Europese luchtkwaliteit is voorbije tien jaar aanzienlijk verbeterd, maar heeft nog een lange weg te gaan

Onder meer het autoverkeer blijft een belangrijke bron van luchtvervuiling. – Georg Wendt/Picture Alliance

De luchtkwaliteit is de voorbije tien jaar in heel Europa aanzienlijk verbeterd, maar vervuiling leidt nog steeds tot een aanzienlijk aantal vroegtijdige overlijdens. Dat blijkt uit een studie van het Europees Milieuagentschap (EEA), gebaseerd op metingen van twee jaar geleden.

Het onderzoek toonde onder meer dat vooral Europese stedelingen lijden onder de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging, wat fatale ademhalingsziektes en cardiovasculaire aandoeningen kan veroorzaken.

‘De gegevens bewijzen dat investeringen in een betere luchtkwaliteit ook de gezondheid en productiviteit van de Europese bevolking ten goede komen,’ benadrukt Hans Bruyninckx, directeur van het Europees Milieuagentschap.

Steenkool

Het onderzoek toonde aan dat twee jaar geleden 34 procent van de stadsbewoners in de Europese Unie ozonvolumes inademden die de gezondheidsgrenzen van het gebied overschreden. Ook registreerde men bij 15 procent van alle Europeanen hoeveelheden fijnstof die de daglimieten van de Europese Unie overstegen.

Zes landen – Bulgarije, Kroatië, Tsjechië, Italië, Polen en Roemenië – lieten onaanvaardbare niveaus fijnstof optekenen. ‘Een groot aantal van deze landen zijn voor hun energievoorziening in sterke mate afhankelijk van steenkool, dat bij verbranding grote hoeveelheden fijnstof laat vrijkomen,’ zeggen de onderzoekers.

Eerdere studies toonden aan dat kinderen in Polen aan vier keer meer luchtverontreiniging worden blootgesteld dan in Frankrijk.

De lidstaten van de Europese Unie zijn verplicht strategieën voor emissiereducties in te dienen. ‘Anderhalf jaar na de gestelde deadline hebben Italië, Griekenland, Luxemburg en Roemenië echter nog altijd niet aan die eis voldaan,’ merkt Margherita Tolotto, directeur van het European Environmental Bureau (EEB), op.

‘De overheden hebben nochtans al genoeg waarschuwingen gehad om van de aanpak van luchtvervuiling een absolute prioriteit te maken. Hun vertragingen gaan ten koste van de gezondheid van de Europese bevolking. Nochtans weet men heel goed wat er moet gebeuren om de luchtkwaliteit te verbeteren. Er is vooral nood aan een zuivere energievoorziening en industriële productie, naast transport en landbouw met een duurzaam karakter.’

De onderzoekers wijzen erop dat in Europa alleen Estland, Finland, IJsland en Ierland met hun concentraties binnen de grenzen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) – die strengere normen hanteert dan de Europese Unie – bleven.

Ongeveer 99 procent van de Europese stedelingen werd blootgesteld aan ozonvolumes die de aanbevolen drempel van de WHO overschreden. Bij fijnstof bleek bij 48 procent van de Europese stadsbewoners een overschrijding te moeten worden vastgesteld. 

Ontkoppeling

De onderzoekers wijzen er wel op dat Europa op het gebied van luchtvervuiling de voorbije tien jaar een aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt. Elf jaar geleden moest er nog gewag worden gemaakt van 417.000 vroegtijdige overlijdens. Twee jaar geleden was er nog sprake van 379.000 slachtoffers.

‘Toch blijft luchtvervuiling een zware bedreiging voor de gezondheid van de Europese bevolking,’ stippen de onderzoekers aan. ‘Na de klimaatverandering vormt luchtvervuiling voor de Europeanen ook de grootste milieubekommernis.’

‘Onder meer de uitstoot van zwavel en stikstofoxiden is sinds het begin van deze eeuw in Europa sterk teruggevallen,’ aldus nog het rapport. ‘Daarnaast kon ook een ontkoppeling tussen de uitstoot en de economische activiteit worden vastgesteld. Hoewel de economische activiteit de voorbije jaren is toegenomen, kon toch een daling van de uitstoot worden vastgesteld.’

Corona

Het rapport wijst ook nog op de impact van de maatregelen die werden genomen om de impact van de coronacrisis op te vangen. ‘Dat heeft geleid tot een tijdelijke verbetering van de luchtkwaliteit,’ zeggen de onderzoekers.

‘In april gingen landen als Spanje, Frankrijk en Italië over tot strengere maatregelen om de verspreiding van het virus te bestrijden. Op dat ogenblik zag men in die landen de concentraties stikstofdioxide met respectievelijk 61 procent, 52 procent en 48 procent dalen.’

Er zijn volgens de onderzoekers ook aanwijzingen dat de blootstelling aan luchtverontreiniging de menselijke vatbaarheid voor de ziekte zou kunnen beïnvloeden.