Key takeaways
- Ondanks het staakt-het-vuren akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran, zullen olie- en gasprijzen nog voor een langere tijd boven het niveau van voor de crisis staan.
- Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) heeft de oorlog met Iran en de sluiting van de Straat van Hormuz geleid tot de grootste verstoring van de bevoorrading in de geschiedenis van de wereldwijde oliemarkt.
- Na het akkoord van woensdag daalden de referentieprijzen van de Brent- en WTI-futures respectievelijk met 14 en 16 procent. Maar dat is nog altijd 20 dollar hoger dan de prijs van een vat voor de oorlog.
“Zelfs als er morgen vrede zou zijn, zullen we in de nabije toekomst nog niet terugkeren naar de normale gang van zaken”, vertelde de EU-commissaris voor Energie, Dan Jørgensen, vorige week. De prijzen voor olie en gas in Europa zouden dus nog wel voor even hoog kunnen blijven, ook al zijn we niet sterk afhankelijk van dan Straat van Hormuz. Maar hoe komt het precies dat de energieprijzen nog voor een lange tijd zo hoog kunnen staan?
Structurele druk op de energiemarkt
De olieprijzen daalden woensdagochtend sterk nadat de Verenigde Staten en Iran woensdagochtend vroeg een twee weken durende staakt-het-vuren hadden aangekondigd. Het gaat om een tijdelijke daling in de prijzen, die ondertussen terug aan het stijgen zijn tot bijna 100 dollar per vat. De tijdelijke dip in de olieprijzen betekent toch geen onmiddellijke verlaging van de Europese energieprijzen. Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) heeft de oorlog met Iran en de sluiting van de Straat van Hormuz geleid tot de grootste verstoring van de bevoorrading in de geschiedenis van de wereldwijde oliemarkt. Er wordt verwacht dat de aanvallen op verschillende energiefaciliteiten in de Golf nog een aantal jaar een impact zal hebben op de gasvoorziening.
Hoewel een staakt-het-vuren de olieprijzen tijdelijk kan doen dalen, betekent dat niet dat de markt zich meteen herstelt. Experts benadrukken dat de energie-infrastructuur beschadigd is en dat het tijd kost om productie en transport weer op volle capaciteit te krijgen. “Je kunt niet zomaar een knop omzetten en de oliestroom uit de Golf weer volledig op gang brengen”, vertelde de algemene directeur van ProcureAbility, Joe Adamski, aan The New York Post.
Prijzen blijven hoger dan voor de crisis
Het openstellen van de Straat van Hormuz was een onderdeel van de staakt-het-vurenakkoord waarover niet te onderhandelen viel. Deze is namelijk van cruciaal belang voor de wereldwijde olie- en gastransporten. 15 miljoen vaten ruwe olie per dag passeerden hier in 2025, volgens het IEA. Maar slechts 4 procent hiervan, ongeveer 600.000 vaten per dag, ging naar Europa. De Europese Unie haalt het grootste deel, zo’n 80 tot 85 procent, van haar olie uit verschillende leveranciers. Daarbij zijn de Verenigde Staten de grootste, met zo’n 15,1 procent, gevolgd door Kazachstan en Noorwegen.
Een snelle daling van de benzineprijzen in Europa, tot het niveau van voor de oorlog in Iran, blijft toch onwaarschijnlijk, zelfs als er een vredesakkoord zou worden bereikt. De meeste wereldwijde handel in ruwe olie wordt namelijk geprijsd op basis van Brent-olie. Dat is de belangrijkste internationale benchmark voor olie. Voor de oorlog in Iran kon een olievat rond de 72 dollar kosten. Na het uitbreken van de oorlog bereikte de olieprijs op het hoogtepunt bijna 120 dollar per vat, voor het staakt-het-vurenakkoord. Maar zelfs na de overeenkomst kwam de prijs rond de 93 dollar per vat te liggen.
Niet alleen de olieprijzen zijn gestegen sinds het begin van de oorlog, maar ook de Europese gasprijzen moesten eraan geloven. De termijnprijzen stegen van ongeveer 35,5 euro voor 28 februari, naar 50 euro per megawattuur (MWh). Op 19 maart piekte die zelf naar 61,93 euro per MWh. Woensdag, na het staakt-het-vuren, kwam de prijs omlaag naar ongeveer 44 euro per MWh.
Europa
De elektriciteitsprijzen worden in veel Europese landen bepaald door de duurste energiebron, wat vaak gas is. “Stijgende gasprijzen beïnvloeden de Britse en de Europese energierekeningen zowel via de directe kosten van gas, als via de hogere kosten voor het opwekken van elektriciteit in gasgestookte energiecentrales”, vertelde Ethan Tillcock, specialist bij ICIS UK en Europa, aan Euronews.
Overheidssteun en vaste contracten kunnen de impact van de hoge prijzen vertragen of verzachten. Bijvoorbeeld in Duitsland worden de elektriciteitsprijzen voor ongeveer 40 procent beïnvloedt door de aan de TTF gekoppelde groothandelsprijzen. De gasprijzen voor huishoudens worden hiervoor voor ongeveer 50 à 60 procent beïnvloedt.
Een stijging van 1 procent voor geraffineerde brandstof, leidt tot een stijging in de brandstofprijzen van ongeveer 0,75 procent voor belastingen. Die stijgingen zorgen op hun beurt voor een toename van 0,3 procent in het tankstation, afhankelijk van de belastingen.
Europese consumenten betalen dus ongeveer 3 tot 6 eurocent per liter meer aan de pomp voor een stijging in de prijzen van ruwe olie van 10 dollar. Maar ook de wisselkoersen spelen een belangrijke rol. Ruwe olie wordt geprijsd in Amerikaanse dollars, hierdoor wordt een zwakkere euro op kosten gedreven, zelfs als de referentieprijzen ongewijzigd blijven.
Ministers uit Italië, Duitsland, Portugal, Spanje en Oostenrijk hebben al aan de Europese Unie gevraagd om belastingen op overdreven energiewinsten te overwegen. Dat hebben ze gedaan om de prijsstijgingen te proberen beperken.
Dalende prijzen
Ondanks de hoge prijzen, heeft Europa toch een aantal instrumenten om de druk te verlichten. Zo beschikt de Europese Unie over 400 miljoen vaten aan strategische reverses van het IEA, en kunnen er nationale maatregelen worden getroffen zoals subsidies, belastingverlagingen en rantsoenering. Maar dit zijn slechts tijdelijke maatregelen om de druk te verlichten, geen blijvende oplossingen.
Volgens het IEA zouden de Golfstaten hun olieproductie met minstens 10 miljoen vaten per dag hebben teruggeschroefd. Dat is zo’n 10 procent van de wereldwijde vraag.
Onzekerheid
Ook onzekerheid speelt een belangrijke rol bij de hoge prijzen. Momenteel rekenen schepen een zogenaamde “risicopremie” aan om door de Straat van Hormuz te varen. De premies voor oorlogsrisicoverzekeringen zijn sinds het uitbreken van het conflict dramatisch gestegen. Deze premies zijn met 200 tot 300 procent gestegen. Voor de crisis vroeg een schip dat door de Golf voer als oorlogsverzekering ongeveer 0,02 tot 0,05 procent van de waarde van het schip. Maar sinds het begin van het conflict zijn deze verzekeringen gestegen naar 0,5 tot 1 procent, of soms zelfs nog meer, van de waarde van het schip.
De premie voor een tanker met een waarde van 120 miljoen dollar was vroeger 40.000 dollar (34.204 euro), maar ligt nu al tussen de 600.000 en 1,2 miljoen dollar (513 duizend en 1,03 miljoen euro) voor een enkele reis.
Ook de transportkosten zijn sterk gestegen. Op 27 maart bereikte de Baltic Dirty Tanker Index een recordhoogte van 3.737. Dit is een belangrijke index voor vrachtprijzen die elke dag de kosten voor het vervoer van ruwe olie en stookolie op belangrijke wereldwijde routes meet. Vorig jaar schommelde die index rond de 1.000. Woensdag na het staakt-het-vuren stond de index iets boven de 2.000.
Duurzame daling
Volgens Andrei Covatariu van het Global Energy Center van de Atlantic Council, zou het nog maanden kunnen duren voordat de Europese consumentenprijzen duurzaam dalen als er een vredesakkoord wordt bereikt. Dat vertelde hij voor het staakt-het-vurenakkoord aan Euronews. Het duurt namelijk lang om de voorraden weer op peil te brengen terwijl het aanbod ook krap blijft, aangezien meer dan 40 energie-installaties in de Golf ernstig zijn beschadigd.
De afgelopen weken is er een groot deel van het aanbod van lng uit de Golf verloren gegaan of geblokkeerd. De grootste lng-installatie ter wereld, Ras Laffan in Qatar, is ook beschadigd tijdens de aanvallen. Voor sommige contracten heeft QatarEnergy zelfs overmacht aangekondigd nadat 17 procent van de productie is beschadigd. Momenteel wordt er verwacht dat het herstel hiervan tot vijf jaar in beslag zal nemen. Europa haalt momenteel ongeveer 8 procent van zijn lng uit Qatar.
Staakt-het-vurenakkoord
Na het akkoord van woensdag was er direct een daling van de referentieprijzen van de Brent– en WTI-futures. Deze daalden in Europa respectievelijk met 14 en 16 procent. Maar dat is nog altijd 20 dollar hoger dan de prijs van een vat voor de oorlog. Ondertussen zijn de prijzen referentieprijzen opnieuw gestegen.
Ook de gasprijzen zijn gedaald in vergelijking met de hoogtepunten tijdens de crisis. Toch wordt er verwacht dat zij ook tot boven het niveau van de oorlog zullen blijven. “De bodem ligt waarschijnlijk hoger dan voor de crisis, omdat Europa de lage voorraden moet aanvullen. Dus prijzen boven de 40 euro per MWh zijn een aannemelijk scenario voor de korte termijn na het akkoord”, vertelde Covatariu ook.
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

