Net voor Trump de crisis over Groenland ontketende ondertekende Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in Paraguay het historische vrijhandelsakkoord met het Latijns-Amerikaanse handelsblok Mercosur, na een kwarteeuw onderhandelen. Het Europees Parlement gooide echter alweer roet in het eten, door nipt een voorstel te steunen om het Europees Hof van Justitie uitspraak te laten doen over het akkoord.
Net nu de EU met het Mercosur-akkoord wilde laten zien dat het menens is met diversificatie van handel, schiet het in de eigen voet met deze stemming. Toch is het echter de vraag of dit nu effectief tot uitstel zal leiden, want volgens de Europese Commissie althans is het perfect juridisch mogelijk om het akkoord al provisioneel in voege te laten treden. De Duitse regering dringt alvast aan op provisionele uitvoering. Een diplomaat stelt tegen Reuters dat het akkoord waarschijnlijk provisioneel in voege zal komen “zodra het eerste Mercosur-land dit heeft geratificeerd”, wat naar verluidt Paraguay zou zijn, in maart. Volgens de diplomaat heeft de stemming in het Europees Parlement de inwerkingtreding om die reden misschien wel versneld.
Europese boeren die tegen het handelsakkoord zijn, hebben zeker een punt dat de vele betuttelende landbouwvoorschriften van de EU waaraan zij onderworpen zijn, grotendeels niet van toepassing zijn op hun concurrenten buiten de EU. De conclusie zou echter niet moeten zijn om dan maar de grote economische voordelen – ook voor vele boeren – van het Mercosur–akkoord niet te laten benutten. In ruil voor de voorlopige toepassing van het Mercosur-handelsakkoord zouden boeren integendeel van uitgebreide deregulering moeten genieten. Dat zou de voordelen van een grotere openheid van de handel combineren met steun voor de Europese landbouwsector.
Ook worden er veel onjuistheden verteld over de gevolgen van het Mercosur-akkoord voor de landbouwsector. Stoffen die nu al verboden zijn in de EU, zoals kleurstoffen of pesticiden, mogen niet ingevoerd worden via voedsel. Naar verluidt is de Europees voedselveiligheidscontrole daar zeer streng voor, want 15 tot 30 procent van alle vleesimport in de EU wordt effectief gecontroleerd. Bovendien is er ook de vereiste voor importvergunningen. Van de 2,5 miljoen rundveebedrijven in Brazilië hebben slechts 234 bedrijven een importvergunning in de EU. Daarbovenop mag er maximum 100.000 ton rundvlees aan verlaagde tarieven vanuit Zuid-Amerika worden ingevoerd, wat neerkomt op slechts 1,5 procent van de hele EU-productie. Nu reeds voert de EU meer dan 200.000 ton in.
Een zoveelste crisis
Het niet-uitvoeren van het Mercosur-akkoord zou een zoveelste crisis veroorzaken in de handelsrelatie tussen de EU en de rest van de wereld. Eerder in januari wees Eddie Wax van Euractiv al op het volgende: “In één dag tijd hoorde ik vooraanstaande EU-politici en -ambtenaren oproepen tot sancties tegen Rusland, China, India, Israël, Iran en de VS.”
Dit zegt eigenlijk alles. Er is een veel betere relatie tussen de EU en de rest van de wereld nodig. Ja, de rest van de wereld is hier niet onschuldig aan, gezien de tarievenoorlogen van Amerika en de daadwerkelijke oorlogen van Rusland, maar de EU heeft zeker ook de openheid van de wereldhandel ondermijnd. Zij heeft dit vooral gedaan door handelsrelaties en handelsonderhandelingen te misbruiken om haar links-groene beleidskeuzes aan haar handelspartners op te leggen.
De nieuwe regels van de EU inzake duurzaamheid voor bedrijven, vastgelegd in EU-richtlijnen inzake duurzaamheidsverslaglegging door bedrijven (CSRD) en due diligence op het gebied van duurzaamheid door bedrijven (CS3D), zijn hiervan het duidelijkste voorbeeld. Na protesten, zeker vanuit de VS, maar ook vanuit de EU-industrie, heeft de EU deze regels enigszins afgezwakt, aangezien zij ook haar rapportageverplichtingen en andere bureaucratische vereisten voor bedrijven heeft verminderd.
Ook de nieuwe EU-regels inzake ontbossing hebben de goede handelsbetrekkingen met de rest van de wereld ondermijnd. Deze nieuwe EU-verordening verplicht exporteurs van cacao, koffie, soja, palmolie, rundvlees en aanverwante producten om aan te tonen dat het land dat voor de productie wordt gebruikt, sinds eind 2020 niet is ontbost. Dit maakte Brazilië en de Verenigde Staten kwaad, maar het heeft ook de relatie tussen de EU en Zuidoost-Aziatische handelspartners zoals Maleisië en Indonesië ernstig verzuurd. Deze dynamische economieën zouden voor de EU net een prioriteit moeten zijn in haar streven naar diversificatie van haar handelspartners.
Na kritiek vanuit het Europese bedrijfsleven werd eind vorig jaar overeengekomen om de uitvoering van de anti-ontbossingsregels opnieuw uit te stellen, ditmaal tot eind december 2026. Er werd ook een herzieningsclausule voorzien, gericht op vereenvoudiging, die tegen april 2026 moet worden uitgevoerd.
Vorig jaar slaagde de Amerikaanse president Trump erin een gedeeltelijke vrijstelling voor Amerikaanse producten te verkrijgen, maar landen als Indonesië en Maleisië, die grote exporteurs van palmolie zijn, willen hetzelfde. Maleisië vindt het dan ook bijzonder oneerlijk dat zijn invoer door de EU als “standaardrisico” wordt geclassificeerd, in tegenstelling tot de Amerikaanse classificatie van “laag risico”, aangezien de ontbossing in Maleisië aanzienlijk is verbeterd, met een door ngo’s erkende afname van 13 procent in 2024. Volgens Global Forest Watch verloor Maleisië in 2024 slechts 0,56 procent van zijn resterende oerbos. Dat is minder dan het verlies van 0,87 procent in Zweden.
De EU als “wereldwijde regelgever”
Sabine Weyand, directeur-generaal Handel van de Europese Commissie, merkte in 2024 zelf op dat handelspartners steeds meer vraagtekens zetten bij het gebruik van het handelsbeleid door de EU om als “wereldwijde regelgever” op te treden. Ze verklaarde toen: “Het mondiale zuiden en de opkomende en ontwikkelende economieën willen niet zomaar onze wetgeving kopiëren en vragen zich af wie de EU heeft aangewezen als wereldregulator.”
Toch is er nog geen echte koerswijziging zichtbaar. De EU verwatert niet alleen groene bureaucratische handelsbarrières, maar voert ook nieuw groen protectionisme in. Begin januari trad het controversiële ”Carbon Border Adjustment Mechanism” (CBAM) in werking. Daarbij worden douanetarieven opgelegd aan handelspartners die het suïcidale klimaatbeleid van de EU niet volgen, evenals veel bureaucratie, zelfs voor Europese bedrijven.
Ook hier heeft de VS concessies weten te bedingen, wat leidde tot een verzoek van Zuid-Afrika om ook te worden vrijgesteld, gezien de kosten voor Afrikaanse economieën als gevolg van CBAM. Ook binnen de EU is er felle tegenstand. Frankrijk en Italië willen dat meststoffen worden vrijgesteld, wat de vrees doet ontstaan dat de CBAM-regeling verder zal worden afgezwakt, nadat dit vorig jaar al enigszins was gebeurd. Op een gegeven moment zal de Europese industrie hopelijk inzien dat CBAM geen oplossing is, en zal het integendeel eisen dat de oorspronkelijke reden voor CBAM, namelijk het peperdure klimaatbeleid van de EU, wordt geschrapt, te beginnen met de Europese klimaatbelasting ETS, die de energieprijzen in de EU kunstmatig hoog houdt.
Op dit moment is voor de EU het sluiten van een handelsovereenkomst met India een belangrijke prioriteit, na Mercosur en het handelsakkoord tussen de EU en Indonesië. Ook hier vormt CBAM een echter belangrijke belemmering. India beschouwt dit als regelrecht protectionisme. Zo blijft de EU in de eigen voet schieten.
Pieter Cleppe

