Chinese overheid en zwicht voor zijn vaak arbitraire spelregels, zal uiteindelijk toch verliezen.

Dat zal vooral pijnlijk duidelijk worden voor de Amerikaanse microprocessor-fabrikant Intel. Eind vorig jaar verontschuldigde Intel zich aan Chinese klanten omdat het producenten uit de provincie Xinjiang, die mogelijk Oeigoerse dwangarbeiders gebruiken, op een zwarte lijst zette. Intel wou zo voorkomen dat het niet geweerd werd uit China, maar verloor wel heel wat respect in eigen land. Nu wordt Intel toch gestraft door China, ondanks dat het destijds gretig meespeelde met de wensen van Peking.

(lb)

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20