Kan 2026 eindelijk het jaar van de productiviteit worden?

De brede welvaart in onze samenleving wordt bepaald door de economische activiteit die we realiseren. Als we meer welvaart willen, hebben we economische groei nodig. Die economische groei maakt het mogelijk om de koopkracht te verhogen, om de pensioenen te betalen, om meer te investeren in zorg of onderwijs, of zelfs om minder te werken. De economische activiteit wordt in essentie bepaald door twee factoren: hoeveel mensen werken er, en hoeveel output leveren die per hoofd. De eerste factor is de werkgelegenheid, de tweede is de productiviteit. Voor economische groei moet één (of allebei) van die factoren toenemen.

De voorbije 25 jaar kwam het grootste deel van de economische groei van de werkgelegenheidsgroei. Ook de beleidsfocus lag toen vooral op meer mensen aan het werk krijgen. Maar die aanpak botst stilaan op demografische limieten. Er komen de volgende decennia nog amper mensen bij op onze arbeidsmarkt. Meer mensen aan het werk kan dan enkel nog door het activeren van groepen mensen die vandaag nog niet aan het werk zijn, onder meer werklozen en langdurig arbeidsongeschikten. Daar zit in ons land nog potentieel, zeker in vergelijking met andere landen, maar het wordt niet evident om dat waar te maken. En zelfs als dat lukt, is dat potentieel niet eindeloos. Als significante groeifactor zal de werkgelegenheidsgroei de komende jaren vrij snel wegdeemsteren.

Extra welvaart moet de komende decennia bijna volledig van de productiviteitsgroei komen. Maar die productiviteitsgroei is al sinds de jaren 60 aan het vertragen. Vandaag zitten we aan minder dan 0,5 procent per jaar. Als we die neerwaartse trend in de productiviteitsgroei niet gekeerd krijgen, dan zal onze economische groei, en dus ook de welvaartsgroei, alleen maar verder vertragen. Dat zal dramatische gevolgen hebben voor onze welvaartsstaat, onze overheidsfinanciën en onze koopkracht. Dat besef lijkt nog altijd niet volledig doorgedrongen.

Het voorbije jaar focusten onze overheden op de overheidsfinanciën, op de werkloosheidsuitkering, op de pensioenen… Dat is allemaal belangrijk, maar als we de vertragende trend in de productiviteitsgroei niet gekeerd krijgen, zal dat op langere termijn weinig of niks uitmaken voor onze welvaart. Met de besparingen op opleidingen en op onderzoek en ontwikkeling, de ondermaatse investeringen in infrastructuur en de weigering om het Mercosur-akkoord goed te keuren, namen onze regeringen zelfs maatregelen die de productiviteitsgroei nog verder afremmen. Dat moet in 2026 dringend anders.

Voor onze toekomstige welvaart is productiviteitsgroei met ruime voorsprong de belangrijkste factor. Op langere termijn is het zelfs het enige wat er echt toe doet. Die productiviteitsgroei zou dus voor beleidsmakers en sociale partners de absolute prioriteit moeten zijn. Dat impliceert inzetten op beter onderwijs, meer opleiding, doorgedreven digitalisering, infrastructuur, flexibiliteit op de arbeidsmarkt, minder regulering, meer concurrentie, meer internationalisering, meer O&O en innovatie, meer start- en scale-up dynamiek… Hopelijk wordt 2026 eindelijk het jaar van de productiviteit. Dat is de enige manier om op langere termijn meer welvaart voor iedereen te verzekeren.

Bart Van Craeynest
Hoofdeconoom bij Voka en auteur van ‘België kan beter’

Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.