Key takeaways
- Diversiteit van derde-, vierde- en vijfde-generatie vliegtuigen zou NAVO-kwetsbaarheden kunnen beperken, maar het is twijfelachtig of dit in de praktijk altijd haalbaar is.
- Samenwerking van oude en nieuwe generaties kan de inzet optimaliseren, maar grote verschillen in defensiebudgetten en strategische prioriteiten tussen lidstaten beperken de effectiviteit.
- Niet alle landen kunnen dezelfde geavanceerde vliegtuigen aanschaffen, wat gezamenlijke planning en inzet bemoeilijkt.
De aanschaf van de F-35 Lightning II heeft de capaciteiten van de NAVO vergroot, maar het toestel vervangt de oudere vliegtuigen binnen het bondgenootschap niet volledig. Een gemengde vloot van derde-, vierde- en vijfde-generatie vliegtuigen blijft nodig, al is het de vraag hoe consistent en efficiënt deze mix in de praktijk kan worden ingezet.
Kwetsbaarheden verminderen
Volgens analyses vermindert een diversiteit aan gevechtsvliegtuigen het risico dat één type volledig wordt uitgeschakeld. In theorie maakt het ook de integratie van verschillende generaties mogelijk. In de praktijk blijft de effectiviteit echter afhankelijk van budgettaire keuzes en de bereidheid van lidstaten om middelen op elkaar af te stemmen.
Het inzetten van meerdere types verkleint de impact van een uitval of technische problemen. Toch kunnen verschillen in onderhoud, training en compatibiliteit met munitie de voordelen deels tenietdoen. Bovendien blijven de risico’s in de toeleveringsketen en bij complexe platforms bestaan.
Complementair, maar niet zonder beperkingen
De combinatie van F-35’s met Eurofighters en oudere F-16’s illustreert theoretische voordelen: langere missietijd, hogere wapenlast en betere sensorfusie.
In de praktijk is het echter de vraag of deze synergie altijd werkt, gezien verschillen in planning, onderhoud en operationele doctrines van de lidstaten.
Overlevingsvermogen
Terwijl de F-35 geschikt is voor risicovolle missies, blijven oudere vliegtuigen zoals de F-16 noodzakelijk voor routinemissies.
Een gemengde vloot kan een meerlaagse verdediging creëren, maar dit hangt af van hoe middelen en strategische keuzes tussen de landen op elkaar afgestemd zijn — wat vaak niet volledig het geval is.
Bijdrage van de NAVO-leden
Het principe van ‘economy of force’ schrijft efficiënt gebruik van middelen voor. Toch zijn de verschillen in defensiebudgetten groot: niet alle landen kunnen eenzelfde vloot onderhouden. Binnen de NAVO wordt daarom afgesproken dat elk land bijdraagt naar vermogen (5 procent van het bbp).
Deze regeling zorgt ervoor dat alle leden een rol kunnen spelen, maar leidt ook tot spanningen en kan de gezamenlijke inzet bemoeilijken.
Strategische degelijkheid
Het handhaven van een gemengde vloot wordt door de NAVO als strategisch verantwoord gezien, maar in de praktijk blijft de effectiviteit onzeker. Haalbaarheid, budgettaire beperkingen en uiteenlopende nationale prioriteiten kunnen de collectieve verdediging bemoeilijken en de afschrikking tegen agressie beperken of inconsistent maken. (em)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

