Holt een goedkope euro onze koopkracht nog verder uit?

De dalende koopkracht beheerst momenteel de economische nieuwsstroom. Er is echter vrij weinig aandacht voor een belangrijke oorzaak van de koopkrachtafname: een zwakke euro. Daar komt bij het huidige ECB-beleid niet snel verandering in. 

De olieprijs ligt naar verhouding een stuk lager dan de hoge benzineprijzen in Nederland doen vermoeden. Terwijl de prijs aan de pomp een recordniveau heeft bereikt, ligt de prijs van een Brent-olie daar nog ruim onder. In 2008 kostte een vat ruim 140 dollar, terwijl dat  nu iets meer dan 110 dollar is. Het is verleidelijk om de grote stijging van de benzine- en dieselprijs toe te schrijven aan een hoge accijns of aan het winstbejag van oliebedrijven. Maar de koopkracht wordt vooral uitgehold door de goedkope euro. In 2008 kreeg je meer dan anderhalve dollar voor de munt. Tegenwoordig is dat nog maar 1,10 dollar. Dat verschil wordt de komende tijd mogelijk nog kleiner. Dat komt omdat de centrale banken aan beide kanten van de Atlantische Oceaan een heel andere koers uitstippelen.

Pas op de plaats

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft eind vorig jaar een voorschot genomen op een renteverhoging richting het eind van 2022. De oorlog in Oekraïne is echter een flinke streep door de rekening. De economische onzekerheid en de enorme stijging van de energieprijzen dreigen een behoorlijke rem te zetten op de economische groei. Het gevolg is dat ECB-voorzitster Christine Lagarde en haar medebestuursleden voor een lastige keuze staan. Kiezen ze ervoor om de plannen door te zetten en het risico te lopen om de economische groei in de kiem te smoren? Of geven ze de economie wat lucht, met als keerzijde dat de inflatie voorlopig behoorlijk hoog blijft? Donderdagmiddag liet de ECB zich in de kaarten kijken: de rente blijft op de nullijn. De enige bijstelling is dat het stimulerende opkoopbeleid van obligaties en andere activa wat eerder wordt teruggeschroefd dan waar de bank aanvankelijk op rekende. 

Oorlog of niet: rente gaat stijgen

De Amerikaanse centrale bank laat de afgelopen tijd doorschemeren dat de renteverhogingen waar de afgelopen maanden een voorschot op is genomen, er gewoon gaan komen. De eerste zet komt waarschijnlijk tijdens de vergadering van de Federal Reserve volgende week woensdag. De CME-futuremarkt wijst uit dat de rentestand in de Verenigde Staten dit jaar oploopt tot 1,5 à 2 procent. Momenteel is het officiële rentetarief 0,25 procent. Het vooruitzicht van een flinke rentestijging is een belangrijke reden waarom de dollar het afgelopen halfjaar met ruim 7 procent is gestegen ten opzichte van de euro. Overigens speelt ook mee dat de dollar als veilige munt in trek is in onzekere tijden. 

Schaduwzijde van een zwakke euro

Dat geldt niet voor het Britse pond, maar ook deze munt wint door een afwijkend rentebeleid terrein op de euro. De Bank of England lijkt vast van plan om volgende week donderdag voor een derde keer binnen enkele maanden de rente te gaan verhogen. In het verleden ging de aandacht vaak uit naar de voordelen van een zwakke euro voor de Europese exportsector. Door de oplaaiende inflatie en de berekening van het CPB dat de koopkracht dit jaar met gemiddeld 2,5 procent daalt, verschuift de focus steeds meer naar de nadelen van een zwakke euro. De grote verschillen in het internationale rentebeleid wijzen erop dat daar waarschijnlijk niet snel verandering in komt. 


De auteur Joost Derks is valutaspecialist bij iBanFirst. Deze column geeft zijn persoonlijke mening weer en is niet bedoeld als professioneel (beleggings)advies.

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20