Begint vandaag in Noorwegen het post-petroleumtijdperk?

De Noren trekken vandaag naar de stembus voor parlementsverkiezingen en er staat veel op het spel. 

Noorwegen pompt 1,7 miljoen vaten per dag op en is daarmee de grootste petroleumproducent van Europa. In het Scandinavische land zijn 200.000 jobs rechtstreeks of onrechtstreeks afhankelijk van het zwarte goud. Het Noorse staatsfonds heeft een waarde van 1.200 miljard euro, gespijsd door inkomsten uit de verkoop van petroleum. Dat is 226.000 euro per Noor. Petroleum is dan ook goed voor 42 procent van alle Noorse export. De keerzijde van deze medaille is dat deze export jaarlijks ook verantwoordelijk is voor de uitstoot van 400 miljoen ton CO2 (gas + petroleum).

De parlementsverkiezingen gaan in tegenstelling tot in andere landen niet over het management van de pandemie, maar staan in het teken van het post-petroleumtijdperk, dat door de oppositiepartijen wordt gepromoot. Hoe de nieuwe coalitie eruit zal zien blijft afwachten.

De conservatieve regerende premier Erna Solberg haalt in de peilingen 19 procent van de stemmen. Dat is minder dan Jonas Gahr Støre, die de Arbeiderspartij leidt. Hij kan rekenen op 24 procent van de stemmen, maar koestert meer sympathie voor de conservatieve plannen van Solberg, dan voor de ideeën van de Socialisten (9 procent) en Groen (5 procent). De ecologen willen dat het land ten laatste in 2035 stopt met boren naar olie.

Støre daarentegen wil inzetten op de creatie van groene jobs, net als… Solberg.

Meer
Lees meer...
Markten