Key takeaways
- De Europese Unie heeft een wettelijk bindende doelstelling aangenomen om de netto uitstoot van broeikasgassen tegen 2040 met 90 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990.
- Deze ambitieuze doelstelling vormt de basis voor een nieuwe golf van EU-wetgeving gericht op het koolstofvrij maken van energie, transport en industrie.
- Er blijft bezorgdheid over de afhankelijkheid van internationale koolstofcredits en de noodzaak van sterke binnenlandse maatregelen voor klimaatneutraliteit tegen 2050.
De Europese Unie heeft formeel een wettelijk bindende klimaatdoelstelling voor 2040 aangenomen, die een vermindering van de netto-broeikasgasemissies met 90 procent ten opzichte van het niveau van 1990 vereist. Dat meldt EUToday. Deze belangrijke wetgeving plaatst het klimaatbeleid weer bovenaan de industriële en regelgevingsagenda van de EU.
EU streeft naar 90 procent emissiereductie
De doelstelling, die een wijziging inhoudt van de bestaande Europese klimaatwet, heeft tot doel de kloof te overbruggen tussen de huidige doelstelling voor 2030 van ten minste 55 procent emissiereductie en de doelstelling voor klimaatneutraliteit in 2050. Zij zal als basis dienen voor een nieuwe reeks wetgeving die zich richt op energie, vervoer, industrie en koolstofmarkten na 2030.
Het uiteindelijke akkoord is een politiek compromis. Hoewel het cijfer van 90 procent in overeenstemming is met de ambitie van de Europese Commissie, kan tot 5 procentpunten worden gerealiseerd door middel van hoogwaardige internationale koolstofkredieten na 2036. Dit betekent dat ten minste 85 procent van de vereiste emissiereducties binnen de EU moet plaatsvinden.
Aanpassingen in EU-koolstofmarkt
Bovendien maakt de herziene wet het mogelijk om binnen het EU-emissiehandelssysteem moeilijk te verminderen emissies te compenseren door binnenlandse koolstofverwijdering. Ook wordt er meer flexibiliteit ingevoerd voor verschillende sectoren en beleidsinstrumenten.
De invoering van de nieuwe koolstofmarkt voor wegvervoer, gebouwen en andere sectoren (ETS2) is met een jaar uitgesteld, van 2027 naar 2028, als reactie op bezorgdheid over de kosten voor consumenten en het concurrentievermogen van de industrie.
Verdeeldheid binnen de EU
De eindstemming bracht de verdeeldheid binnen de EU aan het licht. Landen als Tsjechië, Slowakije, Polen en Hongarije verzetten zich tegen de maatregel, met het argument dat een snellere decarbonisatie buitensporige kosten voor de industrie met zich mee zou kunnen brengen en het concurrentievermogen zou kunnen verzwakken.
Voorstanders van de doelstelling benadrukken de noodzaak van regelgevingszekerheid om langetermijninvesteringen in schone technologieën aan te trekken en bedrijven te begeleiden naar een duidelijk traject voor na 2030.
Risico’s flexibiliteit
Hoewel de doelstelling van 90 procent als een mijlpaal wordt beschouwd, waarschuwen deskundigen dat de flexibiliteit die in de overeenkomst is opgenomen, binnenlandse maatregelen zou kunnen verzwakken en de weg van de EU naar klimaatneutraliteit in 2050 zou kunnen bemoeilijken.
In de volgende fase zal de Europese Commissie een wetgevingspakket voor de periode na 2030 ontwikkelen, waarbij rekening wordt gehouden met factoren zoals concurrentievermogen, sociale rechtvaardigheid en betaalbaarheid.
Evenwicht tussen milieu en economie
De doelstelling voor 2040 dient zowel als een klimaat- als een industrieel signaal en bevestigt opnieuw het engagement van de EU voor klimaatactie, terwijl tegelijkertijd wordt erkend dat er een evenwicht moet worden gevonden tussen milieudoelstellingen en economische overwegingen. Het debat over de verdeling van de lasten tussen industrieën, consumenten en overheden zal worden voortgezet. (fc)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

