Key takeaways
- De Amerikaanse marine evalueert ontwerpen voor fregatten uit Japan, Zuid-Korea en Turkije om haar vloot snel uit te breiden.
- Deze ‘Finland-model’-strategie houdt in dat schepen eerst in het buitenland worden gebouwd om binnenlandse achterstanden te omzeilen, waarna de productie wordt verplaatst naar Amerikaanse scheepswerven.
- Die plannen zijn er omdat de Amerikaanse marine dringend nood heeft aan fregatten, zeker nu China een voorsprong neemt op het vlak van scheepsbouw.
De Amerikaanse marine evalueert momenteel drie internationale fregatontwerpen als mogelijke uitbreidingen van haar vloot. Het gaat om de Japanse Mogami-klasse, de Zuid-Koreaanse Chungnam-klasse en de Turkse Istanbul-klasse.
Dit onderzoek vloeit voort uit een richtlijn van de regering-Trump om de maritieme capaciteiten snel uit te breiden door gebruik te maken van schepen die zijn ontworpen door bondgenoten. Tegelijkertijd zal gekeken worden om de tanende Amerikaanse scheepsbouwsector nieuw leven in te blazen.
Fins model
Dit initiatief sluit aan bij het ‘Finland-model’, een strategie waarbij een eerste groep schepen in buitenlandse werven wordt gebouwd voordat de productie wordt verplaatst naar binnenlandse faciliteiten. Deze aanpak weerspiegelt een eerdere overeenkomst met betrekking tot ijsbrekers van de Amerikaanse kustwacht.
Het doel van de regering is om de huidige achterstanden in de binnenlandse scheepsbouw te omzeilen en snel schepen in te zetten die geschikt zijn voor onderzeebootbestrijding, oppervlaktegevechten en konvooibescherming.
Dringende behoefte
De dringende behoefte aan fregatten vloeit voort uit een decennium van problemen bij de aanschaf. Na de buitengebruikstelling van de Oliver Hazard Perry-klasse in 2015 voldeden de Littoral Combat Ships (LCS) niet aan de operationele verwachtingen. Latere pogingen, zoals de Constellation-klasse, mislukten door buitensporige ontwerpwijzigingen die de voordelen van de Europese oorsprong tenietdeden.
Hoewel er een nieuw FF(X)-programma op basis van kustwachtvaartuigen loopt, zullen de eerste versies cruciale Vertical Launch Systems (VLS) missen, waardoor er een capaciteitskloof ontstaat die door buitenlandse ontwerpen zou kunnen worden opgevuld.
Japanse Mogami-klasse
Van de kandidaten staat de Japanse Mogami-klasse hoog aangeschreven vanwege haar stealth-eigenschappen en veelzijdigheid. Deze multifunctionele schepen zijn uitgerust met geavanceerde AESA-radar en kunnen alles aan, van mijnenbestrijding tot luchtverdediging.
Een grotere variant met uitgebreide VLS-capaciteit wordt al aangeschaft door Australië, waardoor de productielijnen actief blijven. Deze gemeenschappelijkheid zou de VS aanzienlijke logistieke voordelen bieden in de Stille Oceaan.
Zuid-Koreaanse Chungnam-klasse
De Zuid-Koreaanse Chungnam-klasse biedt een robuuste balans tussen antischip- en onderzeebootbestrijdingscapaciteiten. Deze schepen maken gebruik van een zeer efficiënt gecombineerd diesel-elektrisch of gas-aandrijfsysteem en beschikken over een geïntegreerde mast en een K-VLS met 16 cellen.
Zuid-Koreaanse bedrijven zoals Hanwha en Hyundai breiden hun aanwezigheid op de Amerikaanse scheepsbouwmarkt al agressief uit, onder meer door in te schrijven op aanbestedingen voor Amerikaanse scheepswerven, wat de integratie van dit ontwerp zou kunnen vergemakkelijken.
Turkse Istanbul-klasse
De Turkse Istanbul-klasse is weliswaar kleiner dan de andere twee opties, maar biedt een flexibel multifunctioneel platform. Deze klasse is ontwikkeld in het kader van het MILGEM-programma en beschikt over het schaalbare MiDLAS VLS, dat geschikt is voor diverse soorten raketten.
De ervaring van Turkije met het moderniseren van voormalige fregatten van de Amerikaanse marine wijst op een ontwerpfilosofie die goed aansluit bij de Amerikaanse operationele geschiedenis.
Politische weerstand en juridische hindernissen
Ondanks deze opties stuit het plan op hevige politieke tegenstand. Velen in het Congres zijn bezorgd dat de aankoop van buitenlandse oorlogsschepen de binnenlandse industriële basis verder zal uithollen. De huidige wetgeving vereist een ontheffing op grond van nationale veiligheid voor dergelijke aankopen, en er zijn wetgevende initiatieven om deze praktijk volledig te verbieden.
Het Witte Huis stelt dat het ‘Finland-model’ juist de binnenlandse groei ondersteunt door van buitenlandse partners te eisen dat zij in Amerikaanse scheepswerven investeren en Amerikaanse werknemers in dienst nemen. Het succes van deze strategie hangt echter af van de vraag of Amerikaanse scheepswerven snel genoeg kunnen opschalen om de productie op te vangen en of de marine de neiging kan weerstaan om deze ontwerpen te veel op maat te maken, een fout die eerder het Constellation-programma deed ontsporen. (fc)
Wil je meer defensienieuws ontvangen? Schrijf je in op onze wekelijkse Defensie Insider-nieuwsbrief
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

