Toen de eerste camera’s zich begonnen te verspreiden in Europa in het midden van de 19de eeuw, werd fotografie een steeds krachtiger medium voor het verkrijgen en verspreiden van informatie over de hele wereld. De oudste foto komt uit 1842.
De Andes, waarschijnlijk in Peru of Bolivia (1849)

Een van de oudste foto’s van de tentoonstelling. Dit beeld van het Andesgebergte is van de Amerikaanse fotograaf Robert H. Vance. Bekend om zijn latere beelden van de goldrush in Californië. Vance opende een aantal fotografiegalerijen in de VS en Chili.
De beelden zijn gemaakt met behulp van het allereerste commerciële fotografisch proces: het daguerreotype. Bij dit proces wordt kwikdamp aangebracht op een erg gevoelig, verzilverd vel koper om zo een scherpe impressie na te laten van de scène of het onderwerp. Overlevende foto’s met deze techniek zijn erg zeldzaam en erg delicaat. Barthe: ‘Het is echt een unieke foto. Toen we het kochten op een veiling, realiseerde ik me dat ik nog nooit een voorbeeld van daguerreotypefotografie had gezien. Het is een van de vroegst bekende foto’s van Zuid-Amerika.’
Dode krokodil in een boot op de Nijl, Egypte. (1852)

Foto van een dode krokodil op het dek van een boot op de Nijl, genomen door Ernest Benecke. Credits: Bibliothèque nationale de France, Parijs
Als onderdeel van een nieuwe generatie van ontdekkingsreizigers-fotografen documenteerde Ernest Benecke uitvoerig zijn reizen op de Middellandse Zee, in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Maar in plaats van alleen de architectuur en landschappen die hij tegenkwam te fotograferen, richtte de Engels-Duitse fotograaf zijn lens ook op het dagelijkse leven en de lokale culturen. Hij deed dat om ‘poëtische en onverwachte’ foto’s te maken, zoals Barthe het verwoordt. De curator koos voor een foto uit 1852 van een dode krokodil aan boord van een boot op de Nijl. De foto werd genomen kort na de bekende foto van de autopsie van het dier. ‘De sfeer lijkt meer dubbelzinnig of mysterieus. De foto’s van Benecke zijn anders dan de veelvoorkomende foto’s van vrouwen die water of palmbomen dragen. Het is Egypte, maar geen postkaart-Egypte.’
Zicht over het heiligdom en de stad Mekka, in het huidige Saudi-Arabië (1881)

Muhammad Sadiq Bey, een landmeter en ingenieur bij het Egyptische leger, zou de eerste foto’s ooit genomen hebben van Mekka en Medina. Alsook van de religieuze plaatsen rond die twee steden. Voor veel moslims waren de beelden de eerste gedetailleerde glimp die ze te zien kregen van de Grote Moskee en de Kaäba, het heiligdom in het midden. Die wordt gezien als de heiligste plek binnen de islam.
Deze foto toont niet alleen de staat van de moskee en de architectuur van Mekka van die tijd, maar is ook opgenomen in de tentoonstelling omdat het het werk van een pionier herkent die ‘een betere plek verdient in de wereldgeschiedenis van fotografie’, zegt Barthe.
‘We weten niet veel over de geschiedenis van de fotografie buiten Europa en de VS, dus veel van die belangrijke fotografen zijn niet erg bekend. Sadiq Bey is een mooi voorbeeld hiervan, je zult zijn naam niet vinden in de klassieke geschiedenis.’
De maharani van Nepal en haar ladies-in-waiting, Nepal (1885-1894)

Rond 1882 richtten de Britse fotografen P.A. Johnston en Theodore Hoffman een van de grootste commerciële fotografiestudio’s op in India. Johnston en Hoffmann maakten een reeks albumineportretten van mensen uit verschillende regio’s van de Himalaya, waaronder Sikkim en Tibet. De bovenstaande foto is genomen in Nepal, een afgelegen gebied dat nauwelijks gefotografeerd werd in de begindagen van de fotografie. Er blijven veel vragen bestaan over de oorsprong van de foto.
‘Dit is niet gemaakt als een etnografisch portret – het lijkt meer op een officieel portret’, aldus Barthe. ‘Johnston en Hoffmann maakten een album over een aantal belangrijke mensen uit Nepal, toch zijn de foto’s erg zeldzaam. Het lijkt niet op een commercieel project. Het zou een speciale aanvraag geweest zijn van de Nepalese rechtbank, maar we hebben geen details over de foto.’
Een straat in Kanton (het huidige Guangzhou), China (1870-1890)

Lai Afong is een van de belangrijkste figuren in de begindagen van de Chinese fotografie. Naast de opening van een van de eerste portretstudio’s in Hongkong in 1859, maakte hij ook een groot aantal foto’s van landschappen en stadsbeelden.
De straatfotografie van Lai is erg opmerkelijk omdat de lange belichtingstijden van de eerste camera’s het moeilijk maakten om drukke plaatsen scherp vast te leggen.
‘Deze foto is speciaal omdat hij verticaal gemaakt is. En het idee van foto’s nemen op straat met zoveel beweging … geeft een gevoel van een erg moderne foto’, vertelt Barthe. ‘Het zou een foto kunnen zijn die genomen is in de 20ste eeuw.’
Portret van Sir Pratap Singh met zijn entourage, India (1882)

Dit portret, zoals vele uit die periode, werd gecreëerd door het proces van albumineprint. Bij die techniek wordt gebruikgemaakt van eiwitten om chemicaliën te binden aan papier. De fotograaf is Lala Deen Dayal, hij zette een aantal commerciële studio’s op en werkte als officiële fotograaf voor Britse ambtenaren en Indische royals.
De integratie van Dayals werk in de tentoonstelling helpt het idee te ondermijnen dat de vroege geschiedenis van de Aziatische fotografie bepaald werd door koloniale elites, legt Barthe uit. ‘Deze foto toont dat de manier waarop lokale en Europese fotografen te werk gingen, erg op elkaar kan lijken. In dit geval toont het portret de machtigen en rijken – een manier om de macht van het Indische volk te tonen. Het is interessant om te vergelijken, want zo ontdek je dat foto’s soms op dezelfde manier gemaakt worden als ze hetzelfde doel hebben.’
Panoramisch zicht over de haven van Kobe, Japan (1870-1874)

Dit tweeluik van de haven van Kobe, genomen kort nadat Japan zich na tientallen jaren van isolationisme openstelde, toont een stad op de rand van een enorme verandering. De fotograaf van het panorama, Ichida
Souta, was een van de eerste commerciële fotografen van het land.
Hij opende een studio in Kyoto in 1867.
Wat misschien zelfs opvallender is dan de foto zelf, is de decoratieve rand. Volgens Barthe toont het hoe de fotografie van vroeger op een unieke manier samengevoegd werd met Japans design.
‘We hebben dit album met een gouden decoratie en we hebben een ander dat kan worden uitgevouwen met een erg decoratieve montage. Ze tonen hoe de Japanse smaak deze foto’s compleet veranderde en transformeerde.’
‘In andere delen van de wereld, zoals in India, zien we een soort van transformatie van foto’s met traditionele technieken zoals foto’s beschilderen, en Japan toont hiervan een erg goed voorbeeld.’
Portret van emir Abd el-Kader, Parijs (1865)

Dit portret, dat genomen werd in Parijs in 1865, was opgenomen in de tentoonstelling. En niet omwille van de fotograaf, de Franse antropoloog Jacques-Philippe Potteau, maar wel omwille van het onderwerp: emir Abd el-Kader. Abd el-Kader was niet alleen een spilfiguur in het Algerijnse verzet tegen de Fransen, maar ook een theoloog en filosoof met een grote interesse in fotografie.
Zijn passie voor het medium deed hem poseren voor een paar van de grootste portretfotografen.
Barthe: ‘Hij had een zeer positieve houding ten opzichte van fotografie en hij schreef over fotografische uitstraling. Het is erg interessant om dit te vergelijken met het feit dat hij vaak zelf gefotografeerd werd.’
Portret van een jonge vrouw, Ethiopië (1885-1888)

De Franse ontdekkingsreiziger Jules Borelli maakte gedetailleerde en geïllustreerde dagboeken tijdens zijn reis door Ethiopië. Hij fotografeerde er vaak mensen van de etnische groepen Amhara, Oromo en Sidama. Deze albuminefoto sprong er voor Barthe uit door de ‘mysterieuze glimlach’ van de jonge vrouw. In tegenstelling tot de meer formele of etnografische portretfoto’s van die tijd, ziet de vrouw er erg ontspannen uit. Waardoor de sfeer van het beeld helemaal verandert. ‘We zien een soort van relatie tussen de fotograaf en de persoon die gefotografeerd wordt. Haar glimlach suggereert dat ze een soort van medeplichtigheid voelt ten opzichte van de fotograaf, of misschien gebeurt er iets grappigs. Hoewel we niet weten of het ironisch is of iets compleet anders.’
De Prambanan-tempel, Jogjakarta, Indonesië (1889-1890)

Kijk goed naar deze foto van de hindoetempel en je zult fotograaf Kassian Cephas, met snor, zien bij de ingang. Deze ontdekking betekende dat de eerder niet-toegeschreven foto eindelijk toegekend kon worden aan de Indonesische rechtbankfotograaf en portretfotograaf, die het hele culturele erfgoed van Java documenteerde.
Hoewel Cephas waarschijnlijk op zijn assistenten vertrouwd heeft om de foto te nemen, kan dit volgens de curator beschouwd worden als een ‘vroege versie van een selfie’.
‘Het is niet simpel om dit soort foto’s te nemen met behulp van het collodionproces’, zo verwijst hij naar de fotografische techniek die ook het ‘natteplaatproces’ genoemd wordt. ‘Je moest de camera met behulp van een tweede persoon bedienen om zo het statief en de glazen platen op te zetten. Hij kan dus het frame zo georganiseerd hebben terwijl er hem iemand hielp en hij de trappen opklom.’