Hoe ver voel je de ontploffing van een stoomketel?

Hoe ver voel je de ontploffing van een stoomketel? Wel, dat hangt er vanaf in welk land hij ontploft.
Het antwoord klinkt heel erg ‘onwetenschappelijk’, toch zal elke energie-ingenieur het bevestigen. We hebben het over de stoomketel die enkele dagen geleden in de centrale van Electrabel in het Nederlandse Nijmegen ontplofte. De impact van de ontploffing zelf bleef beperkt. Eenzelfde defecte ketel zou in ons land voor heel wat meer problemen kunnen zorgen. Niet bij het personeel van de centrale of in de onmiddellijke omgeving. Maar in ons elektriciteitsnet.

Toen de centrale wegviel gebeurde er niets. Niet op het elektriciteitsnet en niet op de beurs. Dat laatste bewijst dat de analisten met kennis van zaken en gezond verstand hebben gereageerd. (Wat op de beurs overigens niet altijd het geval is). Nederland heeft de laatste jaren fors geïnvesteerd in nieuwe STEG-centrales. Dat zijn gasgestookte centrales die turbines op stoom en gas combineren, waardoor het rendement hoger ligt dan bij gewone gascentrales. De laatste 2 jaar is er voor maar liefst 3045 MW aan nieuwe centrales bijgekomen. (Dit is ongeveer een vijfde van het volledige vermogen waarover wij in ons land beschikken.) Analisten konden juist inschatten dat de uitval alleen al hierdoor geen probleem zou veroorzaken op het Nederlandse net. En er werd niet even hevig speculerend gereageerd zoals dat bij het minste gerucht wel vaak het geval is voor de prijzen van ruwe olie.

Als die ketel in België zou ontploffen, zou de rest van het verhaal wellicht wel heel anders kunnen lopen. Tussen 2010 en nu is er in ons land geen enkele MW bijgekomen aan basiscentrales bijgekomen. (De productie van zon en windenergie is wel gestegen, maar deze energievormen zijn weersafhankelijk en kunnen daarom de nood aan basisbeschikbaarheid niet invullen) Erger nog, ondertussen zijn er 2 kerncentrales, samen goed voor 2.000 MW, buiten dienst.

Het totaal opgesteld vermogen in België bedraagt ongeveer 16.000 MW. Voorlopig dus 14.000 MW. Op 14 december 2010 om 18u vroegen alle gezinnen en bedrijven in ons land samen 14.200 MW…  Als we dan nog rekening houden met het feit dat er altijd wel minstens één centrale stil ligt voor onderhoud, dan hebben we dus een tekort. Dat tekort hoeft overigens ook niet altijd een probleem te zijn. Bij een tekort halen we elektriciteit uit het buitenland. In ons geval is de Nederland of Frankrijk. Frankrijk heeft vaak elektriciteit op overschot. Maar niet als het erg koud is. Omdat heel wat gezinnen in Frankrijk op elektriciteit verwarmen, hebben onze zuiderburen tijdens een strenge winter geen stroom voor ons beschikbaar. Blijft over: Nederland.

Nederland kan wel stroom leveren. Alleen krijgen we die slechts zeer beperkt ingevoerd omdat de hoogspanningsverbindingen met onze noorderburen maximaal 1.400 MW kan vervoeren. Ons land zit bijgevolg in een erg kwetsbare positie als het op onze energievoorziening aankomt.
 
Gaat het licht dan vroeg of laat uit?

De discussie woedt, sinds het sluiten van twee kerncentrales, in alle hevigheid. Het technisch eerlijke antwoord op die vraag is overigens: ja, de kans dat we uitval krijgen is zeer reëel.

Wat moeten we dan doen? Centrales bijbouwen. In ieder geval. Als we ervoor kiezen om kernenergie af te bouwen, zullen we zelfs zeer fors moeten bijbouwen. Maar tussen de beslissing om er een centrale te bouwen en de eerste kWh geproduceerde elektriciteit liggen minstens 5 tot 10 jaar. Hopen dat we de komende 10 jaar geen strenge winters krijgen en dat er nergens een stoomketel ontploft is duidelijk niet de verstandigste optie.
Als we het aanbod niet (snel) kunnen verhogen, dan blijft er maar één optie over: de vraag laten dalen. En dat kan. Eenvoudiger dan men zou denken. En zonder comfortverlies. In de industrie en ook bij de huishoudens ligt een enorme potentieel aan energiebesparingen (lees: gaat er nu veel elektriciteit nodeloos verloren). Nu moeten we inzetten op energiebesparing en slimme technieken. Technieken zoals demand response waarbij de productie niet langer de vraag van de verbruikers volgt, maar waarbij men via allerlei technieken het verbruik kan afstemmen op het aanbod. Gezinnen en (vooral) bedrijven verbruiken meer op het ogenblik dat er meer elektriciteit beschikbaar is en minder als die schaars is. De nieuwe energiebeleidsmaatregelen van Minster Vandenbossche en de regering Peeters, die energiebesparende maatregelen in bedrijven willen stimuleren, zijn een eerste belangrijke stap in die richting. Maar er zullen er nog meer moeten volgen.
 
4 concrete maatregelen

Wij zien 4 concrete maatregelen die daarbij kunnen helpen. Er is eerst en vooral nood aan een duidelijk sensibiliseringsprogramma waarbij ondernemers vertrouwd geraken met de mogelijkheden van echte energiebesparing op bedrijfsniveau. Nu kent de ondernemer alleen de tips voor het huishouden, en heeft hij dus ook ten onrecht het gevoel dat hij echt bespaart als hij een paar kleine ad hoc inspanningen levert. Daarnaast moeten we onderzoeken op welke manier we ondernemingen kunnen stimuleren om sneller en verder te gaan in hun besparingen. Een systeem waarbij onderneming die verder gaan dan gemiddeld zullen worden beloond, en de achterblijvers financieel zullen worden bestraft moeten we zeker overwegen. Opnieuw belonen? Een uitgespaarde kWh kost de maatschappij ook in dat geval veel minder dan een extra kWh uit een nieuwe centrale. Een belangrijke, en wellicht zelfs snel te realiseren actie richt zich op de leningen. We moeten een systeem opzetten waarbij banken, bijvoorbeeld via een waarborgsysteem, sneller geneigd zijn om bedrijven leningen toe te staan voor investeringen in energiebesparing en demand response management. Op dit ogenblik, tenslotte, richten de intiatieven van de Vlaamse regering zich vooral op de grote verbruikers (een energiefactuur van meer dan ongeveer 1 mio euro op jaarbasis). Ook kleinere bedrijven kunnen belangrijke besparingen realiseren en mogen we niet vergeten.
Vier maatregelen die zeker op tafel zullen liggen tijdens een debat van de Unizo Jongeren over onze energietoekomst op dinsdag 13 november. Het belooft een boeiend debat te worden. Over een onderwerp dat stilaan iedereen in ons land moet bezig houden.

De auteur Eddy Poncelet is sales manager bij Encon en was daarvoor meer dan 15 jaar actief bij een distributienetbeheerder en een energieleverancier. Encon is een studiebureau gespecialiseerd in de ontwikkeling en realisatie van energieprojecten voor bedrijven. Encon is actief in heel Europa en heeft kantoren in Vlaanderen en Nederland.

www.encon.be

Meer
Laatste update:
Laatste update:
Lees meer...
Markten
BEL20