Key takeaways
- Ongeveer 12,4 procent van de Belgische huishoudens kan zich geen drinkwater van goede kwaliteit veroorloven.
- Brussel heeft het zwaarst te lijden. Bijna een op de vier gezinnen kampt met waterarmoede.
- Welgestelde huishoudens profiteren het meest van dalende kosten, terwijl gemarginaliseerde groepen kwetsbaar blijven.
Uit recente bevindingen van de Barometer Waterarmoede, een studie in opdracht van de Koning Boudewijnstichting, blijkt dat ongeveer 12,4 procent van de Belgische huishoudens moeite heeft om voldoende en kwalitatief hoogwaardig drinkwater te betalen.
Stedelijke uitdagingen
De crisis is het meest acuut in Brussel, waar bijna een op de vier gezinnen (23,2 procent) te maken heeft met waterarmoede. Dit hoge percentage wordt toegeschreven aan een combinatie van lagere gemiddelde inkomens en de dichtbebouwde stedelijke omgeving van de regio, waardoor bewoners minder goed gebruik kunnen maken van alternatieve bronnen zoals waterputten of systemen voor het opvangen van regenwater.
Daarentegen is de situatie minder ernstig in Wallonië en Vlaanderen, waar de percentages respectievelijk 15,6 procent en 8,5 procent bedragen.
Waterkosten
Interessant genoeg zijn de voor inflatie gecorrigeerde waterkosten tussen 2021 en 2024 met gemiddeld 12 procent gedaald. Die besparingen zijn echter niet gelijk verdeeld. Rijkere huishoudens profiteren hier het meest van.
Maatschappelijke ongelijkheid
Uit de gegevens blijkt dat de kwetsbaarheid het grootst is onder degenen die al met armoederisico’s te maken hebben (55,7 procent) en gezinnen met een lage arbeidsparticipatie (42 procent). Bovendien heeft de toestand van iemands woning een aanzienlijke invloed op zijn of haar waterzekerheid, wat erop wijst dat waterarmoede een duidelijke weerspiegeling is van diepere maatschappelijke ongelijkheden.
(at)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

