Lonen stijgen duidelijk sneller in België dan in de buurlanden

De loonkosten stijgen in ons land duidelijk sneller dan in onze buurlanden. Dat wordt voor veel bedrijven een probleem, wat op termijn onvermijdelijk tot uiting zal komen in minder investeringen en werkgelegenheid. Tegen die achtergrond actie voeren voor nog sterkere loonstijgingen getuigt van weinig verantwoordelijkheidszin. 

Vorige week organiseerden de vakbonden een actiedag voor hogere lonen. Daarbij gingen ze nogal vlot voorbij aan het feit dat volgens de recentste vooruitzichten de bruto-uurlonen in België in 2022-2024 met 21 procent zullen stijgen. Die stijging is zo goed als volledig toe te schrijven aan de automatische loonindexering, waardoor de lonen in België met een beperkte vertraging aangepast worden aan de hogere inflatie. Volgens de vakbonden is die indexering een evidentie, en kan die zelfs niet als loonstijging beschouwd worden. Net daarom eisen ze ‘echte’ loonstijging daarbovenop. Ze verwarren daarbij steevast loonstijging en koopkrachtverhoging. De stijging van de lonen door de indexering moet uiteraard ook betaald worden.

Indexering is niet vanzelfsprekend

Dat die indexering helemaal geen evidentie is, blijkt duidelijk in heel de rest van Europa. Enkel in België, Luxemburg, Malta en Cyprus is er zo’n systeem van loonindexering (en bijvoorbeeld in Luxemburg werd dat dit voorjaar al op pauze gezet). In de rest van Europa, en trouwens ook in de rest van de wereld, is er geen automatische loonindexering. In onze buurlanden wordt telkens onderhandeld over de totale loonstijging, m.a.w. over de reële loonstijging en de compensatie voor inflatie in één pakket. In de huidige situatie proberen de vakbonden daar ook sterkere loonstijgingen af te dwingen in reactie op de hogere inflatie, maar daarbij is er doorgaans ook meer aandacht voor het bredere plaatje. Zo wordt er bijvoorbeeld ook meer rekening gehouden met de sombere economische vooruitzichten. Het besef dat te sterke loonstijgingen tijdens een recessie voor extra jobverlies zouden zorgen, tempert de looneisen. Daardoor blijven de loonstijgingen in de buurlanden iets meer binnen de perken. Op die manier wordt de externe energieprijsschok enigszins gedeeld opgevangen door de bedrijven en de werknemers (terwijl die in België vooral bij de bedrijven terecht komt). 

Sterkere loonstijgingen in België

De septemberramingen van de loonstijging van de verschillende nationale instanties illustreren de duidelijke verschillen tussen België en onze belangrijkste handelspartners. Volgens de recentste ramingen zullen de loonkosten per werknemer in België in 2022 en 2023 met 7,9 procent en 9,2 procent toenemen. Dat komt neer op een stijging met 18 procent over die twee jaar. In Duitsland, Frankrijk en Nederland zou dat respectievelijk 11 procent, 11 procent en 6 procent worden. In de hele eurozone zouden de loonkosten in 2022-2023 met gemiddeld 9 procent toenemen. Op die manier zullen de loonkosten in ons land op twee jaar tijd gemiddeld 9 procent sneller stijgen dan in de rest van Europa. 

Afbeelding met tafel

Automatisch gegenereerde beschrijving

Sterke loonstijgingen worden een probleem voor bedrijven

In sommige hoeken wordt nog altijd gesuggereerd dat dat voor de bedrijven geen punt kan zijn, omdat die toch gewoon de hogere kosten doorrekenen in hun verkoopprijzen. Dat soort argumenten illustreert vooral een pijnlijk gebrek aan inzicht in hoe onze economie werkt. Een beperkt aantal bedrijven zit inderdaad in een dermate comfortabele positie dat ze elke kostenstijging volledig kunnen doorrekenen in hun prijzen, maar dat is een kleine minderheid. Met de steeds hogere kostenstijging, naast loonkosten gaat het ook om hogere energie- en andere inputkosten, werd het de voorbije maanden almaar moeilijker om door te rekenen. Bovendien zit het merendeel van de bedrijven in een concurrentiële situatie waarbij prijsverhogingen moeilijk zijn, zeker in het huidige economische klimaat. 

De snel stijgende loonkosten worden voor veel bedrijven een probleem, en zeker voor bedrijven die blootstaan aan internationale concurrentie impliceert dit een snel oplopende loonhandicap tegenover buitenlandse concurrenten. Dat zal op termijn onvermijdelijk tot uiting komen in minder investeringen en minder jobs. Tegen die achtergrond actie voeren voor nog sterkere loonstijgingen getuigt van weinig verantwoordelijkheidszin. 


De auteur Bart Van Craeynest is hoofdeconoom bij Voka en auteur van het boek Terug naar de feiten 

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20