Onvermijdelijke budgettaire inspanningen

Protesteren tegen de Europese begrotingsregels om te vermijden dat we in België de komende jaren voor belangrijke budgettaire inspanningen staan, gaat al te vlot bij aan de wankele situatie van onze overheidsfinanciën. Met of zonder die begrotingsregels moeten onze volgende regeringen aan de bak om de overheidsfinanciën terug een beetje op orde te krijgen.

Op Europees niveau wordt de komende weken onderhandeld over een bijsturing van de begrotingsregels. Tegen de achtergrond van de opeenvolgende crisissen werd de budgettaire controle vanuit Europa de voorbije jaren op pauze gezet, maar vanaf 2024 is die pauze voorbij. De grote lijnen van die begrotingsregels rond de 3% tekort en 60% schuld blijven zo goed als zeker overeind. Er wordt allicht vooral onderhandeld over zaken als de timing van eventuele noodzakelijke correcties en de samenhang tussen budgettaire discipline en structurele hervormingen. 

Vanuit linkse hoek werd de voorbije dagen campagne gevoerd tegen die begrotingsregels met een betoging in Brussel en opiniestukken van de linkse denktank Minerva en het ABVV. De rode draad leek daarin te zijn dat we niet terug mogen keren naar de ‘besparingspolitiek’ van na 2008, dat we net meer moeten uitgaven aan sociale zekerheid en aan investeringen. Ze ‘vergeten’ daarbij nogal vlot dat onze primaire overheidsuitgaven vandaag 8,6% van het bbp (of 50 miljard in euro’s van vandaag) hoger liggen dan in 2007. Zeker vanuit de Belgische situatie klinken dat soort oproepen nogal wrang. 

Wankele overheidsfinanciën     

De toestand van onze overheidsfinanciën lijkt een verkiezingsthema te gaan worden met een premier die volhoudt dat we met onze begroting op het goeie spoor zitten en oppositiepartijen die moord en brand schreeuwen over onze budgettaire situatie (met ook nog de tegenstelling tussen de Vlaamse en de federale situatie). Ook vanuit het linkse middenveld komt de boodschap dat het met die overheidsfinanciën nogal meevalt, en dat die geen prioriteit moeten zijn. 

De situatie van onze overheidsfinanciën is nochtans vrij duidelijk:

  • Alle Belgische overheden samen hebben vandaag een begrotingstekort van 5% van het bbp (of zo’n 29 miljard), en zonder ingrepen zal dat de komende jaren verder toenemen. Ter vergelijking, dat is het tweede hoogste tekort in Europa. 
  • De totale overheidsschuld wordt voor 2023 geraamd op 106% van het bbp (of 620 miljard), en zonder ingrepen neemt die de komende jaren verder toe. Ter vergelijking, in alle andere Europese landen met een overheidsschuld van meer dan 100% van het bbp neemt die de komende jaren af.
  • Onze overheidsuitgaven worden voor 2023 geraamd op bijna 55% van het bbp (of 320 miljard), de tweede hoogste van Europa na Frankrijk. Volgens ramingen van het IMF zullen we Frankrijk de komende jaren voorbij steken. 
  • De totale belastingdruk loopt op tot 43,5% van het bbp, de derde hoogste van Europa. Volgens de ramingen van de Europese Commissie klimmen we volgend jaar naar de tweede plaats.
  • Volgens de Europese Commissie zou een budgettaire inspanning van 6,7% van het bbp (of zo’n 40 miljard) nodig zijn om de overheidsschuld op langere termijn te stabiliseren. 

Allerlei organisaties zoals de Europese Commissie, de OESO, het IMF, de Nationale Bank en het Planbureau wijzen erop dat de huidige budgettaire situatie in België niet houdbaar is, en dat er ernstige maatregelen nodig zullen zijn om het tekort de komende jaren terug te dringen. 

Budgettaire inspanningen onvermijdelijk

Al te rigide begrotingsregels, zoals de Duitse ‘Schwarze Null’ (dat begrotingstekort verbiedt) of het Amerikaanse schuldenplafond (waarbij de schuld niet boven een bepaald niveau mag), zijn economische onzin. Een gezond budgettair beleid moet kunnen inspelen op de economische omstandigheden met grotere tekorten in moeilijke tijden afgewisseld met een opkuis van de begroting in betere tijden (in België wordt het eerste stuk meestal goed onthouden, het tweede veel minder). Over de Europese begrotingsregels valt zeker te discussiëren, maar die zoeken nu al een evenwicht tussen budgettaire discipline en voldoende ruimte om in te spelen op de economische omstandigheden. En zonder de begrotingsregels lijken sommige Europese landen, waaronder België, weinig geneigd om hun begroting terug op orde te krijgen.

De realiteit is dat de volgende Belgische regeringen vol aan de bak moet op budgettair vlak. Niet om te voldoen aan bepaalde Europese regeltjes, en ook niet om te vermijden dat we een soort ‘Griekenland aan de Noordzee’ zouden worden, maar wel omdat de huidige wankele overheidsfinanciën gewoon geen verstandig beleid zijn. In de huidige situatie zijn we kwetsbaar voor nieuwe economische schokken, in zo’n situatie zullen we alsmaar minder ruimte hebben om via de overheid zulke schokken op te vangen. In de huidige situatie zijn we ook niet voorbereid om de oplopende vergrijzingsfactuur op te vangen. En we dreigen minder ruimte te hebben voor de noodzakelijke versnelling in de overheidsinvesteringen, onder meer voor de duurzame transitie. Bovendien riskeren we om op een bepaald moment toch in het vizier te komen van de financiële markten (bijvoorbeeld bij een nieuwe lang aanslepende regeringsformatie), en dan zullen we onder druk van oplopende rentes in moeilijkere omstandigheden toch de noodzakelijke stappen moeten zetten. 

Miljardeninspanning 

Onze volgende regeringen wacht een miljardeninspanning, ongeacht de samenstelling van die regeringen, en ongeacht de Europese begrotingsregels. Dat is niet omdat we kost wat kost een begroting in evenwicht moeten hebben waarmee dan alle denkbare problemen opgelost zijn. Maar wel om terug wat marge op te bouwen voor de volgende economische tegenslag en om de vergrijzingsfactuur op te vangen. Onze huidige budgettaire situatie nog verder laten afglijden is gewoon onverstandig beleid, wat ons zonder ingrijpen op langere termijn onvermijdelijk voor pijnlijke keuzes zal plaatsen. 


De auteur Bart Van Craeynest is hoofdeconoom bij Voka en auteur van ‘België kan beter

Meer