Met branded content van Fleetaccess
Waarom de keuze voor een alarmsysteem zoveel uitmaakt
De meeste auto’s worden vandaag de dag geleverd met een standaard startonderbreker of een simpel akoestisch alarm. Dat klinkt veilig, tot je hoort hoe snel een ervaren autodief een onbeschermde auto kan openen, starten en weg laten rijden. Zeker bij youngtimers, elektrische auto’s of populaire leaseauto’s is de combinatie van waarde en diefstalrisico behoorlijk hoog.
Verzekeraars spelen daar op in met eisen rondom beveiligingsklassen. Soms kom je pas bij het afsluiten van een nieuwe polis of na het leasen van een auto voor het eerst de term “SCM klasse” tegen. Dat voelt dan meteen technisch en bureaucratisch, terwijl het in de basis draait om één vraag: hoe zorg je dat jouw auto na een poging tot diefstal nog steeds op je oprit staat?
Een goed gekozen alarmsysteem sluit aan op de manier waarop jij je auto gebruikt, waar je woont en hoe je verzekerd bent. Het voorkomt niet alleen financiële schade, maar ook gedoe met politierapporten, expertises en vervangend vervoer. Een klasse 4 alarm is daarbij vaak de logische stap voor auto’s met een hoger risico, maar het is niet voor iedereen per se de enige juiste optie.
Wat betekenen de verschillende alarmklassen precies
Wie voor het eerst over autoalarm klassen leest, ziet al snel door de bomen het bos niet meer. Toch is de opbouw eigenlijk vrij logisch. Elke klasse bouwt voort op de vorige, met extra functies en eisen. Een startonderbreker valt onder klasse 1 en is in veel moderne auto’s standaard aanwezig. Die zorgt ervoor dat de motor niet zomaar gestart kan worden zonder juiste sleutel of elektronische autorisatie.
Bij klasse 2 komt daar een akoestisch alarmsysteem bij dat reageert op het openen van deuren, motorkap en kofferbak. Denk aan de bekende sirene die afgaat bij een inbraakpoging. Een klasse 3 systeem voegt daar sensoren aan toe, zoals hellingshoekdetectie, zodat het alarm ook reageert als de auto wordt opgetild om bijvoorbeeld op een trailer te worden gezet.
Een volgsysteem zoals bij klasse 4 gaat een stap verder en richt zich niet alleen op het voorkomen, maar óók op het terugvinden van de auto. Het systeem staat in verbinding met een meldkamer en kan de positie van het voertuig doorgeven, zelfs als de dief de auto al heeft kunnen verplaatsen. Dat maakt dit type beveiliging met name interessant voor nieuwere of duurdere voertuigen waar totale diefstal een reëel scenario is.
Wanneer is een klasse 4 voertuigvolgsysteem verstandig
Niet iedere auto heeft dezelfde beveiligingsbehoefte. Een oudere stadsauto die vooral onder een lantaarnpaal in een rustige woonwijk staat, heeft een ander risicoprofiel dan een jonge SUV langs de snelweg of een veelgevraagde elektrische leaseauto bij een stationsparkeerplaats. De keuze voor een klasse 4 systeem hangt daarom samen met een paar praktische factoren.
Ten eerste de waarde van je auto en de populariteit van het model onder dieven. Lijsten met meest gestolen auto’s laten vaak dezelfde merken en types terugkomen. Rijd je in zo’n model, dan is een volgsysteem een stuk meer dan een luxe extra. Daarnaast speelt de eis van de verzekeraar een grote rol. Bij diefstalgevoelige of dure voertuigen wordt regelmatig een klasse 4 installatie verplicht gesteld om volledig verzekerd te zijn bij totaalverlies.
Ook je eigen gemoedsrust is een legitieme reden om een hoger beveiligingsniveau te kiezen. Wie zijn auto regelmatig op onbekende plekken parkeert, veel in grensgebieden rijdt of zijn voertuig zakelijk inzet, voelt zich vaak prettiger met actieve bewaking en de mogelijkheid tot opsporing. De wetenschap dat er 24/7 kan worden meegekeken bij een melding, haalt veel spanning weg op momenten dat je je auto even uit het zicht moet laten.
Het verschil tussen klasse 3 en klasse 4 in de praktijk
Tussen een klassiek autoalarm en een volgsysteem zit in de praktijk een duidelijk verschil in focus. Een klasse 3 installatie is nog steeds vooral een inbraak- en diefstalpreventietool. Het schrikt af met sirene en verlichting, reageert op ongewenste bewegingen en maakt het lastiger om onopgemerkt met je auto te verdwijnen. Voor veel auto’s en gebruikssituaties is dat afschrikeffect ruim voldoende.
Een klasse 3 alarm komt in beeld wanneer je méér wilt dan alleen de basisdetectie van klasse 2. Parkeer je bijvoorbeeld vaak langs de straat, staat je auto regelmatig ’s nachts in een minder overzichtelijke buurt of ben je simpelweg zuinig op een auto die net buiten het segment “diefstalgevoelig en high-end” valt, dan levert klasse 3 een goede balans op tussen kosten en zekerheid.
Bij klasse 4 verschuift de nadruk naar monitoring en terugvinden. Waar een klasse 3 sirenes laat loeien, blijft een volgsysteem ook relevant nadat de auto al is meegenomen. In samenwerking met een meldkamer en vaak ook politie kan de locatie van het voertuig worden bepaald. Dat is precies het verschil tussen een gestolen auto die definitief verdwenen is en een auto die binnen enkele uren weer terug op de oprit staat.
Hoe verzekeraars kijken naar de keuze voor een alarmsysteem
Verzekeraars beoordelen auto’s niet alleen op cataloguswaarde, maar ook op diefstalstatistieken. Een relatief betaalbare, maar extreem populaire bestelbus kan daardoor zwaardere beveiligingseisen krijgen dan een luxere sedan die minder vaak wordt gestolen. In de polisvoorwaarden vind je meestal heel concreet welke beveiligingsklasse minimaal is vereist.
Voldoe je niet aan die eis, dan kan dat vervelende gevolgen hebben na een diefstal. In sommige gevallen wordt helemaal niet uitgekeerd, in andere situaties wordt de uitkering verlaagd omdat de afgesproken beveiliging ontbrak. Veel automobilisten ontdekken dit pas als het misgaat, terwijl een eenmalige keuze voor het juiste systeem dat risico eenvoudig had afgevangen.
Het loont daarom om bij aankoop of lease van een auto direct te checken welke beveiligingsklasse jouw verzekeraar verwacht. Soms is een upgrade van een simpel alarmsysteem naar een volgsysteem voldoende om je premie te verlagen of überhaupt toegang te krijgen tot een bepaalde verzekering. Dat maakt de investering in de praktijk vaak minder hoog dan hij op het eerste gezicht lijkt.

