Varkensvlees doet Chinese inflatie voor het eerst in 11 jaar in het rood duiken

Een Chinese varkensboer in Heilongjiang – Bron: Isopix

De inflatie in China is onder 0 procent gedoken. Dat betekent dat het leven in het Aziatische land goedkoper is geworden. Dat is niet meer gebeurd sinds 2011.

Het deflatiespook is opgedoken in China. De consumentenprijsindex daalde in november met 0,5 procent tegenover een jaar geleden. Dat meldt het Centraal Bureau voor Statistiek. De laatste Chinese prijsdaling dateert van oktober 2009.

Stevige prijsdaling varkensvlees

De deflatie is onder meer het gevolg van de dalende voedselprijzen. Die zijn in november gedaald met 2 procent. De prijs voor varkensvlees nam zelfs een duik van 12,5 procent. Die opvallende prijsdaling komt niet geheel als een verrassing. Varkensvlees werd vorig jaar plotsklaps duurder door een uitbraak van de Afrikaanse varkenspest.

Meer dan een derde van de varkens in China overleefde het virus niet. Maar de voorbije maanden zijn de varkensprijzen zich opnieuw beginnen stabiliseren en in oktober was er dus voor het eerst in 19 maanden een daling.

Omdat de deflatie het gevolg is van de dalende prijzen voor varkensvlees maakt het land zich niet meteen zorgen. Volgens Ting Lu, hoofdeconoom van de financiële holding Nomura is er ondanks de prijsdaling op jaarbasis dan ook geen sprake van deflatie. De Chinese kerninflatie – de inflatie zonder voedsel-en energieprijzen – is in november gestegen met 0,5 procent tegenover een jaar eerder.

Ook elders in de wereld steekt deflatie de kop op. Zo is de inflatie in de eurozone in oktober voor derde maand op rij onder 0 procent gedoken. De deflatie was het sterkst in Griekenland (-2 procent), Estland (-1,7 procent) en Ierland (-1,5 procent).