Key takeaways
- De uitbreiding van de AI-infrastructuur in de VS drijft de kosten voor elektronica, nutsvoorzieningen en arbeid op.
- Enorme investeringen in technologie kunnen ervoor zorgen dat de inflatie de doelstelling van 2 procent van de Federal Reserve niet haalt.
- Productiviteitsstijgingen zullen waarschijnlijk enkele jaren achterblijven bij de onmiddellijke prijsstijgingen.
Hoewel eerdere inflatoire factoren zoals handelsconflicten en schommelende brandstofkosten zijn afgenomen, doet zich een nieuwe katalysator voor: de enorme uitbreiding van de infrastructuur voor artificiële intelligentie in de Verenigde Staten. Dat schrijft Wall Street Journal.
De snelle bouw van datacenters drijft de kosten van essentiële componenten en nutsvoorzieningen op, wat een domino-effect veroorzaakt dat de prijzen van diverse consumptiegoederen doet stijgen, van elektronica tot energieprijzen.
Investeringsgolf
De omvang van de investeringen in die AI-wedloop is enorm. Toonaangevende technologiereuzen – waaronder Microsoft, Amazon, Meta, Alphabet en Oracle – zullen dit jaar naar verwachting ongeveer 741 miljard dollar (ongeveer 651,7 miljard euro) uitgeven, een stijging van bijna 75 procent ten opzichte van vorig jaar. Die hausse is in hoge mate fysiek van aard. De benodigde infrastructuur omvat niet alleen hoogwaardige chips, maar ook uitgebreide glasvezelnetwerken, koelsystemen en noodstroomgeneratoren.
Econoom Stijn Van Nieuwerburgh suggereert dat de totale uitgaven voor deze ontwikkelingen tegen 2032 8 biljoen dollar (ongeveer 7 biljoen euro) zouden kunnen bedragen, een bedrag dat de gehele vastgoedmarkt van New York City in de schaduw stelt.
Ongekende kostenstijgingen
Die sterke stijging van de vraag heeft nu al gevolgen voor de bredere markt. Omdat de componenten die in AI-datacenters worden gebruikt ook essentieel zijn voor andere elektronica, stijgen de prijzen voor producten zoals gameconsoles en auto’s. Marktleiders, waaronder Tim Cook van Apple, hebben gewezen op ongekende kostenstijgingen in die sectoren. Bovendien drijft de gespecialiseerde arbeidskracht die nodig is voor de bouw van datacenters de lonen voor elektrotechnische aannemers op, wat verder bijdraagt aan de stijgende kosten.
De energievraag is een andere cruciale factor. Goldman Sachs voorspelt dat datacenters tegen 2030 bijna de helft van de groei in de Amerikaanse elektriciteitsvraag zullen veroorzaken, wat mogelijk leidt tot jaarlijkse prijsstijgingen van de energieleveranciers van ongeveer 6 procent. Hoewel die specifieke kosten slechts een klein deel van de totale huishoudelijke uitgaven uitmaken en waarschijnlijk geen enorme inflatiepiek zullen veroorzaken zoals in de periode na de pandemie, kunnen ze wel verhinderen dat de inflatie terugkeert naar de doelstelling van 2 procent van de Federal Reserve.
Het productiviteitsdebat
Er is een hoopgevend tegenargument: historisch gezien zorgen technologische revoluties er uiteindelijk voor dat de prijzen dalen doordat de productiviteit toeneemt. Figuren als Fed-voorzitter Kevin Warsh stellen dat AI uiteindelijk als een desinflatoire kracht zal werken door bedrijven efficiënter te maken.
De meeste deskundigen zijn echter van mening dat er een aanzienlijke vertraging zal optreden. Economen van UBS suggereren dat het enkele jaren kan duren voordat die productiviteitswinsten zichtbaar worden. Op de korte termijn is de consensus somber. Uit een recent onderzoek bleek dat 81 procent van de economen van mening is dat de uitrol van AI de inflatie het komende jaar op een hoger niveau zal houden.
(at)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

