De omzet van alle Nederlandse winkels lag in 2020 zo’n 5,9 procent hoger dan in 2019. Vooral supermarkten en doe-het-zelfzaken haalden voordeel uit het coronajaar, terwijl kleding- en schoenwinkels dan weer een daling optekenen.
De omzet van de detailhandel nam in Nederland voor het zevende jaar op rij toe, zo blijkt uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek bij onze noorderburen. Over de hele lijn gaat het om een omzetstijging van 5,9 procent in vergelijking met 2019. Al zijn er wel grote verschillen per sector.
Zo bleef de omzet van non-foodwinkels wel gelijk aan 2019. Tijdens de maanden oktober, november en december werd een daling van 6 procent vastgesteld – maanden die normaal gezien net een stijging veroorzaken door de feestdagen. Bij kleding- en schoenwinkels daalde de omzet zelfs met bijna 27 procent.
Eten kopen en klussen
In de foodsector werd de grootste stijging van 6,9 procent vastgesteld. Het hoeft niet te verbazen dat vooral supermarkten goed geboerd hebben: in de laatste drie maanden van 2020 lag hun omzet 7,3 procent hoger dan in 2019. Ook speciaalzaken zoals slagers, groente- en kaaswinkels noteerden een stijging van 6 procent.
De grootste ‘winnaars’ van de crisis waren dan weer de doe-het-zelfzaken, keukenboeren en vloerverkopers, met een omzet die in het laatste kwartaal van 2020 maar liefst 17 procent hoger lag dan het jaar daarvoor.