Uit een rapport van het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) blijkt dat de stijgende prijs van meststoffen ertoe leidt dat minder oppervlakte landbouwgrond wordt bezaaid. De oorlog in Oekraïne is een andere factor die maakt dat er straks minder voedsel op de aarde zal zijn.
Macht in de wereld zal er binnen 18 maanden helemaal anders uitzien. Met China aan de top van de piramide …

Waarom is dit belangrijk?
De oorlog in "de graanschuur van de wereld" en klimaatgerelateerde problemen zorgen straks voor hogere voedselprijzen en hongersnood in een reeks landen. De vraag rijst hoe we de landen gaan voeden die bijna volledig afhankelijk zijn van import en straks zonder voedsel komen te zitten. En waar moet het voedsel vandaan komen om die kloof te dichten?De wereld kan doorgaans terugvallen op een voedselvoorraad van vijfenzeventig tot negentig dagen. Wat betekent dat ruwweg 25 procent van de calorieën van de wereld op dit moment opgeslagen liggen. Maar dat is niet overal het geval. Sommige landen, zoals Tunesië, Egypte, Libanon, Sri Lanka, Jemen, Somalië en Ethiopië hebben bijna geen voorraden.
China kan zijn bevolking 18 maanden lang voeden als morgen alles stilvalt
China is dan weer een buitenbeentje. Al jaren legt China voedselvoorraden aan. Recent wist een Chinese ambtenaar te melden dat het land genoeg tarwe had om 18 maanden lang aan de vraag te voldoen. Ook zijn de graanvoorraden in het land “historisch hoog”. Mocht alle voedselproductie en import in China stoppen, dan nog kan het land anderhalf jaar probleemloos zijn bevolking voeden. Dat is een enorme voorraad voedsel.
Volgens gegevens van het Amerikaanse ministerie van Landbouw zal China in de eerste helft van 2022 zo’n 69 procent van de beschikbare maïs bezitten. Het Aziatische land zal ook 60 procent van ‘s werelds rijstreserves en 51 procent van zijn tarwe hebben.
Er wonen in China 1,4 miljard mensen van de totale wereldbevolking van zo’n 7,75 miljard mensen. Dit betekent dat minder dan 20 procent van de wereldbevolking er in geslaagd is om meer dan de helft van drie belangrijke voedingsstoffen op te slaan.
China begon al voedsel op te slaan tijdens de pandemie
President Xi Jinping heeft wijselijk de beslissing genomen om massaal voedsel op te potten tijdens de verstoring van de globale toeleveringsketens in de pandemie. Eventuele voorkennis van de Russische invasie van Oekraïne en ongeziene natuurrampen hebben deze strategie alleen maar verder gelegitimeerd. Ondertussen blijven de voedselprijzen genadeloos verder stijgen.
China biedt zich daarom aan als één van de weinige potentiële oplossingen om de caloriekloof te dichten. Maar het land zal dat niet doen voor het goed van de wereld. Integendeel: China zal de komende negen tot achttien maanden maximaal gebruik van maken van zijn voedselvoorraad om zijn invloed in verschillende delen van de wereld uit te breiden.
Invloed kopen met eten
Zo tracht het bedrijf al jaren in de Hoorn van Afrika een militaire basis te krijgen. Ook tracht het invloed uit te oefenen op de lokale media. De lokale bevolking wordt zo gereed gemaakt om China te omarmen. Zeker als de voedselcrisis die ontstaat in landen als Sri Lanka, Ethiopië, Somalië of Djibouti, kan worden opgelost door China. Wat betekent dat China zijn invloed in de Hoorn van Afrika verder zal uitbreiden. Militaire aanwezigheid zal het land toelaten meer permanente voet aan de grond zal krijgen. Hetzelfde geldt voor andere regio’s, waaronder delen van Zuidoost-Azië, het Midden Oosten en zelfs Noord-Afrika.
Het wereldvoedselprogramma van de VN zal er alles aan doen om calorieën te verplaatsen en voedselvoorraden aan te vullen. Maar China lijkt het land dat best gepositioneerd is om zich onmisbaar te maken. Naar Chinese gewoonte is dit iets wat zich langzaam maar zeker zal manifesteren over de komende 9 tot 18 maanden. Terwijl het Westen er alles aan zal doen om Rusland zoveel mogelijk sancties op te leggen, is het China dat de oplossing voor het wereldvoedselprobleem in handen heeft.
De macht in de wereld zal er over 18 maanden totaal anders uitzien. Ook omdat de VS niet de middelen heeft om echt adequaat te reageren op de voedselcrisis die bezig is.
(lb)