Key takeaways
- Nederland bewaart zijn goud grotendeels buiten de landsgrenzen en dat roept vragen op over vertrouwen en controle.
- Nederland bewaart zijn goud in meerdere landen en dat roept vragen op over vertrouwen en controle.
- Nieuwe internationale initiatieven, zoals die van de BRICS, veranderen langzaam het speelveld van wereldwijde goudreserves.
Goud speelt officieel geen rol meer in het Nederlandse monetaire systeem. Toch ligt er voor tientallen miljarden euro’s aan Nederlands goud verspreid over vier landen, waarvan een aanzienlijk deel in de Verenigde Staten. Dat feit, jarenlang nauwelijks onderwerp van publiek debat, krijgt opnieuw betekenis in een wereld waarin financiële afhankelijkheden steeds vaker geopolitiek worden ingezet. Terwijl De Nederlandsche Bank (DNB) kalm benadrukt dat het goud veilig is en vooral een ‘anker van vertrouwen’ vormt, stellen media en commentatoren een andere vraag: hoe robuust is dat vertrouwen wanneer het goud zich buiten de eigen landsgrenzen bevindt — en dan vooral op Amerikaans grondgebied?
Een reserve van meer dan 600 ton
Volgens De Nederlandsche Bank beheert Nederland meer dan 600 ton goud, met een waarde van bijna 50 miljard euro eind 2024. Het goud maakt deel uit van de totale activa van de centrale bank en dient primair als reserve: niet om dagelijks transacties mee te doen, maar als ultieme buffer en vertrouwensanker.
Die functie is historisch gegroeid. Hoewel munten en bankbiljetten al lang niet meer inwisselbaar zijn voor goud, is het edelmetaal blijven bestaan als symbool van stabiliteit. In de woorden van DNB: de goudvoorraad fungeert als een ‘anchor of trust’.
Waar het goud ligt
Dat vertrouwen is geografisch verspreid. Van de Nederlandse goudvoorraad ligt:
- 31 procent in Nederland, in de goudkluis van DNB;
- 31 procent in New York, in de kluizen van de Federal Reserve Bank of New York;
- 38 procent bij de Bank of England in Londen en de Bank of Canada in Ottawa.
De goudkluis in Nederland bevindt zich sinds 2023 in het DNB Cash Centre bij Zeist, een zwaar beveiligde faciliteit op militair terrein. Daar liggen 14.000 goudbaren van 12,5 kilo en duizenden kisten met munten — samen 200.000 kilo goud.
Dat goud lag eerder diep onder de DNB-hoofdkantoren in Amsterdam en werd tijdens de verbouwing tijdelijk opgeslagen in Haarlem. De verhuizing verliep geruisloos, technisch en volgens planning. Precies zoals DNB het graag ziet.
2014: de stille terugkeer uit New York
Toch was die verdeling niet altijd zo. In 2014 bracht Nederland ruim 120 ton goud terug uit New York naar Amsterdam. De operatie gebeurde in stilte, met maandenlange voorbereidingen en hoge beveiliging. Pas achteraf werd bekend dat bijna een vijfde van de nationale goudvoorraad per schip was teruggehaald.
De officiële reden: een betere spreiding van de reserves. Maar DNB gaf toen ook aan dat het in tijden van crisis verstandig is om het goud ‘dichtbij’ te hebben. Na de repatriëring lag niet langer meer dan de helft van het Nederlandse goud in één land. Sindsdien is de verdeling grofweg stabiel gebleven.
Geen verdere repatriëring nodig volgens DNB
Sinds 2014 heeft DNB geen aanwijzingen gegeven dat verdere repatriëring nodig is. De centrale bank benadrukt dat het goud in New York veilig ligt, diep onder Manhattan, in een kluis die gebouwd is op graniet. Buitenlandse opslag heeft volgens DNB praktische voordelen, onder meer voor liquiditeit en internationale transacties in crisistijd.
Die houding past in een breder institutioneel wereldbeeld: goud is geen politiek instrument, maar een passieve reserve. Eigendom staat juridisch vast, contracten gelden, bondgenoten blijven bondgenoten.
Veranderende internationale context
Internationaal is die vanzelfsprekendheid minder groot geworden. Sinds het midden van de jaren 2010 repatriëren steeds meer landen hun goud of heroverwegen zij buitenlandse opslag. Volgens een OMFIF-enquête uit 2023 noemt 70 procent van de centrale banken politieke instabiliteit in de VS als reden om terughoudender te zijn met dollarbezittingen.
De argumenten zijn divers: wantrouwen in buitenlandse bewaring, gebrek aan transparante audits, zorgen over sancties en het ‘bevriezen’ van tegoeden. Goud, zo redeneren deze landen, is juist bedoeld als een reserve zonder tegenpartijrisico — en dat vereist fysieke controle.
In Duitsland, waar een langdurige repatriëringscampagne leidde tot het terughalen van een groot deel van het goud, speelde precies dat argument een centrale rol. “Het gaat niet om juridisch eigendom, maar om fysieke controle,” werd daar gezegd.
De Verenigde Staten als twijfelachtige bewaarplaats
De discussie spitst zich daarbij opvallend vaak toe op de Verenigde Staten. Niet omdat de VS als onbetrouwbaar worden bestempeld, maar omdat het land een unieke financiële macht heeft. Het beheert het dominante betaalsysteem, de belangrijkste reservemunt en de grootste goudkluis voor buitenlandse staten.
Historische precedenten — zoals de Amerikaanse goudconfiscatie in 1933 — en recente voorbeelden van bevroren buitenlandse reserves voeden het besef dat financiële infrastructuur kan worden ‘gewapend’. In zo’n context wordt de vraag relevant die in Europese analyses wordt gesteld: als een geopolitieke crisis uitbreekt, kan Europa er dan zeker van zijn dat zijn goud zonder voorwaarden wordt teruggegeven?
Kritische vragen in Nederland
In Nederland leeft die vraag vooral in de media. Financiële commentatoren wijzen erop dat juist Europa zelf Russische tegoeden heeft bevroren en daarmee heeft laten zien dat juridische eigendom onder geopolitieke druk kan wijken. Wat als de rollen ooit omgedraaid zijn?
Sommigen speculeren over de mogelijkheid dat buitenlands opgeslagen goud wordt uitgeleend, herverpakt of opnieuw gegoten — een zorg die ook in andere landen speelde toen repatriëring plaatsvond. Anderen vrezen juist dat het expliciet vragen om teruggave politieke spanningen kan oproepen die men wil vermijden.
De Volkskrant stelde het scherper: nu de geopolitieke risico’s groter lijken dan tien jaar geleden, waarom blijft het stil? In Duitsland en Italië woedt een publiek debat, in Nederland niet. Officieel althans.
Historische gevoeligheid
Die stilte contrasteert met de Nederlandse geschiedenis. Nederland hield tot 1936 vast aan de goudstandaard, langer dan vrijwel elk ander Europees land. Die koppigheid werd later gezien als economisch moeilijk te verklaren, maar onderstreepte wel hoe diep het geloof in goud als stabiliserende factor verankerd was.
Ook nu lijkt goud weer meer te zijn dan een boekhoudkundige post. Niet als muntanker, maar als laatste, tastbare reserve in een gefragmenteerde wereld.
Tussen vertrouwen en controle
Het Nederlandse goud ligt veilig, zegt DNB. Dat is juridisch juist en institutioneel consistent. Tegelijkertijd groeit internationaal het besef dat fysieke locatie ertoe doet, juist in tijden waarin financiële macht steeds vaker politiek wordt ingezet.
Het spanningsveld is duidelijk: vertrouwen tegenover controle, rust tegenover onzekerheid. Nederland heeft zijn goud gespreid, een deel teruggehaald, en sindsdien de situatie bevroren. Of dat voldoende is, blijft voorlopig een vraag die vooral buiten de officiële instellingen wordt gesteld.
En misschien is dat precies waar goud vandaag thuishoort: niet in het middelpunt van het beleid, maar als spiegel van de tijdgeest — stil, zwaar en moeilijk te verplaatsen, maar politiek nooit helemaal neutraal.
Centrale banken blijven goud opkopen
Tegelijkertijd valt op dat centrale banken wereldwijd de afgelopen jaren opnieuw grote hoeveelheden goud hebben aangekocht én hun voorraden blijven uitbreiden. In verschillende landen, waaronder China, India en Rusland, zijn de reserves de afgelopen jaren fors toegenomen.
Volgens internationale surveys verwachten veel reservebeheerders hun goudposities verder uit te breiden, juist omdat het edelmetaal wordt gezien als een politiek neutrale reserve in een minder voorspelbare wereld. Die trend roept onvermijdelijk de vraag op hoe Nederland zich tot deze ontwikkeling verhoudt.
Met een deel van de goudvoorraad in eigen land en een deel in het buitenland lijkt de Nederlandse strategie vooral gericht op spreiding en institutioneel vertrouwen. Dat past bij een lange traditie waarin goud wordt gezien als een stabiele, maar niet actieve beleidsinstrument. Tegelijkertijd laat de internationale trend zien dat andere landen hun reserves anders positioneren. Hoe Nederland zich tot die verschuiving verhoudt, blijft vooralsnog een open vraag.
Ook de BRICS spits zich toe op goud
Tegelijkertijd ontstaan er buiten het Westen nieuwe initiatieven die de rol van goud verder versterken. Binnen de BRICS‑groep werd in 2025 een eerste werkend prototype gelanceerd van de zogeheten “Unit”: een digitaal handels- en afrekeninstrument dat voor 40 procent wordt gedekt door fysiek goud en voor 60 procent door een mand van BRICS‑valuta’s.
Het systeem, dat zich nog in een testfase bevindt en geen officiële BRICS‑munt is, maakt transacties mogelijk buiten de dollar en buiten westerse financiële infrastructuur zoals SWIFT. Omdat elke uitgegeven Unit gedeeltelijk moet worden gedekt door fysiek goud, creëert het project structurele vraag naar het edelmetaal — een van de redenen waarom centrale banken wereldwijd hun goudposities blijven uitbreiden.
Voor Nederland verandert dit niets aan de huidige opslag van de eigen reserves, maar het plaatst die wel in een bredere context: een wereld waarin steeds meer landen kiezen voor directe, fysieke controle over hun goud en alternatieven ontwikkelen voor het bestaande monetaire systeem. In dat licht blijft de vraag bestaan of de Nederlandse balans tussen spreiding en nabijheid ook in de toekomst de beste keuze is. (uv)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

