Veel Belgen zullen in de toekomst tevreden moeten zijn met een lager wettelijk pensioen. De regering-De Wever wil als compensatie de tweede pensioenpijler versterken. Een werkgeversbijdrage van minstens 3 procent voor alle werknemers moet helpen om die doelstelling te halen. Alleen tonen cijfers van PensionStat.be aan dat die bijdrage voor het merendeel van de werknemers onder dat niveau duikt.
Key takeaways
- De regering-De Wever wil dat de werkgeversbijdrage voor het aanvullend pensioen minstens 3 procent bedraagt.
- Cijfers van PensioenStat.be leren ons dat die bijdrage voor drie op de vier werknemers lager ligt. Bovendien hebben niet alle Belgen via hun werkgever toegang tot de tweede pensioenpijler.
- Volgens de overheidsinstelling is er net geen 1,9 miljard euro extra nodig om alle werkgeversbijdrages tot 3 procent te laten stijgen.
Context: Werknemers kunnen via de zogenaamde tweede pensioenpijler een extra pensioenspaarpotje opbouwen voor later.
- De werkgevers kunnen maandelijks een deel van het inkomen van een werknemer inhouden om te storten in een groepsverzekering of pensioenfonds. Het betreft een extralegaal voordeel dat de werkgever niet verplicht is om te geven.
- Cijfers van PensioenStat.be leren ons dat 32 procent van de werknemers geen aanvullend pensioen opbouwen. Het statistiekbureau onderzocht de situatie van 4 miljoen werknemers die in 2023 in België woonden en werkten. Bovendien kan het bedrag dat je opspaart via de tweede pensioenpijler fors variëren, afhankelijk van de sector of het bedrijf waarin je werkt.
- Pensioenstat merkt op dat er ook veel afhangt van het inkomen van de werknemer. Bij de laagste lonen bouwde 36 procent van de werknemers aanvullend pensioen op, bij de hoogste 88 procent.
- Bij de laagste lonen bouwde 36 procent van de werknemers aanvullend pensioen op, bij de hoogste 88 procent.
Werkgeversbijdrage optrekken tot 3 procent
Zoom in: Jan Jambon, minister van Financiën, wil dat systeem voor iedereen gelijkschakelen. Dat is één van de beloftes die in het regeerakkoord staat. De minister heeft vorige week in het parlement meer details gedeeld over zijn plannen. Het grote doel is om de werkgeversbijdrage te verhogen tot 3 procent.
- De minister heeft al aan de vakbonden en werkgevers gevraagd om een traject uit te stippelen tegen 2035. In die periode moet de werkgeversbijdrage geleidelijk stijgen.
- Er is nog veel werk aan de winkel, want cijfers van PensionStat.be leren ons dat de werkgeversbijdrage voor drie op de vier werknemers minder dan 3 procent bedraagt. 79 procent van de werknemers met een lagere werkgeversbijdrage heeft minstens verdubbeling van jaarlijkse bijdrage nodig om die te laten uitkomen op 3 procent.
- Hoe hoger het loon, hoe vaker het doel van 3 procent wordt bereikt. De werkgeversbijdragen stijgen met het loon: tussen het 10de en 80ste loonpercentiel verdrievoudigt het bijdragepercentage van 1,24 naar 2,95 procent, daarna stijgt het nog tot 8,95 procent in het hoogste percentiel.
- Hoe dan ook zullen de werkgevers een extra inspanning moeten leveren. Pensionstat laat weten dat er nog 1,89 miljard euro extra nodig is om de werkgeversbijdrage voor alle werknemers naar het gewenste niveau te brengen, bovenop de totale jaarlijkse bijdrage van bijna 4,8 miljard euro.
Een op drie gepensioneerden ontvangt overlevings-, gezins- of echtscheidingspensioen
Ook dit: Voorts blijkt uit het rapport van PensionStat.be dat 35 procent van de gepensioneerden een overlevings-, gezins- of echtscheidingspensioen krijgt.
- Van alle gepensioneerden heeft vandaag 20 procent een overlevingspensioen, 9 procent een gezinspensioen en 6 procent een echtscheidingspensioen.
- In het regeerakkoord staat dat het de bedoeling is om die systemen op middellange termijn af te bouwen.
Wil je op de hoogte blijven van alles wat er zich afspeelt in de financiële wereld? Via deze link kan je je inschrijven op de dagelijkse nieuwsbrief.
Wil je toegang krijgen tot alle stukken op BusinessAM en dat voor minder dan 50 euro per jaar? Sluit dan hier een abonnement af!


