Nederlands- en Franstalig België opvallend eens over begroting, saneringen en subsidies, maar niet over de staatsstructuur

Grote bevraging van Business AM bij 779 deelnemers legt duidelijke verschillen bloot over energie, arbeidsmigratie en de toekomst van België. Over besparen, activering en administratieve efficiëntie klinken beide taalgroepen opvallend gelijkaardig.

779 deelnemers

Een grote politieke enquête van Business AM bij 779 deelnemers toont dat Nederlandstalige en Franstalige respondenten het over een aantal economische thema’s opvallend vaak eens zijn. Maar zodra het gaat over energiebeleid, arbeidsmigratie of de toekomstige staatsstructuur, wordt de taalgrens veel zichtbaarder.

Aan de enquête namen 708 Nederlandstaligen en 71 Franstaligen deel. De resultaten zijn niet representatief voor de Belgische bevolking, maar geven wel een beeld van de antwoorden van de deelnemers aan de Business AM-enquête.

Besparen krijgt in beide taalgroepen duidelijke steun

De opvallendste overeenkomst zit bij de begroting.

Wanneer gevraagd wordt wat prioritair moet gebeuren nu de Belgische begroting onder druk staat, kiest 58,9 procent van de Nederlandstalige selecties voor serieus saneren en stoppen met nieuwe uitgaven. Bij de Franstalige deelnemers bedraagt dat 52,1 procent.

Ook over de overheid zelf lopen de antwoorden grotendeels gelijk. Bij de vraag naar de Waalse begroting wijst 45,6 procent van de Nederlandstalige en 46,6 procent van de Franstalige selecties naar de administratie en het aantal ambtenaren.

In Brussel is het verschil iets groter, maar blijft dezelfde richting zichtbaar: 50,7 procent van de Nederlandstalige selecties wil vooral besparen op administratie en personeelskosten, tegenover 39,2 procent bij Franstaligen.

In de vrije antwoorden wordt die bekommernis nog concreter. Respondenten verwijzen onder meer naar minder administratieve structuren, het schrappen van overlappingen, een doorlichting van overheidsuitgaven en het verminderen of stopzetten van subsidies.

Ook over activering klinkt een gelijkaardig verhaal

De twee taalgroepen liggen eveneens dicht bij elkaar over de arbeidsmarkt.

Bij de vraag hoe werkzoekenden opnieuw aan het werk kunnen worden geholpen, kiest 42,5 procent van de Nederlandstalige en 40,5 procent van de Franstalige selecties voor een combinatie van strengere activering en betere begeleiding.

Ook over het verschil tussen werken en niet-werken is de belangrijkste keuze in beide groepen dezelfde: werken aantrekkelijker maken én de uitkeringen hervormen. Dat antwoord haalt 58,1 procent bij Nederlandstaligen en 43,1 procent bij Franstaligen.

De vrije antwoorden tonen daarbij dat respondenten activering niet noodzakelijk alleen met strengere voorwaarden verbinden. Ook begeleiding en het aantrekkelijker maken van werk worden genoemd.

Bij energie wordt de taalgrens veel duidelijker

Het beeld verandert wanneer de enquête naar energie gaat.

39,9 procent van de Nederlandstalige selecties kiest ervoor kernenergie zo lang mogelijk te behouden en uit te breiden. Bij Franstaligen is dat 33,8 procent.

Ook de optie om alle technologieën open te houden en te kiezen op basis van kostprijs en betrouwbaarheid krijgt in beide groepen veel steun: 32,1 procent bij Nederlandstaligen en 28,4 procent bij Franstaligen.

Maar Franstaligen leggen vaker de nadruk op de energiefactuur: 20,3 procent kiest voor het verlagen van de energiefactuur ongeacht de technologie, tegenover 12,6 procent bij Nederlandstaligen.

Het verschil wordt nog duidelijker bij warmtepompen. 61,7 procent van de Nederlandstalige selecties kiest voor keuzevrijheid en tegen dwang. Bij Franstaligen liggen keuzevrijheid en eerst massaal isoleren exact gelijk op 43,7 procent.

Ook de vrije antwoorden draaien hier opvallend vaak rond dezelfde praktische vragen: de kostprijs van renovaties, de betaalbaarheid voor eigenaars, bevoorradingszekerheid en de vraag hoeveel verplichtingen de overheid aan burgers kan opleggen.

Arbeidsmigratie zorgt voor een andere breuklijn

Ook bij arbeidsmigratie lopen de accenten uiteen.

Bij Nederlandstaligen staat het beperken van arbeidsmigratie en eerst de binnenlandse arbeidsreserve aanspreken bovenaan met 39,5 procent. 32,5 procent vindt arbeidsmigratie mogelijk, maar onder voorwaarden rond werk en integratie.

Bij Franstaligen staat die volgorde omgekeerd: 29,6 procent vindt arbeidsmigratie mogelijk onder voorwaarden, tegenover 28,2 procent voor het beperken van migratie en eerst aanspreken van de binnenlandse arbeidsreserve.

De vrije antwoorden tonen dat de discussie daarbij verder gaat dan migratie alleen. Respondenten verwijzen naar arbeidsmarktkrapte, sociale bijdragen, loonvoorwaarden en integratie.

De grootste kloof gaat over de toekomst van België

De meest uitgesproken tegenstelling komt bij de vraag hoe België in de toekomst georganiseerd moet worden.

Bij Nederlandstaligen kiest 42,1 procent voor een volledig confederaal model. Nog eens 24,6 procent wil bevoegdheden terugbrengen naar het federale niveau en 15,8 procent wil Vlaanderen, Wallonië en Brussel zoveel mogelijk hun eigen beleid laten voeren.

Bij Franstaligen is de grootste groep net voor meer federale bevoegdheden: 50,7 procent.

De vrije antwoorden laten daarbij zien dat de discussie niet uitsluitend draait rond de klassieke tegenstelling tussen federalisme en confederalisme. Verschillende respondenten vragen vooral om een eenvoudiger bevoegdheidsverdeling, waarbij één bestuursniveau volledig verantwoordelijk wordt voor een beleidsdomein. Ook het verminderen van overlappingen tussen bestuursniveaus komt terug.

Vertrouwen laag aan beide kanten

Ondanks de verschillen tussen beide taalgroepen is er één opvallende overeenkomst in de slotvraag van de enquête: het beperkte vertrouwen in de politiek.

Bij Nederlandstaligen omschrijft 39,7 procent het vertrouwen als “onbestaand”, tegenover 41,7 procent bij Franstaligen.

De categorieën “laag” en “onbestaand” samen vormen in beide groepen veruit het grootste deel van de antwoorden.

Ook hier komen in de vrije antwoorden gelijkaardige thema’s terug: de kloof tussen politieke beloftes en resultaten, versnippering, te veel bestuursniveaus en het gebrek aan een langetermijnvisie.

Een taalgrens, maar niet overal dezelfde

De volledige enquête bevat 29 vragen en laat daardoor een genuanceerder beeld zien dan de klassieke tegenstelling tussen Nederlandstaligen en Franstaligen.

Over begrotingsdiscipline, activering, administratieve efficiëntie, renovatie en controle op subsidies zijn de antwoorden vaak opvallend vergelijkbaar.

De verschillen worden groter bij energie, arbeidsmigratie, de rol van de overheid en vooral de staatsstructuur.

De enquête toont dus niet één duidelijke scheidingslijn tussen beide taalgroepen. Op sommige sociaaleconomische thema’s liggen de antwoorden dicht bij elkaar, terwijl de verschillen bij energie en de inrichting van België veel groter worden.

De volledige analyse van de Business AM-enquête, met alle 29 vragen, percentages en vrije antwoorden, is hier te lezen.

Methodologie

Aan de enquête namen 779 respondenten deel: 708 Nederlandstaligen en 71 Franstaligen. De resultaten zijn niet representatief voor de Belgische bevolking en weerspiegelen de antwoorden van de deelnemers aan de Business AM-enquête. Bij meerkeuzevragen konden respondenten meerdere opties aanduiden. De percentages zijn daarom berekend op het totale aantal aangekruiste opties per vraag. Vrije antwoorden werden afzonderlijk bekeken en kwalitatief verwerkt. Door het verschil in omvang tussen beide groepen moeten percentages tussen Nederlandstaligen en Franstaligen met de nodige voorzichtigheid worden vergeleken.

Volg Business AM ook op Google Nieuws

Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

Voeg businessam.be toe als preferred source op Google
Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.