China gaat de helft meer olieproducten uitvoeren in 2020

Arbeiders controleren de pijplijnen in een olieraffinaderij in de Wuhan-provincie. – EPA/D.WONG

China heeft net voor nieuwjaar zijn exportquota bekendgemaakt. Vijf staatsbedrijven mogen in 2020 in totaal 28 miljoen ton aan olieproducten uitvoeren. Dat is 53 procent meer dan vorig jaar.

Met de exportquota kent China rechten toe aan bedrijven om ruwe aardolie te raffineren tot bruikbare producten (bijvoorbeeld diesel, kerosine of plastic), en die uit te voeren.

In 2019 werd de raffinagecapaciteit in China danig opgekrikt. De Aziatische grootmacht kan nu dagelijks 900.000 vaten ruwe aardolie meer verwerken tot producten dan een jaar geleden. Daardoor is er nu een olieoverschot op de binnenlandse markt, wat op zijn beurt zorgt voor recordexportcijfers.

In de aanloop naar de bekendmaking van de quota waren er geruchten dat de Chinese overheid voor de eerste keer ook private spelers uitvoerrechten zou toekennen. Zo zou de overheid voldoen aan de belofte om onafhankelijke bedrijven, die geen band hebben met de Chinese staat, een grotere rol te laten spelen in de economie.

Uiteindelijk waren het de ‘usual suspects’ die genoemd werden. Het gaat om de vijf grootste staatsoliebedrijven: PetroChina, Sinopec, China National Offshore Oil Corp, Sinochem Corp en China National Aviation Fuel Corp.

Dat betekent dat onafhankelijke raffinaderijen hun overtollige olieproducten moeten lossen als vanouds: door ze te verkopen aan exportquotahouders van de staat, die ze dan op hun beurt op de internationale markt kunnen doorverkopen.

Eens de staatsbedrijven hun quota gehaald hebben krijgen ze allerlei belastingvoordelen- en teruggaven.