IJsberen verbruiken tot vier keer meer energie om te overleven door krimpend leefgebied

IJsberen verbruiken tot vier keer meer energie om te overleven. Foto: Photostock-Israel / Science Photo Library

IJsberen verbruiken tot vier keer zoveel energie om te overleven als gevolg van het smeltende noordpoolijs. Dat concluderen wetenschappers in een artikel gepubliceerd in het vaktijdschrift Journal of Experimental Biology.

Het smeltende zee-ijs als gevolg van klimaatverandering zorgt ervoor dat het leefgebied van roofdieren op de Noordpool stilaan verdwijnt. Maar onderzoekers waarschuwen nu dat dieren zoals ijsberen en narwallen (arctische tandwalvissen) maar moeilijk kunnen overleven in hun veranderende habitat.

Energiezuinige roofdieren

De ijsbeer, het grootste roofdier ter wereld, is zo geëvolueerd dat hij zo weinig mogelijk energie verbruikt. Hij wacht tijdens het jagen geduldig op zijn prooi, die hij op een kilometer afstand ruikt. Hetzelfde geldt voor narwallen, een bedreigde walvissoort. Zij zijn geëvolueerd om diep te duiken – zonder snelle bewegingen te maken. 

Maar uit een Amerikaanse studie blijkt dat de roofdieren nu veel harder moeten werken om in leven te blijven en daardoor veel meer energie verbruiken dan voordien – tot vier keer meer.  

IJsberen voeden zich hoofdzakelijk met de energierijke speklaag van zeehonden, een voedselbron die in recente jaren steeds moeilijker te vinden is. Daarnaast is het zee-ijs waarop ze jagen sinds 1979 elk decennium met 13 procent gekrompen. Onderzoek toont aan dat ijsberen nu gemiddeld drie dagen moeten zwemmen voor ze nog een zeehond vinden. Ze trekken ook steeds meer naar het vasteland, op zoek naar eten, waardoor ze grotere afstanden afleggen. 

‘Een ijsbeer zou ongeveer 1,5 kariboe, 37 Arctische zalmforellen, 74 sneeuwganzen, 216 sneeuwganzeneieren of 3 miljoen bessen moeten consumeren om de verteerbare energie in de speklaag van één volwassen ringelrob (kleine zeehond, red.) te evenaren’, schrijven de onderzoekers. 

‘Arctische wereld onvoorspelbaarder’

Narwallen kunnen tot zo’n 1.500 meter diepte zwemmen op zoek naar Groenlandse heilbot, hun favoriete prooi. Om adem te kunnen halen hebben ze goede gaten in het ijs nodig. Maar het ijs beweegt nu zo snel dat die gaten in veel gevallen verdwijnen of verschuiven. 

‘De Arctische wereld is nu zo veel onvoorspelbaarder geworden voor deze dieren’, verklaart coauteur Terrie Williams van de universiteit van Californië. ‘Met een eindige hoeveelheid zuurstof in hun spieren en bloed, merken we dat de narwallen de snelheid, diepte en duur van hun duiken afstemmen op de capaciteit van hun interne duikflessen. Eén verkeerde inschatting kan leiden tot verdrinking.’ (mah)

Lees ook: