Nu de inflatie wereldwijd blijft stijgen, proberen de centrale banken in veel landen de stijgende prijzen te temperen door de rente te verhogen. Een vrij logische reactie, maar sommige economen en instanties merken op dat er nood is aan gecoördineerde acties.
De banken trekken na jaren van een soepel geldbeleid aan de handrem. Denk bijvoorbeeld aan de recente renteverhogingen van de Federal Reserve en de Europese Centrale Bank (ECB). Die twee monetaire instellingen hebben deze maand beslist om de rente te verhogen met 75 basispunten.
Het doel van die verhogingen is eenvoudig: de vraag naar goederen en diensten afremmen en tegelijkertijd huishoudens en bedrijven geruststellen dat er maatregelen zullen worden genomen om de inflatie in het komende jaar onder controle te houden.
Egocentrisme
Sommige economen en instanties vrezen dat de centrale banken te ver gaan en zo de economische groei wereldwijd meer pijn doen dan nodig is. Dat schrijft Wall Street Journal. “Het gevaar nu … is niet zozeer dat de huidige en geplande maatregelen er niet in slagen de inflatie te beteugelen. Het is dat ze collectief te ver gaan en de wereldeconomie in een onnodig ernstige krimp slepen,” schrijft Maurice Obstfeld, de voormalige hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds, in een nota.
Er zijn namelijk weinig aanwijzingen dat centrale banken in verschillende landen zich zorgen maken over de gevolgen van hun besluit voor hun evenknieën. Tijdens de laatste vergadering benadrukte de Amerikaanse centrale bank nogmaals dat zij de rente zo lang als nodig is zal blijven verhogen en dat zij voor haar volgende twee vergaderingen verdere verhogingen met 1 tot 1,25 procentpunt plant.
“En dat geldt ook (in mindere mate) voor Canada, Mexico, Chili, Colombia, Peru, de eurozone, Hongarije, Israël, Polen, Roemenië, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea, India, Maleisië en Thailand”, zeggen de economen van JPMorgan.
Maar door zich te concentreren op hun eigen land of regio versterken centrale banken de buitensporige verkrapping op mondiaal niveau, waardoor andere monetaire instellingen op hun beurt de rente ook optrekken. “De cumulatieve effecten van de internationale overloopeffecten van de sterk gesynchroniseerde verkrapping van het monetaire en begrotingsbeleid zouden meer schade aan de groei kunnen toebrengen dan zou worden verwacht op basis van een eenvoudige optelling van de effecten van de beleidsmaatregelen van de afzonderlijke landen”, aldus de Wereldbank.
De vraag is of het niet beter zou zijn om overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijke strategie om een inherent mondiaal probleem aan te pakken?
Een internationale coördinatie
Het risico op een wereldwijde groeivertraging zou kunnen worden verkleind indien de verschillende centrale banken de mondiale inflatie gezamenlijk zouden aanpakken, zoals zij in het verleden hebben gedaan, met name in 1985 en 1987, toen de ontwikkelde economieën gezamenlijk optraden om de dollar te drukken en vervolgens te ondersteunen.
Maar het kader is niet hetzelfde als toen, aldus Fed-voorzitter Jerome Powell. “We bevinden ons in zeer verschillende situaties”, zei hij tijdens de laatste bijeenkomst, waarbij hij opmerkte dat de centrale banken van de wereld contact met elkaar hadden, maar dat dat beperkt bleef tot het delen van informatie in plaats van een gezamenlijke coördinatie.
Nationale beleidsmakers moeten echter rekening houden met de “potentiële overloopeffecten van een nationaal beleid op mondiaal niveau”, adviseert de Wereldbank. “Informele coördinatie zou nuttig zijn”, aldus Philipp Heimberger, econoom aan het in Wenen gevestigde Instituut voor Internationale Economische Studies. “Men moet bij het uitstippelen van het rentebeleid rekening houden met wat andere centrale banken doen. Dat zou alles veranderen.”
Hij betoogt dat de Federal Reserve het effect van haar beleidsbeslissingen op andere landen in de wereld onderschat – en verwaarloost. Daarom moet zij “ernstig overwegen welke gevolgen haar cyclus van renteverhogingen heeft” voor de elders gevolgde strategie.
(ns)