Key takeaways
- Beleggers in Nederland moeten vanaf 2028 een belasting van 36 procent betalen op ‘papieren winsten’.
- De nieuwe wet vervangt het oude systeem waarbij belastingen werden geheven op een fictief rendement.
- Critici waarschuwen dat door de nieuwe taks onder meer investeerders met liquiditeitsproblemen kunnen worden geconfronteerd wanneer zij belasting moeten betalen over winsten die zij nog niet in contanten hebben gerealiseerd.
De Tweede Kamer in Nederland heeft afgelopen week een nieuwe wet aangenomen die de belastingheffing op beleggingsinkomsten voor Nederlanders ingrijpend wijzigt. De hervorming, die op 1 januari 2028 van kracht wordt, introduceert een vast belastingtarief van 36 procent op de ‘papieren winsten’ uit spaargelden en beleggingen.
Nederland belast ongerealiseerde meerwaarden
De wijziging vervangt een systeem waarbij beleggingsinkomsten werden belast op basis van een fictief rendement, een methode die door de Hoge Raad in een reeks uitspraken vanaf december 2021 ongrondwettig werd verklaard.
De nieuwe wet onderscheidt zich doordat niet alleen gerealiseerde inkomsten zoals rente, dividenden en huur worden belast, maar ook de jaarlijkse waardestijging van activa zoals aandelen, obligaties en cryptovaluta, zelfs als die activa niet zijn verkocht.
Vastgoed en start-ups worden anders behandeld
Voor vastgoed en aandelen en in aanmerking komende start-ups geldt echter een andere aanpak, waarbij vermogenswinst alleen bij verkoop of vervreemding wordt belast. Regelmatige inkomsten uit deze activa, zoals huurinkomsten of dividenden, worden nog steeds jaarlijks belast.
De wetgeving bevat ook een wijziging waardoor de evaluatieperiode wordt verkort van vijf naar drie jaar, zodat er sneller aanpassingen kunnen worden doorgevoerd als er tijdens de uitvoering problemen ontstaan. Hoewel sommige partijen hun bedenkingen hadden bij het belasten van ongerealiseerde winsten, steunden zij uiteindelijk het wetsvoorstel als een noodzakelijke maatregel om het ongrondwettige vorige systeem te vervangen en aanzienlijke inkomstenverliezen te voorkomen, die worden geraamd op 2,3 miljard euro per jaar.
Inzicht in het Nederlandse belastingstelsel
Het Nederlandse inkomstenbelastingstelsel is onderverdeeld in drie “boxen”, elk met hun eigen regels en tarieven. Box 1 heeft betrekking op inkomsten uit arbeid en eigenwoningbezit, terwijl box 2 van toepassing is op inkomsten uit substantiële belangen in bedrijven.
Box 3, die onlangs is herzien, belastte voorheen alle vermogensbestanddelen op basis van een vooraf vastgesteld rendement, ongeacht de werkelijke inkomsten. Het nieuwe systeem vervangt dat dus door een belasting op het werkelijke rendement tegen een vast tarief van 36 procent, waarbij de vorige belastingvrije kapitaaldrempel wordt afgeschaft en een belastingvrij jaarlijks rendement van 1.800 euro wordt ingevoerd.
Critici waarschuwen voor liquiditeitsproblemen
Critici van het wetsvoorstel uiten hun bezorgdheid over de praktische gevolgen van het belasten van niet-gerealiseerde winsten, met name voor crypto-investeerders die met liquiditeitsproblemen kunnen worden geconfronteerd wanneer zij belasting moeten betalen over winsten die zij nog niet in contanten hebben gerealiseerd. Het wetsvoorstel erkent dit risico en probeert het te beperken door middel van bepalingen zoals onbeperkte voorwaartse verliesverrekening en een belastingvrije drempel van 1.800 euro.
De hervorming volgt op rechterlijke uitspraken waarin het vorige Box 3-kader onwettig werd verklaard vanwege schending van eigendomsrechten en het verbod op discriminatie. De rechtbank oordeelde dat het ongerechtvaardigd was om particulieren te belasten op basis van veronderstelde inkomsten die zij nooit daadwerkelijk hadden verdiend, vooral in periodes van lage rente. Latere uitspraken bevestigden die bezwaren, waardoor de Nederlandse schatkist aanzienlijke jaarlijkse verliezen verwachtte van belastingplichtigen die met succes konden aantonen dat hun werkelijke rendement lager was dan verondersteld.
Ook in België moeten beleggers sinds dit jaar een meerwaardebelasting betalen. Het tarief bedraagt 10 procent, en er geldt een vrijstelling tot 10.000 euro. In tegenstelling tot bij onze noorderburen worden enkel de gerealiseerde meerwaarden belast.
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

