Het ‘Buy European’-plan van de EU kampt met complexiteiten en risico’s


Key takeaways

  • De EU wil haar industriële sector stimuleren door middel van strategische investeringen die Europese bedrijven bevoordelen.
  • Het succes hangt af van het stimuleren van innovatie en productiviteitswinst, in plaats van uitsluitend te streven naar een dominant marktaandeel.
  • Het navigeren tussen de uiteenlopende belangen van de lidstaten, de WTO-regels en mogelijke vergeldingsmaatregelen vormt een grote uitdaging voor de uitvoering van het plan.

Het ambitieuze “Buy European”-plan van de Europese Unie is bedoeld om de industriële sector te versterken door middel van strategische investeringen. Dit initiatief brengt echter aanzienlijke complexiteit en risico’s met zich mee voor de EU. Verschillende experten geven uitleg en duiding bij Euronews.

Delicate balans vinden

In essentie is het plan erop gericht belastinggeld in te zetten om Europese industrieën te ondersteunen, naar het voorbeeld van het “Buy American”-beleid van de Verenigde Staten. In tegenstelling tot de VS moet de EU echter een delicate balans vinden tussen de belangen van 27 uiteenlopende lidstaten en tegelijkertijd zowel de regels van de Wereldhandelsorganisatie als haar eigen beginselen van open handel naleven.

Vroege pogingen om het voorstel te formaliseren stuitten op hindernissen door meningsverschillen tussen de lidstaten. Hoewel er consensus bestaat over het prioriteren van Europese defensieaankopen om redenen van strategische autonomie, maken andere sectoren zich zorgen over mogelijk protectionisme en verstikking van innovatie. Deskundigen waarschuwen voor algemene preferenties die de kosten voor downstream-industrieën kunnen opdrijven zonder echte groei te bevorderen.

Weg naar succes

Het succes van het plan hangt niet alleen af van het marktaandeel, maar ook van de opkomst van innovatieve bedrijven, productiviteitswinst en werkgelegenheid. Er blijven echter meningsverschillen bestaan binnen de EU over de reikwijdte en uitvoering van “Buy European”. Frankrijk pleit voor strikte regels inzake lokale inhoud, terwijl Duitsland voorstander is van een flexibelere aanpak waarbij vertrouwde handelspartners zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen worden betrokken. Kleinere lidstaten maken zich zorgen over onevenredige kosten en beperkte voordelen in vergelijking met grotere economieën.

Er zijn tal van praktische uitdagingen. De afhankelijkheid van Europa van geïmporteerde onderdelen bemoeilijkt het vaststellen van de “Europese voorkeur”, vooral in complexe toeleveringsketens die zich over meerdere landen uitstrekken. Bovendien zou het uitsluiten van belangrijke bondgenoten zoals Canada of Mercosur-partners tot vergeldingsmaatregelen kunnen leiden, wat uiteindelijk schadelijk zou zijn voor de Europese export.

Op zoek naar consensus

De Commissie zal naar verwachting gedifferentieerde EU-drempels voor toegevoegde waarde voor bepaalde strategische sectoren voorstellen, die mogelijk variëren van 60 procent tot 80 procent. Ook wordt overwogen om een uitzondering voor “betrouwbare partners” in te voeren voor bondgenoten. Verschillende lidstaten hebben echter al hun bedenkingen geuit en wijzen op de noodzaak van een laatste redmiddel, een tijdelijke en sectorspecifieke aanpak.

Ondanks het politieke akkoord zijn de technische details nog niet uitgewerkt, wat de complexiteit van dit ambitieuze industriële beleidsinitiatief onderstreept.

Volg Business AM ook op Google Nieuws

Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.