Een kritische analyse van het Europese vaccin-beleid

De 96-jarige Jos Hermans was de eerste Belg die gevaccineerd werd. (Foto: Dirk Waem, Pool via AP)

In de Europese Unie is gezondheidsbeleid een nationale bevoegdheid. Niettemin gebeurt de goedkeuring van coronavaccins door de Europese Commissie en werd ook de verantwoordelijkheid om te onderhandelen met farmabedrijven over de aankoop ervan toevertrouwd aan het Europese niveau. Bij beide zaken lijkt het te zijn mis gegaan.

Dat Israël, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en andere landen fors voorop lopen op EU-landen in de race om het vaccin toe te dienen kan natuurlijk niet zo maar aan de Europese Unie worden toegeschreven. De uitrol van het vaccin is immers een nationale – en soms zelfs regionale of lokale – bevoegdheid, terwijl niemand ook veel kan doen aan productievertraging bij de fabrikanten. 

Hoe vroeger de goedkeuring, hoe vroeger men kan beginnen vaccineren

Toch hangt veel af van de goedkeuring van het vaccin. Hoe vroeger de goedkeuring, hoe vroeger men kan beginnen vaccineren. Het Verenigd Koninkrijk, dat in 2020 nog steeds de EU-regels diende te volgen, maakte gebruik van een uitzonderingsprocedure om het Pfizer-vaccin goed te keuren enkele weken voor de EU dat deed, en kon dan ook een stuk eerder beginnen met de uitrol. Volgens de Duits-Turkse uitvinder van het vaccin, Ugur Sahin, had de Europese vertraging niets met wetenschappelijke redenen te maken, maar enkel met procedurele, die dan weer volgens Belgische beleidsmakers te verkiezen zouden zijn. Premier Alexander De Croo beweerde zelf: “In het VK hebben ze hun bevolking als proefkonijnen genomen.”

Nog belangrijker is wellicht de goedkeuring van het AstraZeneca-vaccin. Volgens Duits parlementslid Karl Lauterbach, de woordvoerder voor gezondheidsbeleid van de Duitse regeringspartij SPD, ‘zal het van het AstraZeneca-vaccin afhangen of Duitsland het al dan niet goed zal doen of niet’, wat betreft de doelstelling om tegen het einde van de zomer 60 procent van de bevolking te vaccineren.

Het Verenigd Koninkrijk keurde dit vaccin al goed en begon op 4 januari zelfs al met de inenting ervan. Het Europees Geneesmiddelenagentschap zal het daarentegen pas ten vroegste in februari goedkeuren. Dat heeft ook wel te maken met het feit dat AstraZeneca nog geen officiële aanvraag ter goedkeuring bij de EU heeft gedaan, maar het doet allemaal toch veel vragen rijzen.  

België voorziet in de planning dat het niet voor maart met dit vaccin zal kunnen beginnen inenten, en wellicht zal het in Duitsland en de rest van de EU niet veel vroeger zijn. Dat kan wel eens een bijzonder groot verschil maken. 

Het Verenigd Koninkrijk keurde zoals gezegd het Pfizer-vaccin begin december goed, binnen de krijtlijnen van EU-regelgeving, en het AstraZeneca-vaccin begin januari. Wat als de Europese Unie dezelfde snelheid had gevolgd – of iets trager dan – wat betreft het AstraZeneca-vaccin?

Wat als er een derde golf komt?

Gedurende de hele maand december en januari had men dit vaccin dan al kunnen toedienen aan de meest kwetsbaren en het zorgpersoneel. Laat ons hopen dat er uiteindelijk geen derde golf komt, maar volgens professor microbiologie en immunologie Hans-Willem Snoeck (Columbia University) is die bijzonder onwaarschijnlijk

De Britse variant van het Covid-virus verspreidt zich heel wat sneller, waardoor die variant ook heel wat meer slachtoffers kan maken, zelfs indien die niet dodelijker zou zijn dan eerdere varianten. Op dit moment is er al een enorme stijging in Ierland, de dichtste buur van het VK. In Ierland is sinds Kerstavond het aantal personen dat met Covid op intensieve zorgen ligt vervierdubbeld, op minder dan twee weken dus.

België heeft hoogste ‘oversterfte’ in westerse wereld

België pakte Covid al bijzonder slecht aan in 2020, dus een nieuw drama bij een derde golf moet men echt proberen te vermijden. Als men naar de ‘oversterfte’ kijkt – wat een vergelijking is van het aantal sterfgevallen in 2020 met voorgaande jaren, wat dus het probleem wegwerkt dat niet alle landen Covid-sterftes op dezelfde manier aangeven – ziet men dat er in de westerse wereld geen enkel land is met een dergelijke hoge oversterfte. Die bedroeg – volgens cijfers van de Financial Times – zo maar even 26% voor België in 2020, heel wat meer dan onze buurlanden (Nederland en Frankrijk: +11%, Duitsland: +4%, VK: +18%) en zelfs meer dan Spanje (+24%) en Italië (+15%). Ook het ‘Amerika van Trump’ deed het minder slecht, met +18%. Men moet al naar Istanboel gaan (+28%) om gelijkaardige dramatische cijfers te zien, al is het nog niet zo erg als in Mexico (+53%) of Peru (+89%) . Ondertussen kenden Denemarken en Zuid-Korea helemaal geen oversterfte, terwijl het zogenaamd ‘lockdownvrije’ Zweden met 12% het ook niet goed deed. 

De graad van lockdownbeperkingen lijkt trouwens niet direct een sterke factor – in tegenstelling tot zaken zoals grenscontroles en medische capaciteit, wat dan gaat over performant ‘test and trace’-beleid alsook beschikbaarheid van medisch materiaal. Spanje deed het nog slechter dan ons land tijdens de eerste golf, maar tijdens de tweede golf afgelopen herfst was de oversterfte binnen het Westen nergens hoger dan in België. 

Een snellere goedkeuring van het vaccin had dus op zijn minst de mogelijkheid geboden aan België om op dezelfde doortastende manier als Israël te werk te gaan bij de uitrol van het vaccin. 

Prioriteit voor de bewoners van de woonzorgcentra, ‘een puur politieke beslissing’?

Echter, ‘het is wat het is’, en in ons land is de uitrol nu wel al begonnen. Opnieuw volgens immunoloog Hans-Willem Snoeck is het vrij trage tempo te wijten aan het feit dat ‘er in die klinische studies van Pfizer en Moderna onvoldoende mensen van [zeer hoge] leeftijd zaten. We weten niet hoe veilig en effectief het vaccin is bij die zeer oude populatie. De oplossing? We gaan er 700 vaccineren en dan kijken.’ Hij stelt bovendien dat prioriteit voor de bewoners van de woonzorgcentra (‘WZC’s’) ‘een puur politieke beslissing’ is en ‘een reactie op een nogal vernietigend rapport van het WHO over ons beleid in de WZC’s’.

Hij wil integendeel voorrang voor het zorgpersoneel, en stelt: ‘Vrijwel alle andere landen kiezen voor het beschermen van de ‘eerstelijn’. Ook wij moeten dat doen. Want de gezondheidszorg moet overeind blijven. En we hebben die mensen nog hard nodig om te vaccineren. (…) Waren we met Kerstmis begonnen, we waren al bijna klaar.’ Het moet gezegd dat sommige andere wetenschappers, zoals bijvoorbeeld Marc Noppen, de ceo van UZ Brussel, geen voorstander zijn van prioriteit voor het zorgpersoneel. 

Verdedigers van het EU-beleid stellen dat de relatief tragere vaccinatie in Europa door problemen bij productie zit, en dat de uitrol nationaal ook veel te wensen overlaat. 

Vooreerst maken nationale beleidsfouten uiteraard fouten op EU-niveau niet goed. 

Maar bovendien het volgende: indien Hans-Willem Snoeck het bij het rechte eind heeft en het cruciaal is om eerst het zorgpersoneel in te enten, betekent dit dat het tijdstip van de start van de vaccinatiecampagne wel degelijk extreem belangrijk is, ook al beschikt men maar – als gevolg van productiebeperkingen – over een fractie van het aantal vaccins die nodig zijn. 

‘Europese Commissie heeft de aankoop van vaccins te bureaucratisch gepland’

Naast de goedkeuring van vaccins was ook de onderhandeling over de aankoop ervan een verantwoordelijkheid van het EU-niveau.

Hiervoor kwam de EU reeds zwaar onder vuur, met name in Duitsland. De leider van de Beierse Minister-President, Markus Söder, viel de EU Commissie frontaal aan: ‘de Europese Commissie heeft de aankoop van vaccins te bureaucratisch gepland en te lang gedebatteerd over de prijs. Het valt moeilijk uit te leggen dat een in Duitsland ontwikkeld vaccin elders sneller ingezet kan worden’. Ook Duitse media zoals Bild en Der Spiegel kwamen scherp uit de hoek.

Het zal wel zo zijn dat een deel van de Duitse kritiek op de Europese Commissie is ingegeven door de strijd binnen de regerende CDU om de opvolging van Angela Merkel, waarbij de Minister van Volksgezondheid, Jens Spahn, één van de kanshebbers is. Ook in de Zweedse en Deense pers vielen er echter heel wat kritische geluiden te horen over de Europese aanpak. De voormalige Zweedse sociaal-democratische Minister Leif Pagrotsky, stelde in een opiniestuk zelfs voluit dat voor de Britten ‘de uittrede uit de EU levens redt’. Juridisch is dat niet juist, omdat ook andere EU-landen de uitzonderingsprocedure hadden kunnen volgen, maar men kan wel beargumenteren dat zonder brexit de Britten die politieke optie minder snel hadden gekozen.

Falen kost mensenlevens én geld

Het Duitse weekblad Der Spiegel vindt alvast dat de Europese Unie gefaald heeft in haar missie, en schrijft dat het gaat om ‘een falen, dat nu in de winter, op het hoogtepunt van de pandemie, niet enkel vele mensenlevens zal kosten, maar ook zeer veel geld. Dit terwijl de EU met haar gepoker net geld wilde besparen’. 

Het fundamentele probleem bij de Europese aanpak is dat de bestelling van het vaccin veel te laat gebeurde. 

De Europese Unie bestelde immers pas op 11 november 200 miljoen dosissen van het Pfizer-vaccin, terwijl de Verenigde Staten dat reeds op 22 juli deden. Daarbij zou de EU bovendien een aanbod hebben afgeslaan om nog eens 500 miljoen extra dosissen aan te kopen. Integendeel kocht het op 17 november 400 miljoen dosissen van CureVac, een vaccin dat echter nog niet in het ‘Phase3 trial’ stadium zat. Men kan zeggen dat het achteraf makkelijk praten is, maar in juli reeds berichtte de Wall Street Journal dat het Pfizer vaccin klaar voor goedkeuring zou zijn tegen december, waarbij toen ook al heel wat data beschikbaar waren, maar desondanks wachtte het Europees Geneesmiddelenagentschap tot 6 oktober om die data te beginnen evalueren. 

Late bestelling heeft grote gevolgen

De late bestelling heeft grote gevolgen, want wie eerder bestelt, krijgt ook eerder levering. In het geval van Pfizer, zou de levering pas laat dit jaar, als alles goed gaat, afgerond zijn.

De vraag is dus niet of EU-lidstaten uiteindelijk genoeg vaccins zullen hebben, maar of ze er genoeg zullen hebben om tegen het einde van de zomer op zijn minst de meest kwetsbaren te hebben gevaccineerd, om te vermijden dat het zorgsysteem wordt overbelast, wat net de fundamentele reden is voor alle Covid-maatregelen.

Opnieuw volgens de Duits-Turkse uitvinder van het Pfizer vaccin, Ugur Sahin, ‘bestond blijkbaar de indruk: we hebben genoeg. Het zal niet zo slecht gaan. We hebben dit onder controle. Ik was daarover verbaasd’. 

Oorspronkelijk had de Duitse Minister van Volksgezondheid, Jens Spahn, een bilateraal initiatief genomen, los van de Europese Commissie, samen met zijn collega’s uit Nederland, Frankrijk en Italië. Merkel dwong hem in juni om hiermee te stoppen en de verantwoordelijkheid aan de Europese Commissie te laten. 

Ondertussen lijkt Duitsland toch alweer van het pad van de ‘Europese solidariteit’ afgestapt en vroeg het aan Pfizer/BioNTech eenmalige voorafname van voorziene levering, wat het evenwicht verstoorde en voor ongenoegen bij de Europese Commissie zorgde. 

Vermijden dat steun voor Europa afbrokkelt

Tot besluit: zowel op vlak van de goedkeuring van vaccins, cruciaal om zo snel mogelijk te kunnen beginnen vaccineren, als op vlak van de aankoop ervan kan men stevige vragen stellen bij de Europese aanpak – wat nationaal falen uiteraard niet goedpraat. Laten we hopen dat de fabrikanten goed kunnen volgen, want als er vaccintekorten ontstaan die grootschalige vaccinatie vertragen, zal de aandacht snel weer gaan naar de aankooppolitiek van de Europese Commissie. Zeker voor kleine, open economieën, zoals de onze, is het ook belangrijk dat de steun voor ‘Europa’ in Duitsland niet afbrokkelt, als gevolg van dit soort experimenten waarbij de Europese Commissie grote verantwoordelijkheid kreeg over gezondheidsbeleid.

Zonder ophouden vragen Europese ambtenaren meer macht op vlak van gezondheidsbeleid, maar de ervaring met Covid leert dat we daar best toch heel voorzichtig mee omgaan. Het is uiteraard een goed idee om zaken te coördineren op Europees niveau, en misschien wel zo veel als mogelijk in crisissituaties zoals deze, maar eigen beslissingsmacht over zoiets cruciaals als gezondheidsbeleid blijft toch beter op beleidsniveaus dicht bij de burger, waar politici forse druk voelen om te handelen. Dat is hoegenaamd niet altijd het geval voor het Europees niveau. 

De auteur Pieter Cleppe is verbonden aan de denktank Property Rights Alliance

@pietercleppe