Het jaar 2026 brengt heel wat veranderingen voor de mobiliteit van de Belgen. Die aanpassingen zijn het resultaat van een reeks politieke beslissingen om de ecologische voetafdruk van transport te verkleinen, de regels te harmoniseren of gewoon logischer te maken. Uiteraard komt ook de fiscaliteit aan bod. Een overzicht van de wijzigingen, in afwachting van een forse stijging van de verkeersboetes in de komende maanden.
Verplicht mobiliteitsbudget
Dit is een van de ingrijpendste veranderingen voor bedrijven, al zal de volledige invoering pas na 2026 voltooid zijn. Het mobiliteitsbudget werd in 2019 ingevoerd als een vrijwillig alternatief voor de bedrijfswagen, maar wordt verplicht. Vanaf 1 januari 2026 is het officieel: dit systeem wordt een vast onderdeel van het mobiliteitsbeleid bij werkgevers die bedrijfswagens aanbieden. Concreet: elk bedrijf dat gedurende een aaneensluitende periode van 36 maanden minstens één bedrijfswagen ter beschikking heeft gesteld, moet een mobiliteitsbudget voorzien voor werknemers die daarvoor in aanmerking komen. Grote ondernemingen moeten zich vanaf 2027 aan de regel houden. Kmo’s met 15 tot 50 werknemers krijgen uitstel tot 2028. De kleinste bedrijven vallen buiten de regeling.
Voor de werknemer verandert er niet veel, want de verplichting ligt bij de werkgever, niet bij de werknemer. Niemand zal dus verplicht worden om zijn bedrijfswagen in te leveren. Wel wordt het recht op een mobiliteitsbudget afdwingbaar. Dat budget blijft gebaseerd op drie pijlers: een eventueel kleinere en milieuvriendelijkere bedrijfswagen, duurzamere mobiliteitsoplossingen (openbaar vervoer, deelmobiliteit, wonen dichtbij het werk) en als laatste optie een restbedrag in cash. Dat bedrag is wel onderworpen aan sociale bijdragen, maar blijft fiscaal voordeliger dan een klassieke bonus.
Einde van medische uitzonderingen op gordelplicht
Op het vlak van verkeersveiligheid betekent 1 januari 2026 ook een breuk met het verleden. Alle medische vrijstellingen op de verplichte gordeldracht die vóór 1 maart 2022 zijn uitgereikt, zijn niet meer geldig. Ze worden niet langer automatisch erkend. Wie om medische redenen geen gordel mag dragen, moet een nieuwe aanvraag indienen bij de FOD Mobiliteit en Vervoer. Die aanvraag moet een recent medisch attest bevatten. Het doel is dubbel: de regels uniform maken én vermijden dat te oude of ten onrechte verlengde vrijstellingen nog blijven gelden.
LEZ in Brussel: einde voor Euro 5-diesels en Euro 2-benzinewagens
De verstrenging van de lage-emissiezone (LEZ) in Brussel gaat op 1 januari 2026 een beslissende fase in. Vanaf die datum mogen Euro 5-dieselwagens – die nog ruim aanwezig zijn op de weg omdat ze tussen 2011 en 2016 werden ingeschreven – niet langer in de hoofdstad rijden. Ook Euro 2-benzinewagens en bepaalde oudere LPG- en CNG-modellen vallen onder het verbod. In totaal zullen iets meer dan 30.000 in Brussel ingeschreven auto’s niet langer conform zijn, maar de impact reikt veel verder dan het Gewest: op nationaal niveau gaat het om bijna 400.000 voertuigen. Er is een overgangsperiode voorzien, met waarschuwingen in de eerste maanden van 2026, waarna de boetes geleidelijk van kracht worden. De eerste sancties volgen vanaf maart 2026.
Deze verstrenging van de LEZ treft ook professionals, aangezien duizenden Euro 5-dieselbestelwagens eveneens moeten worden vervangen, wat ambachtslieden en kmo’s verplicht om vooruit te plannen. De definitieve verduidelijking van de regels en de timing heeft de laatste onzekerheden weggenomen en zet veel bestuurders aan om zich aan te passen, in het besef dat het traject nu duidelijk is vastgelegd, met een volledige uitsluiting van diesel in Brussel tegen 2030.
Rijbewijs: volledig traject in Wallonië
Op institutioneel vlak voert Wallonië een nieuwe verplichting in: voortaan moet het volledige traject om een rijbewijs te behalen op haar grondgebied plaatsvinden. Vanaf 1 januari 2026 kiest elke kandidaat zijn startregio en moet hij daar ook zijn volledige opleiding en examens afleggen. Deze maatregel moet een einde maken aan opportunistische strategieën waarbij kandidaten bepaalde proeven afleggen in regio’s die als soepeler bekendstaan. Door de regionale samenhang te versterken, willen de autoriteiten zorgen voor een gelijke behandeling van alle kandidaten en het evaluatieproces geloofwaardiger maken. Vlaanderen en het Brusselse Gewest hebben hierover nog geen beslissing genomen.
Fiscaliteit verandert
Vanaf 1 januari 2026 zijn bedrijfswagens met een verbrandingsmotor niet langer fiscaal aftrekbaar. Deze federale beslissing moet de transitie naar elektrische bedrijfswagens versnellen en verhoogt de druk op fleetmanagers. Als een voertuig met verbrandingsmotor vóór 2026 is besteld maar na 1 januari is geleverd, blijft het gedeeltelijk aftrekbaar volgens een overgangsschema: 50% in 2026, 25% in 2027 en 0% in 2028.
Daarnaast zal de aankoop van een nieuwe elektrische wagen gepaard gaan met een milieubijdrage. Die moet dienen om de toekomstige inzameling en recyclage van batterijen te financieren, een industriële en ecologische uitdaging die vaak wordt onderschat. Zo wordt elektrisch rijden meer bekeken over de volledige levenscyclus van de wagen. Maar over welke bedragen hebben we het? Hier zijn de tarieven: 5 euro voor minder dan 40 kg, 25 euro tot 350 kg, 50 euro tot 1.000 kg en 1 cent per kg boven een ton.
Duurdere boetes bij De Lijn
Vanaf 1 januari 2026 krijgen bus- en tramreizigers van De Lijn te maken met fors hogere boetes als ze reizen zonder geldig vervoerbewijs. Na meer dan tien jaar zonder aanpassing verhoogt de Vlaamse vervoersmaatschappij de boetebedragen met gemiddeld 18% voor de meest voorkomende overtredingen. Zo betaalt een volwassen reiziger die zonder ticket wordt betrapt voortaan 127 euro bij een eerste inbreuk, tegenover 107 euro vroeger. Wie binnen hetzelfde jaar opnieuw in de fout gaat, betaalt voortaan 349 euro in plaats van 294 euro. Daarnaast worden de boetes voor ernstigere feiten (zoals opzettelijke beschadiging van een voertuig of het gebruik van een vervalst ticket) herzien. Ook voor jonge reizigers gaan de bedragen omhoog: 12- tot 17-jarigen betalen voortaan 96 euro, kinderen jonger dan 12 jaar krijgen een boete van 67 euro.

