Veel Europese landen met een vergelijkbare belastingdruk doen veel meer doen voor hun burgers dan België

De overheid levert te weinig  waar voor uw belastinggeld. Dat blijktvoor het tweede jaar op rij uit een vergelijkend onderzoek van Voka, Vlaams netwerk van ondernemingen. Volgens de studie betalen we te veel belastingen voor wat we er in levenskwaliteit voor terug krijgen. België vinden we slechts terug op de twintigste plaats in de Europese ranking. De lijst wordt aangevoerd door Zwitserland (1) en Noorwegen (2). “Het is opnieuw een bewijs dat structurele hervormingen noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat we ook meer terugkrijgen voor het belastinggeld,” aldus Stijn Decock, hoofdeconoom van Voka. 

De Voka waar-voor-je-geldindex is een rangschikking van 24 Europese landen aan de hand van 47 indicatoren. Bij elk land werd nagegaan hoeveel belastingen de overheid heft en welke welvaart en dienstverlening ze daar tegenover stelt. Er wordt ondermeer gekeken naar de kwaliteit van het onderwijs, de arbeidsmarkt, de kwaliteit van de zorg, de staat van het milieu en de aantrekkelijkheid om te ondernemen.  Volgens deze parameters is België een middenmotor in Europa. Het staat qua ‘waar’ op de 12e plaats, een plaats beter dan in 2013.

Wanneer we het overheidsbeslag – ‘je geld’ – nemen, blijkt België nog altijd over het vierde hoogste overheidsbeslag van de 24 Europese OESO-landen te beschikken. Wanneer we beide op elkaar leggen, de combinatie van een middenmotor qua output en een hoog overheidsbeslag, komt België slechts op de 20ste plaats op de waar-voor-je-geld index.

 Stijn Decock, hoofdeconoom van Voka: “Uit onze vergelijkende studie blijkt dat er veel Europese landen zijn die met een vergelijkbare belastingdruk veel meer doen voor hun burgers. Daarnaast zijn er veel Europese landen die met minder belastingen evenveel doen als wij. We pleiten daarom niet voor een minimale overheid, maar wel voor een efficiëntere overheid. Wat telt is dan ook niet zozeer hoeveel belastingen die overheid int, maar wel dat ze de belastingbetaler waar voor zijn geld biedt. In België is dat duidelijk onvoldoende.” 

Matige twaalfde plaats

Ten opzichte van 2013 steeg België één plaats in de ‘waar’ component. Ons land staat nu op de 12e plaats. De lichte stijging is te danken aan het feit dat België iets sneller uit de recessie klom dan veel anderen Europese landen. Ook steeg het aantal investeringen in O&O van de bedrijven. Bovenaan de lijst vinden we Zwitserland, vorig jaar nog tweede. Zweden, dat vorig jaar de lijst aanvoerde zakt twee plaatsen en staat nu op de derde plaats. Dit is vooral te wijten aan de nieuwe PISA-testen (onderwijs) waarin Zweden het minder goed deed. 

Echt verbazen doet het niet dat twee Scandinavische landen nog altijd in de top-3 staan, aldus Decock: “Algemeen worden die landen gepercipieerd als zeer aangename en rechtvaardige landen om in te leven. Bovendien heerst er ook een positief ondernemersklimaat.”

Veel verontrustender is onze eigen score. Zeker in het arbeidsmarktbeleid scoort ons land met een 20ste plaats zeer slecht. Dat komt doordat de activiteitsgraad erg laag ligt. Ook inzake onderwijs en welzijn zien we geen verbetering ten opzichte van vorig jaar. In de andere deeldomeinen halen we nooit de Europese top.

Hervormingen noodzakelijk

De lage score in deze studie is opnieuw een duidelijk signaal dat er dringend structurele ingrepenen hervormingen nodig zijn. “We zijn ervan overtuigd dat de hervormingen die momenteel op tafel liggen kunnen zorgen voor een verbetering in de waar-voor-je-geld index” aldus Stijn Decock. “Hoe groot die verbetering zal zijn valt moeilijk te berekenen. Het overheidsbeslag weegt zwaar door in onze berekening, aangezien veel landen al zware besparingen doorvoerden zullen we daar zeker een sterke inhaalbeweging kunnen maken. Zeker in de economische parameters is er nog veel winst te boeken. Als de regering vasthoudt aan haar beleid om concurrentievermogen te herstellen, moet er een verbetering zijn in het tekort op de betalingsbalans en moet het verlies aan exportmarktaandeel gestopt kunnen worden. Dit alles moet zich vertalen in betere cijfers in de exportranking. Tot slot: wat betreft het arbeidsmarktbeleid, waar we momenteel zeer slecht scoren, zullen de pensioenhervorming en het loonmatigingsbeleid de werkgelegenheidsgraad opkrikken. Dit zal zorgen voor een significante stijging in deze deelcomponent.” 

 

Voka dringt er dan ook op aan om snel de noodzakelijke hervormingen door te voeren. Enkel zo kunnen we op lange termijn opnieuw duurzame economische groei realiseren en zullen we ook op de waar-voor-je-geldindex kunnen stijgen.

 

2013

 

 

 

 

 

2014

 

 

 

 

1

Switzerland

100,00

13

Ireland

65,34

1

Switzerland

100

13

UnitedKingdom

65,95

2

Norway

78,47

14

United Kingdom

63,89

2

Norway

80,82

14

Czech Republic

65,77

3

Luxembourg

78,09

15

Denmark

62,34

3

Estonia

78,04

15

Poland

65,63

4

Estonia

77,35

16

Poland

61,65

4

Germany

76,32

16

Portugal

64,58

5

Slovakia

75,44

17

Slovenia

60,65

5

Luxembourg

75,43

17

Denmark

62,69

6

Germany

74,10

18

Spain

60,47

6

Slovakia

73,16

18

Slovenia

62,11

7

Sweden

72,25

19

Portugal

59,82

7

Ireland

72,36

19

Spain

60,86

8

Iceland

70,27

20

BELGIUM

59,37

8

Iceland

71,94

20

BELGIUM

60,48

9

Netherlands

69,33

21

Hungary

58,15

9

Sweden

71,55

21

France

58,90

10

Czech Republic

67,17

22

France

57,71

10

Netherlands

70,58

22

Italy

57,82

11

Finland

66,94

23

Italy

55,99

11

Finland

67,16

23

Hungary

57,69

12

Austria

65,93

24

Greece

48,72

12

Austria

66,24

24

Greece

47,92

 

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20