Naar meer overheid en minder e-commerce? 

Recente uitspraken van bepaalde Waalse partijvoorzitters laten vermoeden dat er op het vlak van een activerend arbeidsmarktbeleid niet al te veel te verwachten valt. De nood aan een verregaande hervorming van onze arbeidsmarkt is nochtans reëel. Meer beleidsinstrumenten in regionale handen lijkt hoe langer hoe meer de enige realistische piste om echt nog zaken in beweging te krijgen op onze arbeidsmarkt.     

Bizarre signalen uit de Waalse politiek de voorbije weken. Zo was er Raoul Hedebouw, de voorzitter van de PVDA-PTB, die aangaf dat zijn ultieme doelstelling blijft om het kapitalisme omver te werpen. Dat zwakte hij vervolgens af tot een pleidooi om sectoren als energie, banken en farma in handen van overheidsbedrijven te geven. En er was ook Paul Magnette, de voorzitter van de PS, die van België een land zonder e-commerce wilde maken, om dat vervolgens ook wat af te zwakken. Politici kunnen uiteraard zeggen wat ze willen, en zullen ongetwijfeld wel vaker overdrijven om de aandacht te trekken. Niettemin doet dit wel de vraag opsteken naar welk soort economie deze partijen eigenlijk willen evolueren. Die vraag wordt des te relevanter gezien deze partijen (al dan niet samen met Ecolo) in 2024 allicht de Waalse regering kunnen vormen. Recent pleitte de voorzitter van het ABVV-FGTB trouwens al voor zo’n regering.

In Wallonië is vandaag al 39 procent van de werkgelegenheid gesitueerd in de publieke sector, het op één na hoogste cijfer van alle Europese regio’s

Of onze economie gebaat zou zijn met meer overheidsbedrijven in cruciale sectoren is hoogst twijfelachtig (om het zacht uit te drukken). In Wallonië is vandaag al 39 procent van de werkgelegenheid gesitueerd in de publieke sector, het op één na hoogste cijfer van alle Europese regio’s. Daarnaast hoort ook het gewicht van de overheid in de economie in Wallonië bij de hoogste van Europa. En dat zorgt niet meteen voor overtuigende economische resultaten.

En ook de uitspraken van Magnette zijn niet onschuldig. Jobs in de e-commerce zijn inderdaad geen droomjobs, maar ze kunnen wel een rol spelen als opstap naar de arbeidsmarkt. De cruciale vraag is vanuit welke situatie mensen meer kansen hebben om door te groeien naar ‘betere’ jobs: vanuit zo’n e-commercejob of vanuit de werkloosheid of inactiviteit? Op de Belgische arbeidsmarkt hebben we min of meer de keuze gemaakt om weinig mogelijkheden toe te laten voor laagbetaalde jobs, waardoor bepaalde kwetsbare groepen zeer moeilijk aan de bak komen. Zo is in Wallonië amper 38% van de laaggeschoolde 20- tot 64-jarigen aan het werk, het op drie na laagste cijfer van alle Europese regio’s.

Die keuzes in het arbeidsmarktbeleid hebben ook rechtstreekse gevolgen voor de levensomstandigheden van veel mensen. Zo leeft 17 procent van de Waalse min-60-jarigen in huishoudens met een erg lage werkintensiteit, wat een direct verband heeft met duidelijk verhoogde armoederisico’s. Dat cijfer hoort opnieuw bij de hoogste onder de Europese regio’s, en is meer dan dubbel zo hoog als het cijfer voor Vlaanderen. 

Welk model?

Landen waar België graag een voorbeeld aan neemt omwille van hun hoge welvaartsniveau en uitgebreide welvaartsstaat, m.n. de Scandinavische landen, hebben al langer gekozen voor een model waarbij zoveel mogelijk mensen actief zijn op de arbeidsmarkt. Dat creëert een brede basis voor de welvaartsstaat en kan ook helpen om o.m. de vergrijzing op te vangen. In België hebben alle regeringen de ambitie uitgesproken om meer mensen aan het werk te krijgen, concreet vertaald in de doelstelling van een werkzaamheidsgraad van 80 procent. Maar de maatregelen om dat waar te maken, blijven ruimschoots ontoereikend. Bovendien lijkt de overtuiging om daar echt iets aan te doen nogal uiteen te lopen in Vlaanderen en Wallonië, waarvan de recente voorzittersuitspraken maar één illustratie zijn. Ook het feit dat zowel minister van arbeid Dermagne als staatssecretaris van relance Dermine het debat over de arbeidsdeal op gang trapten met verwijzingen naar de ongezien sterke Belgische arbeidsmarktcijfers laat niet meteen het beste vermoeden. Ondertussen lag de werkzaamheidsgraad in het derde kwartaal van 2021 op 76 procent in Vlaanderen en op 66 procent in Wallonië, respectievelijk midden en achteraan het Europese peloton.

De situatie op de Vlaamse en de Waalse arbeidsmarkt is sterk verschillend met in Vlaanderen de klemtoon op de alsmaar nijpender wordende krapte, terwijl er in Wallonië nog altijd een belangrijke werkloosheid is. Als ook de politieke voorkeuren om daar iets aan te doen, en op welke manier dat dan moet gebeuren, verschillen tussen de regio’s dan valt dat onmogelijk te organiseren binnen één federaal arbeidsmarktbeleid. In die zin kunnen de regio’s best zoveel mogelijk instrumenten van dat arbeidsmarktbeleid in eigen handen krijgen om zoveel mogelijk te kunnen inspelen op de eigen specifieke situatie. En dat moet ook gepaard gaan met de responsabilisering voor de eigen beleidskeuzes. Dat lijkt hoe langer hoe meer de enige realistische piste om echt zaken in beweging te krijgen op onze arbeidsmarkt.     


De auteur Bart Van Craeynest is hoofdeconoom bij Voka en auteur van het boek Terug naar de Feiten

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20