Dat de Poolse PiS-partij gebrand is op een herverkiezing is wel duidelijk. De partij schuift veiligheid naar voren als het belangrijkste thema, waarmee de Pool hen opnieuw moet kiezen om het land te leiden. Al snel blijkt het Poolse eigenbelang te primeren op de ‘onvoorwaardelijke’ steun aan Kyiv.
In het nieuws: “We leveren geen wapens meer aan Oekraïne, omdat we Polen zelf bewapenen met modernere wapens”. De Poolse premier, Mateusz Morawiecki, was stellig, toen hij woensdag de bevolking toesprak via televisie.
- Aan de oorzaak van het dispuut ligt de transit van Oekraïense landbouwproducten. Die bereikt steeds vaker Europese landen, en duwen de lokaleprijzen daar fors omlaag. Dat heeft een forse impact op de lokale boeren, die kapot geconcureerd worden.
- In mei besliste de Europese Commissie om de import van Oekraïense landbouwproducten naar Polen, Hongarije, Slowakije, Roemenië en Bulgarije te verbieden. De doorvoer naar andere landen is wel nog mogelijk. Op 15 september heft de Commissie het embargo op, dik tegen de zin van de betrokken landen. De eerste drie beslissen dan maar om op eigen houtje een embargo in te stellen. Vandaag volgen ook Roemenië en Bulgarije
- Dit valt slecht in Oekraïne, waar het de landen beticht van “enkel solidair te zijn als het ze goed uitkomt.” Kyiv startte ook een rechtszaak tegen de landen, bij de Wereldhandelsorganisatie.
Mee op het vliegtuig
De escalatie: Zelensky bracht het euvel ook mee naar New York, waar hij voor de VN sprak. Een zet die hem zuur kan opbreken.
- “Alarmerend is dat sommigen in Europa solidariteit uitspelen in het politieke theater, en graan in een thriller veranderen. Het lijkt misschien dat ze hun eigen rol spelen, maar in de praktijk helpen ze om Rusland een platform te geven”, zo klonk Zelensky fors, snerend naar de Polen.
- Nadat de Oekraïense ambassadeur op het matje was geroepen in Polen, riep Kyiv op om het dispuut in alle sereniteit op te lossen, en “emoties opzij te zetten”. Echt gelukt is dat niet: Polen zet steeds meer Oekraïense producten op de embargolijst. “Druk zetten op Polen op multilaterale fora of klachten sturen naar internationale gerechtshoven zijn geen gepaste manieren om de verschillen tussen onze landen op te lossen”, zo reageerde het Poolse ministerie van Buitenlandse Zaken op het voorval.
Geen chantage
De essentie: Geen wapens meer voor Oekraïne, vanuit Polen. En de PiS-partij heeft een nieuwe debatkaart om mee naar de kiezer te trekken.
- Dat veiligheid hét verkiezingsthema zou worden is al langer duidelijk. Polen is bezig met een forse modernisering van het leger. Zo koopt het land meer dan duizend nieuwe tanks aan, bij de Verenigde Staten en Zuid-Korea. Daarnaast bouwt het zelf meer dan duizend pantservoertuigen en koopt het nog een gigantische hoeveelheid luchtafweersystemen (670 Zuid-Koreaans/Poolse K9-houwitsers, 288 Chunmoo-raketsystemen en twintig HIMARS-raketsystemen), om maar een deel te noemen.
- De regerende partij haalt alles uit de kast om de Polen te overtuigen dat zij ervoor zorgt dat de burger veilig is. Zo lekte de minister van Defensie, Mariusz Błaszczak, een plan waarin oorlogsscenario’s worden voorbereid. Dat was afkomstig van de vorige regering onder Donald Tusk, van de PO-partij. Het plan simuleert een Russische aanval, waarbij Polen het halve land opgeeft om zich terug te trekken achter de Wisla-rivier. Door dit te lekken wil de PiS-partij de burgers in het oosten van het land een grotere afkeer doen krijgen van de PO-partij.
- Ook het graanverhaal kadert binnen de verkiezingen. Boeren die door de import van Oekraïens graan op zwart zaad zitten, gaan uiteraard niet op de partij stemmen die dat zomaar toeliet. Nu de zaak geëscaleerd is, kan Polen moeilijk terug. Als het nu plooit voor de druk, zal de PO-partij dit handig uitspelen. Tegelijk kan de PiS-partij zelf, in eigen land althans, misschien wel gouden zaken doen, door “zich niet te laten chanteren door de Oekraïners”, en eigen bewapening (en dus veiligheid) boven de Oekraïense bewapening te stellen. Anderzijds, het bewapenen van Oekraïne dient voor Europa even goed als investeren in veiligheid, en nog verder van eigen grondgebied verwijderd.
Conclusie: Hoe hard een land ook ‘solidariteit’ en ‘onvoorwaardelijke steun’ roept, aan het einde van de rit overheersen persoonlijke en nationale belangen. Met verkiezingen in het vooruitzicht wordt dit pijnlijk duidelijk. Al valt er zeker wat te zeggen voor de positie van de Oost-Europese landen. Die moeten uiteraard poortwachter spelen en zorgen dat de eigen economie niet ten onder gaat.