Key takeaways
- De Amerikaanse president Donald Trump steunt Viktor Orbán in de aanloop naar de Hongaarse verkiezingen.
- Ondanks dat hij voor zijn zwaarste verkiezingsstrijd ooit staat, krijgt Orbán lof van Trump voor zijn standpunt over immigratie en zijn onwankelbare leiderschap.
- De steunbetuiging sluit aan bij de Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie, waarin nationalistische bewegingen in Europa worden aangemerkt als belangrijke bondgenoten in de strijd tegen de vermeende achteruitgang van het Westen.
De Amerikaanse president Donald Trump heeft opnieuw zijn steun uitgesproken voor de Hongaarse premier Viktor Orbán in de aanloop naar de cruciale verkiezingen in april.
Groeiende oppositie
Orbán, die sinds 2010 aan de macht is, staat voor zijn zwaarste electorale uitdaging tot nu toe, van de oppositiepartij Tisza onder leiding van de jonge conservatief Péter Magyar. Recente peilingen wijzen erop dat Tisza voorligt in de race, wat Orbáns stevige greep op de Hongaarse politiek in gevaar zou kunnen brengen. Trump prees Orbán als een “ware vriend”, een “vechter” en een “winnaar” en loofde zijn standvastige houding ten aanzien van illegale immigratie.
Nationalistische allianties
Interessant is dat de Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie nationalistische en extreemrechtse bewegingen in Europa aanmerkt als belangrijke bondgenoten in de strijd tegen wat zij beschouwt als een verval van de westerse beschaving. Dit sluit aan bij Trumps eigen politieke voorkeuren en verklaart zijn herhaalde steun voor figuren als Orbán.
Wat de situatie nog intrigerender maakt, is dat Trump eerder interesse had getoond om Hongarije vóór de verkiezingen te bezoeken, hoewel er nog geen concrete datum is vastgesteld. Orbán heeft zelf gesproken over pogingen om Trump tot een bezoek te “lokken” en heeft zelfs een mogelijke top in Boedapest voorgesteld waarbij de Verenigde Staten, Rusland en Oekraïne betrokken zouden zijn als de vredesbesprekingen vorderen.
Nek-aan-nekrace
Uit de huidige peilingen van het 21 Research Center blijkt dat het een nek-aan-nekrace is, met Tisza op kop met 35 procent tegenover Orbáns Fidesz-KDNP-coalitie met 28 procent. De Hongaarse kiezers gaan op 12 april naar de stembus, wat mogelijk een nieuw tijdperk voor het land inluidt.
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

