Achter brexit ging ook een levensbeschouwelijk verschil schuil

De brexit heeft in het Verenigd Koninkrijk tot een grote verdeeldheid geleid. – Mark Thomas/Shutterstock

De brexit heeft binnen het Verenigd Koninkrijk voor een sterke verdeeldheid gezorgd. Nu blijken bij de stemming ook levensbeschouwelijke overtuigingen een invloed te hebben gehad. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan de Brunel University en de University of Exeter.

De onderzoekers kwamen immers tot de vaststelling dat Anglicanen vooral opteerden voor een vertrek uit de Europese Unie. Bij de katholieken kon daarentegen een groter verzet tegen de brexit worden opgemerkt.

Transnationale autoriteit

‘Een op de vijf Britten had een religieuze overtuiging die hen voor een vertrek uit de Europese Unie deed kiezen’, voeren de onderzoekers Stuart Fox en Ekaterina Kolpinskaya in hun boek ‘Religion and Euroscepticism in Brexit Britain’ aan. ‘Anderzijds was een kwart van de Britse kiezers door zijn religieus geloof geneigd om zich tegen de afscheuring op te stellen.’

Eerder was ook vastgesteld dat vooral jongeren, stedelingen en kiezers van Labour in het algemeen liever bij de Europese Unie aangesloten wilden blijven.

‘Katholieken, presbyterianen, regelmatige kerkgangers en personen met de sterkste religieuze overtuigingen waren het meest geneigd om zich tegen de brexit op te stellen’, betogen Fox en Kolpinskaya. ‘Katholieken zijn immers gewend aan het idee van een transnationale autoriteit zoals de paus en het Vaticaan. Voor hen is het denkbeeld door een internationale instantie zoals de Europese Unie te worden bestuurd, heel normaal.’

‘De anglicaanse geschiedenis wordt daarentegen gekenmerkt door een streven om van het Europese continent gescheiden te blijven. Daarvoor vinden ze een sterke onafhankelijke staat noodzakelijk. Alles wat dit streven in het gedrang zou kunnen brengen, zal dan ook op hun tegenstand botsen.’

Conservatieven

‘Hoewel de stemming over de brexit nog door een aantal andere factoren werd gestuurd, vormt religie een belangrijke basis om te verklaren dat de brexit uiteindelijk door meer Britten werd gesteund dan werd verwacht’, werpt Kolpinskaya op.

‘Het geloof had een wezenlijk aandeel in het toenemende euroscepticisme bij de Britse bevolking dat toenmalig Brits premier David Cameron ertoe aanzette om een referendum over het verder lidmaatschap van de Europese Unie te organiseren.’

‘Hetzelfde fenomeen is ook een verklaring voor de verbluffende overwinning die de conservatieve partij van Boris Johnson bij de algemene verkiezingen twee jaar geleden haalde.’

De auteurs voorspellen dat het geloof ook een invloed zal hebben op het stemgedrag bij de volgende lokale verkiezingen in mei. ‘Religie heeft in de Britse politiek nog altijd een substantiële stem’, merkt Kolpinskaya op.

‘Daarbij moet verwacht worden dat ook bij de katholieke bevolking de traditionele steun voor Labour verder zal afkalven. Vrijwel alle christelijke groeperingen zullen wellicht conservatief stemmen, zoals de voorbije periode al is gebleken.’