Een echte omslag op vlak van Europese regelgeving is nog niet in zicht

Begin dit jaar publiceerde de Duitse krant Die Welt een artikel over het palmares van de Europese Commissie op vlak van deregulering. De krant merkte daar bij op dat er, ondanks alle retoriek, “onder Ursula von der Leyen in 2025 zelfs meer nieuwe wetgevingsbesluiten waren dan in voorgaande jaren.” Daarbij werd er een nog niet gepubliceerd onderzoek van brancheorganisatie Gesamtmetall onder de aandacht gebracht:

“In 2025 heeft de instelling (…) 1.456 wetgevingsbesluiten geïnitieerd – meer dan ooit sinds 2010. (…) Volgens de studie stelde de Commissie 21 richtlijnen en 102 verordeningen voor, en vaardigde zij 137 gedelegeerde handelingen en 1.196 uitvoeringshandelingen uit – hoewel Von der Leyen voor vorig jaar een ‘ongekende’ vermindering van de regelgeving had aangekondigd. Zelfs tijdens de eerste ambtstermijn van de CDU-politica, van 2019 tot 2024, waren er aanzienlijk meer wetgevingsbesluiten dan onder haar twee voorgangers. ”

De eerste ambtstermijn van Von der Leyen, tussen 2019 en 2024, stond in het teken van de ‘Green Deal’, een lawine van EU-regelgeving die op bedrijven werd losgelaten. Dat de situatie in 2025 zelfs nog verslechterde, spreekt boekdelen. De Europese Commissie lijkt volledig uit de hand te zijn gelopen.

“De huidige Europese Commissie belooft voortdurend de lasten voor de economie te verlichten,” klacht Oliver Zander, CEO van Gesamtmetall, terwijl hij eraan toevoegde dat Brussel bedrijven elke dag vier nieuwe wetten oplegt: “Dat is het tegenovergestelde van het verminderen van bureaucratie. (…) “Veel bedrijven hebben moeite om de implementatie bij te houden.”

In reactie hierop stelt de Europese Commissie dat het niet het aantal voorgestelde wetgevingsbesluiten is dat telt, aangezien dit geen verband houdt met de besparingen op administratieve kosten. Volgens de instelling is “een aanzienlijk deel van de wetgeving die tijdens de huidige ambtstermijn van voorzitter Von der Leyen is aangenomen, expliciet gericht op het verminderen van administratieve lasten.”

Het is inderdaad logisch om naar de daadwerkelijke kosten te kijken in plaats van naar het aantal wetgevingsbesluiten. Dat is wat mijn voormalige denktank, Open Europe, in het verleden deed, toen zij schatte dat de cumulatieve kosten van de tussen 1998 en 2018 ingevoerde EU-regelgeving voor alle 27 EU-lidstaten maar liefst 928 miljard euro bedroegen. De belangrijkste bevinding was dat het EU-beleidsniveau verantwoordelijk was voor 66% van de 1,4 biljoen euro aan kosten van alle nationale en EU-regelgeving die in die periode werd ingevoerd.

Recentere schattingen wijzen niet op een verandering in de trend. In 2023 concludeerde de Duitse Raad voor Regelgevingscontrole dat alleen al de nieuwe EU-regelgeving die tijdens de pandemie werd uitgevaardigd, een jaarlijkse naleving”

“Vereenvoudiging”

De Europese Commissie gebruikt liever de term „vereenvoudiging“ dan „deregulering“. Met het zogenaamde „Omnibus I“-vereenvoudigingspakket, wil de EU vooruitgang maken op dit vlak. Een eerste goede stap daarbij is zeker en vast de afzwakking van de richtlijnen inzake duurzaamheidsverslaglegging voor bedrijven (CSRD en CSDDD). Al bij al is dit echter zeer bescheiden.

Dat de goedkeuring van het eerste Omnibus-pakket pas nu plaatsvindt, geeft aan hoe traag het gaat. Al in maart 2023 riepen de leiders van Frankrijk, Duitsland, België en de Europese Liberale Partij (EPP) op tot een “regelgevingspauze” voor de Green Deal.

Niet alleen Europese bedrijven hebben te lijden onder de toenemende regelgeving van de EU. In de loop der jaren is de EU steeds meer regelgeving gaan opnemen in haar handelsbeleid, waardoor niet-Europese producenten verontwaardigd zijn geraakt. Dit is met name het geval als gevolg van de nieuwe ontbossingsregels van de EU, die een hele reeks nieuwe bureaucratische verplichtingen opleggen aan Indonesische en Maleisische palmolieproducenten, ondanks het feit dat er grote vooruitgang is geboekt bij het terugdringen van ontbossing daar. De ontbossing in Maleisië is aanzienlijk verbeterd, waarbij ngo’s een afname van 13% in 2024 erkennen. Volgens Global Forest Watch verloor Maleisië in 2024 slechts 0,56% van zijn resterende oerbos.

Pamela Coke-Hamilton, uitvoerend directeur van het ITC, een gezamenlijk agentschap van de VN en de Wereldhandelsorganisatie, heeft om die reden gewaarschuwd dat deze EU-regels een ‘catastrofale’ impact op de wereldhandel dreigen te hebben, aangezien met name kleinere leveranciers het risico lopen uit de handelsstromen te worden ‘gesneden’. Na druk van zowel de Europese industrie als handelspartners werd de invoering van de verordening met een jaar uitgesteld.

Dit is veelzeggend voor de bredere trend. Tot nu toe heeft het streven naar vereenvoudiging van de EU eigenlijk niet veel meer opgeleverd dan het afzwakken of uitstellen van regelgeving die nog niet van kracht is geworden. Een echte dereguleringsoperatie, naar het voorbeeld van de hervormingen in Argentinië onder president Javier Milei, vindt absoluut niet plaats.

Meer betutteling

Integendeel, terwijl de ene arm van de EU-machine oprecht probeert om overregulering een halt toe te roepen, gaat de andere arm gewoon door met “business as usual”. Dat is het geval bij het klimaatbeleid, waar een positieve stap – het afzwakken van het de facto verbod van de EU op voertuigen met verbrandingsmotoren tegen 2035 – werd overschaduwd door het feit dat de EU weer een nieuwe klimaatdoelstelling goedkeurde – ditmaal voor 2040. Ook wordt er, ondanks oproepen van zowel de chemische industrie als belangrijke lidstaten zoals Italië om iets te doen aan de enorme last voor de industrie van het emissiehandelssysteem (ETS) van de EU – een de facto klimaatbelasting – geen actie ondernomen. Integendeel, de uitbreiding van het ETS naar consumenten vanaf januari 2027 ligt nog steeds op schema. Dat betekent dat gezinnen die hun huis met gas verwarmen of in een benzine- of dieselauto rijden, te maken krijgen met extra jaarlijkse kosten van enkele honderden euro’s.

Ondertussen blijven miljarden en miljarden aan belastinggeld van de EU-burgers uitgegeven worden aan investeringen in de infrastructuur die nodig zal zijn voor een energiesysteem op basis van hernieuwbare energiebronnen, de favoriete energiebron van beleidsmakers, die de vele uitdagingen waarmee wind- en zonne-energie te kampen hebben, blijven negeren.

Zelfs het nieuwe voorstel van de Europese Commissie ter ondersteuning van de Europese industrie bevat nieuw klimaatbeleid. Politico heeft de zogenaamde “Industrial Accelerator Act” (IAA), die oorspronkelijk de “Industrial Decarbonization Accelerator Act” heette, bestempeld als “een klimaatwet in vermomming”. De wet stelt voor om overheden te verplichten hun geld uit te geven aan koolstofarme materialen en netto-nultechnologieën die in de EU worden geproduceerd. Een voorbeeld is dat een kwart van het staal voor de bouw dat overheden aankopen, aan groene criteria moet voldoen. Het maakt niet uit dat dit soort “groen staal”-projecten door de industrie als onrendabel zijn beoordeeld, bijvoorbeeld door staalfabrikant ArcelorMittal, die een dergelijk investeringsproject in Duinkerken heeft opgeschort. Van “green steal” naar “green steel” is dus niet bepaald een stap vooruit.

Het recente “Made in Europe”-voorstel van de IAA is bovendien niet alleen problematisch vanuit het perspectief van overregulering. Een panel van de Wereldhandelsorganisatie verklaarde soortgelijke “Made in US”-regels al onwettig. Tot zover ook het zogenaamde verzet van de EU tegen de protectionistische agenda van de Amerikaanse president Donald Trump.

Over de IAA schrijft de voormalige Nederlandse diplomaat Johannes Vervloed voorts: “Industriebeleid is al een onding, maar de Commissie maakt er nog iets veel ergers van. Ze wil met de IAA de energie‑intensieve basisindustrieën zoals staal, chemie, cement en papier, die in zwaar weer verkeren of zelfs de handdoek al in de ring hebben gegooid, steunen en beschermen, maar op voorwaarde dat zij hun CO2-uitstoot drastisch verminderen (‘decarboniseren’). Tevens wil men een nieuwe, duurzame economie opbouwen: fabrieken die gas vervangen door waterstof, die batterijen maken, die zonnepanelen produceren; windparken op zee, die de electriciteitsproductie op basis van gas moeten vervangen.”

Fouten inzake energiebeleid kunnen jarenlang doorwerken. Gezien de staat van de Europese industrie, kan Europa zich dit soort experimenten minder en minder veroorloven.

Pieter Cleppe

Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.