Lage inflatie en stijgende rente: waarom het in Zwitserland wel lukt

De Zwitserse frank heeft als veilige haven al langere tijd de wind in de rug van een groeiende onrust in de financiële wereld. Daar komt nu ook nog een rentevoordeel bovenop. Maar waarom vliegt de munt dan niet veel sneller omhoog?

Zwitserland heeft veel dingen waar je als Belg of Nederlander met jaloezie naar kunt kijken. Prachtige bergen, heerlijke chocolade en tot een paar jaar terug zelfs een bijna heilig bankgeheim. Hoewel dat laatste inmiddels verleden tijd is, kunnen een bescheiden inflatie en een daadkrachtige centrale bank aan dat lijstje worden toegevoegd.

Terwijl de inflatie in België bijna de 9 procent aantikt, ligt dat percentage in het Alpenland onder de 3 procent. Die redenen waren begin april al een mooi onderwerp voor een column. Voor wie geen zin heeft om die terug te zoeken, zijn is dit de lijst in het kort: dankzij kerncentrales en waterkracht heeft het land geen last van hogere energieprijzen, gedwongen premieverlagingen van ziektekostenverzekeraars en een dure frank.

Onverwachte timing, verrassende omvang

Die frank kreeg een week geleden bovendien een stevige duw in de rug van de Zwitserse centrale
bank. Als een verrassingszet verhoogde de Swiss National Bank (SNB) de beleidsrente voor het eerst in vijftien jaar. Niet alleen het moment van de bijstelling was onverwacht, maar ook de omvang ervan. Terwijl de Europese Centrale Bank (ECB) heel voorzichtig lijkt voor te sorteren op een verhoging met een kwart procent, is de rente in Zwitserland met maar liefst een half procent gestegen.

De SNB zinspeelde zelfs op nog meer renteverhogingen in de komende maanden. Dat is
een behoorlijke koerswijziging. Tot voorkort was de centrale bank van Zwitserland samen met die
van Japan namelijk de enige ter wereld die niet de wens had geuit om de rente te verhogen.

Lekker schuilen bij de frank

Een stijgende rente zorgt er gebruikelijk voor dat het aantrekkelijker wordt om vermogen aan te
houden in een bepaalde valuta. Alhoewel bij het huidige tarief van -0,25 procent nog weinig partijen hiervoor staan te dringen, verlaagt het wel de drempel voor wie uit onzekerheid over het financiële klimaat wil uitwijken naar de Zwitserse frank.

De munt geldt als veilige haven dankzij een sterke banksector, een binnenlandse economie die niet snel verstoord wordt door externe factoren en een voorzichtige centrale bank. Die eigenschappen zijn een voorname reden waarom de frank sinds september vorig jaar met bijna 10 procent is gestegen ten opzichte van de euro. Hoewel de frank in theorie de wind in de rug blijft houden, ziet de praktijk er anders uit.

Grens van graniet of van papier?

Zodra de grens van 1 euro doorbroken dreigt te worden, trapt de SNB keihard op de rem. De centrale bank streeft in dit opzicht naar voorspelbaarheid en wil voorkomen dat de internationale
concurrentiepositie van het Zwitserse bedrijfsleven wordt uitgehold. Vorig jaar kosten ingrepen op
de valutamarkt de SNB 21,1 miljard frank. En in coronajaar 2020 was dat zelfs 110 miljard frank. Is er een grens aan wat de bank kan doen om de 1 euro-grens te verdedigen? Ongetwijfeld, want in
januari 2015 werd al onverwacht de grens van 1,20 euro losgelaten. Indertijd schoot de frank in één
klap met ruim 15% omhoog. De verrassende renteverhoging onderstreept echter dat de SNB zich niet in de kaarten laat kijken. Voorlopig heeft het dus weinig zin om al op een hogere frank te wedden.


De auteur Joost Derks is valutaspecialist bij iBanFirst. Deze column geeft zijn persoonlijke mening weer en is niet bedoeld als professioneel (beleggings)advies.

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20