De vraag klinkt steeds vaker in Europese bestuurskamers: is strategisch board management vandaag nog nodig? Met uitgebreide governancecodes, professionele bestuurders en een overvloed aan rapporten en dashboards lijkt “goed bestuur” soms een automatisme geworden. Alsof de rol van de raad van bestuur zichzelf heeft opgelost. Dat idee is niet alleen fout, het is gevaarlijk.
Volwassen governance, afnemende scherpte
Europa beschikt over een van de meest uitgewerkte governancekaders ter wereld. Raden van bestuur zijn formeler georganiseerd, diverser samengesteld en beter ondersteund dan ooit. Maar precies die volwassenheid creëert een paradox. Hoe sterker de structuren, hoe groter het risico op strategische zelfgenoegzaamheid.
In veel organisaties is board management verengd tot correct agendabeheer, formele besluitvorming en controle achteraf. Strategie wordt ontwikkeld door het executive team; de raad valideert. Dat model werkte in een stabiele, voorspelbare wereld. Die wereld is verdwenen.
Geopolitiek stopt niet aan de bestuurskamerdeur
Wat vandaag in Washington of Beijing wordt beslist, heeft directe impact op Europese ondernemingen. De Verenigde Staten tonen hoe snel handelsregels en tarieven kunnen kantelen onder een uitgesproken America First-logica. China is tegelijk markt, concurrent én geopolitieke hefboom. Technologie, data, chips en artificiële intelligentie zijn geen neutrale productiemiddelen meer, maar strategische machtsinstrumenten.
Voor Europese organisaties vertaalt zich dat in concrete risico’s: supply chains worden politiek kwetsbaar, toegang tot technologie is niet langer vanzelfsprekend, concurrentiedruk verschuift door omgeleide handelsstromen en investeringsbeslissingen worden fundamenteel onzekerder. Dit zijn geen operationele details. Dit zijn strategische keuzes die raken aan de bestaansreden van de onderneming.
Strategie hoort thuis in de raad
Toch blijven veel raden van bestuur vooral reactief. Ze behandelen strategie episodisch, vaak als een jaarlijkse oefening, losgekoppeld van geopolitieke, technologische en maatschappelijke realiteiten. Dat volstaat niet meer.
Strategisch board management betekent dat de raad expliciet verantwoordelijkheid neemt voor richting, niet enkel voor toezicht. Dat vraagt om systematische bespreking van scenario’s, om ruimte voor langetermijndenken voorbij de kwartaaldruk, en om een samenstelling van de raad die strategische uitdaging mogelijk maakt. Informatie moet inzicht creëren, geen administratieve afvinklijst zijn.
Zonder die bewuste keuzes vervallen zelfs zeer ervaren raden in routine. Ze volgen de gebeurtenissen, in plaats van erop te anticiperen.
Geen micromanagement, wel rolzuiverheid
Laat dit duidelijk zijn: strategisch board management betekent niet dat de raad op de stoel van het management gaat zitten. Integendeel. Het versterkt net de rolverdeling.
Een sterke raad daagt strategie uit zonder ze over te nemen. Ze bewaakt het langetermijnperspectief wanneer de druk oploopt en fungeert als klankbord én kompas voor het executive team. Dat vergt actieve voorzitters, doordachte agenda’s, aandacht voor groepsdynamiek en professionele ondersteuning van het bestuursproces. Strategie is geen bijlage, maar een kernonderdeel van het boardroomgesprek.
De echte vraag
De relevante vraag is niet of strategisch board management in Europa nog nodig is. De echte vraag is of organisaties het zich kunnen veroorloven om het niet expliciet te organiseren.
In een wereld waarin geopolitieke onzekerheid structureel is geworden en strategische schokken sneller en harder toeslaan, volstaat “goed functionerend bestuur” niet meer. Raden van bestuur moeten opnieuw strategische ankerpunten worden.
Niet door meer te controleren, maar door scherper te denken, beter te dialogeren en moediger vooruit te kijken. Dat is geen luxe. Dat is leiderschap.
Sandra Gobert, CEO van Guberna

